Schrijvers en musici strijden om de aandacht

Het was zaterdag geen typisch Crossing Border-publiek dat zich in de grote zaal van Paradiso had verzameld voor het optreden van Emmylou Harris, een van de grootste sterren van deze achtste editie van het festival. Opvallend veel mannen van middelbare leeftijd waren er opeens, vermoedelijk speciaal voor de countryrock-ster gekomen. Ze juichten voor Neil Youngs `Wrecking Ball' en voor Gram Parsons' `Hickory Wind', dat Harris in de vroege zondagochtend speelde op de verjaardag van de overleden Parsons. Harris wisselde oud met nieuw werk af en speelde veel songs van haar nieuwste cd Red Dirt Girl. Live klonken die stukken pittiger dan op de cd, mede dankzij Harris' strak spelende begeleidingsband Spyboy.

Wat Harris met haar nog altijd opzienbarende stem wel niet vermocht, bewees ze in het alleen met haar gitarist gezongen, en akoestisch gespeelde, `Love Hurts'. Een sleetser rock-cliché is er zo langzamerhand nauwelijks denkbaar, maar Harris wist van dit oude nummer een wonder van authenticiteit te maken.

Een andere artiest die zich in een sterstatus mocht verheugen, was Michel Houellebecq. Met een band stond hij vrijdagnacht al in Bellevue zijn teksten te declameren als een heuse popster. Zaterdag hoorde een doodstil publiek in de bomvolle bovenzaal van Paradiso geduldig lange fragmenten in het Frans aan die Houellebecq voorlas uit De wereld als markt en strijd, voorafgegaan door de Nederlandse vertaling. De vertrouwde Crossing Border sandwich-formule een schrijver programmeren vlak voor een concert, zodat het publiek ook nog wat literatuur meepikt werkte omgekeerd in het geval van Houellebecq. Na zijn voordracht werd het ietsje leger in de zaal, toen de Amerikaanse cultheld Daniel Johnston aantrad. Deze invloedrijke singer-songwriter was waarschijnlijk een van de best bewaarde geheimen van het festival. Al zijn hele leven geplaagd door ernstige psychiatrische problemen, had Johnston al een paar jaar niet meer opgetreden, maar hij gaf een fascinerende performance, doorspekt met curieuze terzijdes.

,,I'm from Austin, Texas', riep de zanger uit, ,,and I swear I don't even know what country I'm in right now.' Het publiek geloofde hem op zijn woord. Met soms onvaste, soms ronduit valse stem, zichzelf begeleidend op een gitaar, speelde Johnston zijn bij vlagen briljante nummers, die uitblonken door sterke, bizarre en soms wat melige teksten: ,,I'm going to my funeral and I'm never coming back.' Een fan bleek ook de Amerikaanse schrijver Dave Eggers, die na hem aantrad. Geconfronteerd met een publiek dat vooral meer Johnston wilde horen, verklaarde Eggers dat hij het liefste Daniel Johnston wilde zíjn.

Het onrustige publiek dat nu eenmaal bij Crossing Border hoort, bleek een bron van ergernis voor The Delgados. Deze Schotse band bracht mooie, overwegend langzame, melodieuze nummers, waar ook nog een cello, violen en een dwarsfluit bij kwamen kijken. ,,Shut the fuck up', riep zanger Alun Woodward naar de zaal, die over de nummers heenpraatte. ,,You're not really enjoying yourselves.'

Daar had Coldplay, uitsmijter van het festival, bepaald geen last van. Te oordelen naar de rijen wachtenden die tot aan het einde van het concert voor de zaaldeuren in de Melkweg dromden, was Coldplay dé grote trekker van zaterdagavond. In diezelfde zaal had de Franse Saïan Supa Crew de avond ervoor sensationeel afgesloten met superenergieke, op hiphop- en raggaritmes geïnspireerde rap. Nu werd het, ondanks de uitpuilende zaal, een intieme set, met een verlichte wereldbol op het podium, en soms alleen een spotlight op zanger Chris Martin. Die had er zeker zoveel plezier in als zijn toehoorders. Behalve de nummers van Parachutes zong hij een Nederlands liedje met de regel ,,Ik hou van jou', kwam twee keer terug voor toegiften en kondigde aan wel de hele nacht door te willen gaan als het publiek daar zin in had. En hij had maar één woord voor het festival: ,,Wicked!'

Crossing Border Festival. Gezien: 3-4/11 op diverse locaties in Amsterdam.