Emants als solotoneel

`Mijn vrouw is dood en al begraven.' Met die zin begint niet alleen een roman maar ook een voorstelling. Marcellus Emants schreef Een nagelaten bekentenis in 1894 en honderdzes jaar later bewerkte theatermaker Ger Thijs het boek tot een solo. De man die zijn vrouw gedood en begraven heeft hoopt al vertellend bij het publiek begrip voor zijn misdaad te vinden.

Dat lukt. Omdat Willem Termeer zichzelf zo meedogenloos analyseert. En omdat Ger Thijs hem zo ijselijk nauwkeurig speelt.

In een kreukloos driedelig kostuum ijsbeert de moordenaar door zijn huis: een hork die angstvallig het decorum bewaart. Maar gaat hij zitten, op een te lage stoel, dan schiet zijn lichaam in een verkramping die al zijn ongeluk verraadt. Al zijn ledematen wijzen dan omlaag, zodat je zijn naam automatisch verhaspelt tot Terneer.

Ja, deze heer is niets anders dan een terneergeslagene die zelf ook heel wat neerslaat. Zijn behoefte aan contact bijvoorbeeld en aan erotisch genot. Die dingen veracht hij omdat hij ze niet kan krijgen. Behalve, min of meer, in het bordeel, maar dat telt niet, dat is illegaal. Wat Termeer begeert is: aan je trekken komen en toch deugdzaam leven. Normale mensen hebben daar geen moeite mee, dus haat hij normale mensen. Maar mensen die door hun deugdzaamheid níet aan hun trekken komen haat hij eveneens. Zijn vrouw had de kans om vreemd te gaan, met de dominee. Het stomme mens verkoos de gevangenis van de monogamie. Weg met die gevangenis, dacht Willem Termeer op een dag, weg met de echtgenote!

Onder regie van Frans Strijards geeft Thijs de man handgebaren mee die variëren van geserreerde verfijning tot beschaamde brutaliteit: dit personage is het prototype van de décadent. Sensibel; de zenuwen overbelast. Koortsachtig zoekend naar bevrediging; de schaarse uitingen van razende passie steevast gevolgd door stompe apathie. Een labiele geest; zich pijnlijk bewust van zijn zwakte maar niet in staat die te overwinnen.

In elk fin de siècle duiken zij op, deze types. Hoe warrig zij ook mogen zijn, door hun buitenstaanderschap werpen zij, binnen de schone kunsten, toch een helder licht op een maatschappij die net zo vervallen is als zijzelf. Een maatschappij met een uitgeholde en tegenstrijdige moraal waaraan de burgerij krampachtig vasthoudt. Nog steeds rust er een taboe op vreemdgaan en hoerenloperij; nog steeds is wat men fatsoen noemt soms pervers en wat men pervers noemt soms heel puur.

Strijards vecht altijd al tegen die leugenachtigheid en Thijs is vooral gefascineerd door de psychologische verdieping die de fin de siècle-literatuur heeft gebracht. Bij het Nationale Toneel maakte hij subtiele voorstellingen van werk van Ibsen, Couperus en Schnitzler. Al die tijdgenoten van Marcellus Emants, en ook Emants zelf, legden de menselijke driften bloot zonder ze meteen te verdoemen. Emants gaat door voor een naturalist, maar het lijden van zijn figuren wordt slechts voor een fractie erfelijk bepaald. Thijs heeft er dan ook, in tegenstelling tot wat Yvonne van der Hurk deed in háár recente Bekentenis-bewerking voor toneel, goed aan gedaan de passages die over de vader van de antiheld gaan uit z'n tekst te gooien. Hij heeft er bovendien goed aan gedaan Emants' onhippe Nederlands te behouden, want een woord als `zielematheid' drukt het centrale probleem haarscherp uit.

Voorstelling: Een nagelaten bekentenis, van Marcellus Emants, door het Nationale Toneel. Spel: Ger Thijs; regie: Frans Strijards. Gezien: 4/11 Theater aan het Spui, Den Haag. Tournee t/m 23/12. Inl (070) 3465272 of www.nationaletoneel.nl.