Een slopende campagne en nog nooit zo duur

Vandaag kiezen de Verenigde Staten hun 43ste president. Nog nooit hebben de twee belangrijkste kandidaten, de Democraat Al Gore en de Republikein George W. Bush, zoveel geld geïnvesteerd om het politieke midden achter zich te krijgen.

Vandaag is een einde gekomen aan een Amerikaanse verkiezingscampagne die bijna anderhalf jaar heeft geduurd en drie miljard dollar heeft gekost. De Republikeinse kandidaat George W. Bush ging de verkiezingsdag in met een lichte voorsprong in de meeste opiniepeilingen.

De Amerikanen kiezen een nieuwe president, een nieuw Huis van Afgevaardigden, een derde van de Senaat en een aantal gouverneurs en andere functionarissen. In verscheidene staten brengen zij bovendien hun stem uit in referenda die vaak een wetgevend karakter hebben. De uitslag wordt zeker niet vóór zes uur morgenochtend (Nederlandse tijd) verwacht.

De campagne 2000 heeft alle records gebroken op het gebied van de bedragen die zijn opgehaald en uitgegeven om de kandidaten en hun standpunten bekend te maken. Sinds de vorige presidentsverkiezingen in '96 zijn de totale uitgaven met vijftig procent omhoog gegaan. Dat percentage omvat zowel presidentiële als Congres-verkiezingen. Ook bij de races om zetels in Senaat en Huis van Afgevaardigden zijn de bedragen astronomisch gestegen.

Een steeds groter deel van de financiële bijdragen op alle niveaus kwam dit jaar als soft money binnen. Dat zijn giften die zich onttrekken aan de regels terzake van campagnefinanciering. Zij maken gebruik van mazen in de wet die het individuen en bedrijven toestaan ongelimiteerde bedragen te geven aan instellingen die niet de kandidaat zelf of zijn partij zijn, maar een stichting of politiek actiecomité dat ideeën propageert, die sterk kunnen lijken op die van een kandidaat of zijn partij. In de praktijk kraken zij vooral de tegenstander af op een manier waar de kandidaten voor terugdeinzen.

De Democraten haalden dit jaar 371 miljoen dollar op, tegen 186 miljoen in '96. Van die 371 miljoen was 199 miljoen soft money. De Republikeinen wisten 505 miljoen dollar te verzamelen, tegen 371 miljoen in '96. Van het bedrag voor 2000 was 210 miljoen soft money. De derde kandidaat, Ralph Nader, die namens de Groenen campagne voerde, moest het met zes miljoen dollar doen. Zijn campagne kreeg veel meer respons dan die van Pat Buchanan, die namens de Reform Party kandidaat was. Hij had recht op overheidssubsidie door de resultaten die de oprichter van de Reform Party, Ross Perot, in '92 en `96 haalde.

De enige kandidaat die stelselmatig tegen de overwoekering van de campagne door geld van comités en actiegroepen heeft gefulmineerd, de Republikein John McCain, is na twee zeges in de voorverkiezingen van dit voorjaar door de gouverneur van Texas, George W. Bush, naar de zijlijn gemanoeuvreerd. De twee hebben maanden nauwelijks gesproken, maar de laatste weken heeft McCain, senator van Arizona, verschillende malen aan de zijde van Bush campagne gevoerd.

McCains aantrekkingskracht op niet-gebonden en dolende Perot-kiezers lijkt niet zonder meer overgegaan naar hetzij Bush hetzij de Democratische kandidaat Al Gore. De Democraat schudde tijdens de voorverkiezingen met meer moeite dan verwacht voor een succesvolle vice-president partijgenoot Bradley van zich af. Gore's kandidatuur kreeg pas nieuwe spankracht na een zeer geslaagde aanvaardingstoespraak op de Democratische Conventie, begin augustus in Los Angeles.

Sinds begin september streed zowel Bush als Gore een felle campagne, die vooral leek te gaan om sociale onderwerpen die hen in het politieke centrum moesten plaatsen. Maar terwijl zij bejaarden, mensen zonder ziekteverzekering en ouders van schoolgaande kinderen trachtten aan te spreken, mikten zij hun scherpste pijlen op elkaars persoonlijkheid. Gore vroeg de kiezers, zeker in zijn eindsprint, of zij George W. Bush met zijn slechts zes jaar politieke ervaring in Texas wel de zwaarste baan in de vrije wereld toevertrouwden.

De strakker geregisseerde campagne van Bush ging er vanuit dat hij zich weliswaar socialer moest profileren dan bij Republikeinen gewoon is, maar dat overigens op de issues niet te winnen was van een kandidaat die acht jaar deel heeft uitgemaakt van een regering die de grootste economische bloei in de geschiedenis van de Verenigde Staten heeft bewerkstelligd, althans begeleid. Daarom appelleerde Bush op simpele instincten: de afkeer van veel Amerikanen van Clintons uitspattingen in het Witte Huis, de afkeer van het in zichzelf gekeerde Washington en van de federale bureaucratie. Ten slotte slaagden de Republikeinen erin het wat saaie imago van vice-president Gore om te buigen tot het beeld van een opschepper met een bijna maniakale neiging tot zelfverheffing en overdrijving. De Bush-afdeling `vernietiging tegenstander' zag kans van iedere kleine verspreking een voorbeeld van Gore's onbetrouwbaarheid te maken. Een voorbeeld: de Democraat zei tijdens het eerste presidentiële debat dat hij met het hoofd van de nationale rampencommissie naar overstromingen in Florida was geweest, terwijl het de tweede man had moeten zijn.

Gore worstelde tot het eind met de vraag hoe hij de Amerikaanse kiezers kon vragen hun tevredenheid te uiten voor acht jaar groeiende welvaart onder Clinton/Gore zonder zich met Clintons affaires te vereenzelvigen. Dat maakte de opgaaf zich als vice-president los te maken van zijn grote schaduw nog moeilijker dan anders. Daar kwam bij dat Gore's staf hem minder bekwaam wist af te schermen voor slecht nieuws dan de keiharde imagobewakers van Bush. Ook het nieuws van afgelopen donderdagnacht, toen bleek dat Bush had verzwegen dat hij als 30-jarige een bekeuring had gekregen wegens dronken rijden, wisten zij van zijn politieke tefal-laag te doen afglijden.

Veel zal vandaag afhangen van de opkomst. Voor de Republikeinen was die laag bij de tussentijdse verkiezingen van '98. De Democraten kunnen alleen winnen als hun zwarte en vakbondsaanhang massaal gaan stemmen. Niemand weet wat dé cruciale staten zijn om vroeg in de avond de einduitslag aan af te lezen, maar zeker is dat wie verschillende van de grote, onzekere staten als Florida, Michigan, Pennsylvania en Missouri blijkt te winnen, een goede kans maakt op de hoofdprijs.

DOSSIER AMERIKAANSE VERKIEZINGENwww.nrc.nl