Amusante musical over monsterplant

Seymour heet nu Simon, maar de plant in de sjofele bloemenwinkel van Mushnik is er niet minder bloedbelust door geworden. Ook in de Nederlandse versie, die gisteravond in première ging, is de musical Little Shop of Horrors het verhaal van de jonge winkelbediende die zijn ziel aan de bloedzuiger verkoopt en snel merkt dat hij zijn hoofd in een strop heeft gestoken: de monsterplant eist steeds méér bloed – hoe kan hij die bloeddorst in vredesnaam blijven lessen?

Little Shop of Horrors was de camp-film van Roger Corman uit 1960, waarvan in 1982 de gelijknamige Broadway-musical werd gemaakt die vervolgens ook weer is verfilmd. Omdat die laatste film een breder publiek heeft getrokken dan de eerste, denken we dat het met Seymour tenslotte toch nog goed afliep. Maar dat kwam omdat Warner Brothers een happy ending wenste. In de musical is de opruiming aan het slot heel wat radicaler. De plant staat zelfs op het punt de hele wereld te verzwelgen. `Voer me!' is zijn motto.

Het vleesetende gewas met de onverzadigbare bek verschijnt in de show in twee gedaanten: als steeds groter groeiend toneel-attribuut uit de werkplaats van Perspekt Studio's en als Bill van Dijk, die er stem aan geeft. De musical-ster met het ruige rock-geluid paradeert als een fatje in driedelig pak met groene lefdoek heen en weer; hij verlokt en likt zijn lippen, hij fleemt en versiert, en trekt iedereen met wenkende handen het areaal van zijn macht binnen. De rol past hem als de groene handschoen die hij draagt; hij is de diabolische bezweerder, die door de anderen kennelijk niet wordt gezien, maar des te meer gehoorzaamd.

Caroline Frerichs, die laatst de Perspektief-prijs ontving voor haar regie van de musical Company, bewijst ook in Little Shop of Horrors dat ze precies weet welke toon aan te slaan. Haar personages zijn stripfiguren in een verhevigde eind-jaren-vijftig-stijl, maar daarmee is deze `kleine enge winkel' nog niet het decor voor een potje geschmier. De gebeurtenissen moeten ons wel degelijk bij de keel grijpen. Dat dat is gelukt, blijkt bovenal uit het liefdesduet van Simon en zijn Audrey in de tweede helft – ze zijn komisch in hun onhandigheid, maar tegelijk een hartveroverend paar, met hun hunkering naar een huisje in een groeikern.

Joke de Kruijf maakt van Audrey een dotje met een hoog slissend stemmetje, dat in zeven sloten tegelijk loopt en toch overeind weet te blijven. Tegenover haar staat de cabaretier Thomas van Luyn als Simon, de sulligheid zelve, maar toch geen oninteressante karikatuur. Clous van Mechelen speelt de winkelier Mushnik, een zorgelijke middenstander die de Telegraaf leest en handenwringend uitroept: ,,M'n personeel is nog verrotter dan m'n planten.'' Dennis van de Klundert is de geile rocker, tevens tandarts, en Annick Boer, Anne-Marie Jung en Daniela Oonk vormen een bezienswaardig meidentrio met hoog opgekamde haren.

De teksten werden amusant en vindingrijk vernederlandst door Koen van Dijk, terwijl zijn Cyrano- en Joe-kompaan Ad van Dijk de rock-band aanvuurt in de simpele, maar zeer aanstekelijke Brill Building-pop van de liedjes. Niet meer dan acht spelers en vier muzikanten, alles bij elkaar, want in vergelijking met de grote spektakels is Little Shop of Horrors niet meer dan een musical tussen de schuifdeuren. Maar minstens zo bezienswaardig, en ook in deze versie heel wat geestiger dan wat er doorgaans in dit genre wordt gemaakt.

Voorstelling: Little Shop of Horrors, van Howard Ashman en Alan Menken, door V&V Entertainment/Mojo. Vertaling: Koen van Dijk. Muziek o.l.v. Ad van Dijk. Regie: Caroline Frerichs. Gezien: 6/11 in Schouwburg, Tilburg. Tournee t/m 8/4. Inl. (073) 6111679.