Hyena's deden hun werk aan het front

De Nederlandse verkenningsoperaties in Eritrea zijn begonnen. `We zijn nu al in staat de rust te bewaren.'

Een enkel scheenbeen, een bekken, soms een schedel met wat kroeshaar. Ze liggen aan de voet van de berg Adi Abage. Tussen gebleekte uniformen. Op een smal pad ligt een stuk van een ruggengraat.

De hyena's en de moessonregens hebben hun werk gedaan: van de gesneuvelde Ethiopiërs aan de voet van de Adi Abage is niet veel meer over.

Op 24 mei bestormden duizenden de onneembare Eritrese stellingen op deze berg. Op 16 juni werd een wapenstilstand getekend.

,,Niet te geloven'', bromt kolonel der mariniers Karel van Gijtenbeek als hij bij het dorpje Senafe vanaf een Eritrese versterking naar beneden kijkt. ,,Deze manier van vechten gaat terug op de Eerste Wereldoorlog.'' Van Gijtenbeek en zijn collega-verkenners hebben de killing fields bij Adi Quala nog niet gezien. Lijken bezichtigen behoort niet tot de taken van de verkenners van het mariniersbataljon, dat de hoofdmoot zal gaan uitmaken van de VN-vredesmacht UNMEE. Maar bij het front van Senafe, vijftig kilometer ten oosten van Adi Quala, wordt de omvang van het conflict dat zich hier heeft afgespeeld de mariniers maar al te duidelijk. Van Gijtenbeek wijst naar de Ethiopische loopgraven in het dal. ,,Als je zo oorlog voert, kost dat enorm veel slachtoffers.''

Afgelopen vrijdag landde de Nederlandse verkenningsmissie op het vliegveld van Asmara: drie vliegtuigen met aan boord 48 militairen en 15 Landrovers. Inmiddels zijn de verkenners vanuit de hoofdstad over Eritrea uitgezwermd. Experts van de luchtmacht gaan naar de luchthaven, op zoek naar een locatie voor de Chinook-transporthelikopters. Marinespecialisten bekijken de havenfaciliteiten bij Massawa. Leden van de genie speuren naar legeringsplaatsen voor de circa 1100 mariniers, die samen met de Canadezen de centrale sector van het Ethiopisch-Eritrese front zullen bewaken. Zoals het er nu naar uitziet, zal het hoofdkwartier van het Nederlands-Canadese bataljon worden gevestigd bij Adigrat, net over de Ethiopische grens. De rest van het bataljon zal worden gelegerd aan het front, bij Adi Quala, May Mine en Senafe. Deze plaatsen liggen straks in de Temporary Security Zone, de bufferzone die de strijdende partijen moet scheiden.

Overste Ton van Ede laat zijn verrekijker zakken. De commandant van het Nederlands-Canadese bataljon is tevreden. ,,We zijn nú al in staat om de rust te bewaren. Sinds de ondertekening van het staakt het vuren is er geen schot meer gevallen. Straks, als de UNMEE-troepen worden ontplooid, liggen de beide partijen 25 kilometer uit elkaar.'' [Vervolg ERITREA: pagina 7]

ERITREA

Hulpverlening uitgesloten

[Vervolg van pagina 1]De veiligheidszone komt op Eritrees grondgebied, een pijnlijke nederlaag voor de Eritreërs, die 30 jaar hun onafhankelijkheid op de Ethiopiërs bevochten. Toch wijst alles erop dat zowel Eritrea als Ethiopië bereid zijn de voorwaarden van het voorlopig vredesakkoord uit te voeren, zegt Van Ede.

De Eritrese kolonel Kiflom Zeghergis is blij met de komst van de VN-troepen. De Eritrese strijdkrachten zullen hun volledige medewerking verlenen, zo verzekert hij. Maar of de Ethiopiërs dat ook zullen doen is volgens de divisiecommandant maar de vraag. ,,Wij hebben al bewezen dat we ons aan het akkoord willen houden. Maar totdat ze het tegendeel bewijzen, geloof ik niet dat de Ethiopiërs hun posities op zullen geven.''

Matti Puoskari is hoofd van de VN-waanemers bij Adi Keyh, een slaperig stadje dertig kilometer achter Senafe. Eerder die dag heeft de Finse majoor de Nederlandse verkenners bijgepraat op teenslippers, want de nieuwe gevechtslaarzen zorgen voor blaren, zegt hij.

De Nederlandse troepen kunnen zich volgens Puoskari uiterst nuttig gaan maken. Zo zijn er 50.000 vluchtelingen in het gebied. De wil om terug te keren is groot, zegt Puoskari, maar er zullen nog veel herstelwerkzaamheden aan huizen moeten worden uitgevoerd. ,,Het is een enorme uitdaging om de militair-civiele samenwerking hier op gang te brengen, zodat UNMEE kan assisteren bij de wederopbouw.''

Overste Van Ede grijpt in. ,,Ik wil nog eens heel duidelijk maken dat het verlenen van hulp niet behoort tot het mandaat van de UNMEE. Wij zijn hier om een veilige en stabiele omgeving te creëren. Het verlenen van hulp is aan de UNHCR en de particuliere hulporganisaties.''

Aan het eind van de dag wordt Puoskari opnieuw op de vingers getikt. Van Ede is kwaad over de manier waarop de Finse majoor met zijn witte landcruiser over de smalle bergwegen is gejakkerd. ,,Ik kan u verzekeren dat dit niet meer zal voorkomen. Naast onpartijdigheid en robuust optreden is respect voor de omgeving een van de belangrijkste voorwaarden voor succes. Wat gebeurt er als een VN-voertuig een ongeluk veroorzaakt? Eén blauwe pet kan het voor 4200 peace keepers verpesten.''