Citaten met een dubbele bodem

De Amerikaanse journalist Bob Woodward geeft in zijn boek `Shadow' een pikant gesprek met oud-president Gerald Ford weer over diens omstreden beslissing om zijn voorganger Richard Nixon immuniteit van strafvervolging te verlenen. Fords televisietoespraak over die beslissing begon met een zin die snel een gevleugeld woord werd.

,,My fellow Americans, our long national nightmare is over''. Maar het had weinig gescheeld of Ford had die pregnante zin geschrapt, omdat hij hem te hard vond. ,,Isn't that a little hard on Dick?'' had Ford, zo noteerde Woodward from the horse's mouth, aan de schrijver van de toespraak gevraagd. Maar die had de zojuist president geworden Ford ervan overtuigd dat de zin in alle opzichten door de beugel kon. De nieuwe president van de VS had de nachtmerrie laten staan en ten slotte geen woord in de zin veranderd.

Op grond van dat gesprek, dat een flink deel van het boek beslaat, trekt Woodward de conclusie dat Ford nooit echt heeft begrepen dat Nixon een snode trek had (`a dark side'). Ford helde eerder naar het oordeel dat Nixon door zijn naaste medewerkers was misleid dan dat Nixon zelf misdaden had begaan.

Woodward heeft zich de vraag gesteld welke lering de Amerikaanse presidenten in de afgelopen vijfentwintig jaar uit de lotgevallen van Nixon hebben getrokken. Carter, die zich ook door Woodward heeft laten ondervragen, komt er van alle vijf het best af. Reagan (door ziekte niet meer geschikt voor interviews) en Bush (niet bereid) zijn volgens Woodward slechts gradueel minder erg geweest dan Nixon. Clinton, volgens Woodward de ergste van allemaal (hij weigerde eveneens), is niet alleen de beste, maar ook de grootste leugenaar onder de Amerikaanse presidenten.

Volgens Woodward hebben vier van de vijf presidenten die sinds Nixon aan de macht zijn geweest, niet begrepen dat de waarheid zich niet meer in doofpotten laat stoppen in een tijd waarin de media geen genoegen meer nemen met officiële verklaringen die de waarheid niet dekken, maar zelf op onderzoek gaan tot de onderste steen boven is gekomen.

Niettemin is `Shadow' (Five presidents and the legacy of Watergate) van het begin tot het eind een fascinerend boek, dat je in één ruk uitleest. Maar het is de vraag of het ook een solide boek is. Ik wantrouw publicaties die het midden houden tussen journalistiek en literaire fictie. Woodwards weergave van zijn gesprekken met Ford en Carter vallen onder het eerste genre. Daar is naar mijn mening niets op aan te merken. Maar dat geldt niet voor het tweede genre, waaronder de gesprekken met Clinton vallen. De dingen die Clinton in Woodwards boek zegt zijn zeker Clintonesk, maar ze zijn feitelijk geen zuivere koffie. Woodward citeert Clinton zonder de president gesproken te hebben. Evenmin heeft hij de beschikking gehad over de geluidsbanden waarop diens gesprekken zijn vastgelegd. Wat is dan de grondslag van zijn bronnen geweest? In Woodwards eigen woorden: inleving. Zuivere empathie.

Volgens Clintonkenners hebben die citaten een hoog historisch gehalte, maar dat verheft ze nog niet tot de historische waarheid. Al zijn ze nog zo aannemelijk, ze zijn niet opgetekend uit de mond van Clinton. En daar gaat het bij een zuivere journalistieke weergave van gesprekken om. Ze zijn door de schrijver bedacht. Die bedenksels maken het genre onzuiver.

Om een voorbeeld te geven: Woodward citeert woord voor woord de besprekingen die Clinton met zijn advocaat Bob Bennett heeft gevoerd over de rechtszaak die Paula Jones tegen hem heeft aangespannen. Die gesprekken hebben een uiterst openhartige toon en staan in het boek tussen aanhalingstekens. Als Woodward die citaten aan Bennett zou hebben ontleend, rijst de vraag waarom Clintons advocaat de vertrouwelijkheid van zijn cliënt heeft geschonden? Dat zal niet het geval zijn geweest, want Woodward heeft zelf met zoveel woorden toegegeven dat hij de auteur is van de dialogen, waarmee hij de feiten die hij aan zijn bronnen (waarschijnlijk ook Bennett) heeft ontlokt, aan elkaar heeft geschreven.

In de Amerikaanse media loopt een discussie over de betrouwbaarheid van Woodwards methode. De preciezen vinden dat Shadow een smet werpt op de betrouwbaarheid van de journalistiek. De rekkelijken vinden dat Shadows moet worden gewaardeerd als literaire uitdrukkingsvorm, waarin de bedachte dialogen geen afbreuk doen aan de werkelijkheid, maar de waarheid juist versterken. Woodward heeft in een gesprek met CNN (Larry King) daarover gezegd dat het hem gaat om `the gist' van de gesprekken (de hoofdstrekking) en dat hij volkomen achter de citaten in zijn boek staat. Bovendien, zo voegde hij eraan toe, niemand van de geciteerde personen heeft zijn lezing van de gebeurtenissen betwist.

Woodward is het universele voorbeeld van elke reporter, the journalist's journalist, een politieke reuzendoder die al voor het aftreden van Nixon een journalistieke legende was geworden. (Carl Bernstein, met wie hij de Watergate-zaak destijds voor de Washington Post uitspitte, heeft de krant al jaren geleden verlaten en leidt intussen een minder beroemd bestaan). In zijn nieuwste boek is Woodward echter een romanschrijver geworden, dan wel een schrijver van fictieve geschiedschrijving. De gesprekken die hij in zijn boek weergeeft, zou hij niet in zijn krant kunnen afdrukken, want voor die krant (voor elke goede krant) is de zuiverheid van een citaat heilig. De aanhalingstekens aan het begin en het eind van een citaat betekenen zoveel als de zuivere gesproken waarheid – en niets dan de waarheid. Een romanschrijver bedenkt personages die hij met zijn eigen woorden tot leven brengt. Een journalist tekent de woorden van een geïnterviewde op, zonder die met zijn eigen woorden te vermengen. Soms moet hij de woorden uit de mond van een geïnterviewde trekken, maar hij legt zo iemand nooit woorden in de mond. Dat mag in ondeugdelijke processen-verbaal gebeuren, in bona fide journalistiek komt dat niet voor.