Noorwegen vergeet zijn pionierduikers

Duikers uit Noorwegen bewijzen bij het bergen van de Koersk waarom ze zo'n goede reputatie hebben. Maar die reputatie werd opgebouwd door duikers die zich misbruikt voelen.

,,We zijn gebruikt als proefkonijnen.' Guy Tassier, 56, slijt zijn lange dagen met een sociale uitkering in een appartement in Stavanger, de `oliehoofdstad' van Noorwegen. Zijn buik en benen zijn opgezet van de cortisonen waarmee hij jarenlang is behandeld. Hij lijdt aan post-stress syndroom en zijn zenuwstelsel is versleten.

Hoe anders was het destijds, in 1972, toen de oliewinning op het Noorse continentaal plat in de Noordzee begon. Guy Tassier kwam als ervaren duiker naar Stavanger, aangetrokken door het avontuur en de hoge salarissen. Om boringen te doen en vervolgens de olie op te kunnen pompen, waren duikers nodig.

Cowboys werden ze destijds genoemd, duikers zoals Tassier en zijn jongere maat Rolf Guttorm Engebretsen (48), die een blonde paardenstaart draagt die hij pas zegt af te knippen als de regering eindelijk erkent dat zij, de pionierduikers, recht hebben op compensatie voor de schade aan hun gezondheid. Engebretsen is een van woordvoeders van de Nordsjodykker Alliansen, de vereniging van oud-Noordzeeduikers.

,,We hebben ongeveer honderd leden. Allemaal kampen we met psychische en fysieke problemen. De meesten waren getrouwd, maar ze zijn nu gescheiden, op een na – die heeft een vrouw die hem begrijpt omdat ze zelf ook duiker was. Zeventien collega's hebben zelfmoord gepleegd. Enkele tientallen duikers zijn destijds omgekomen. Volgens het Britse ministerie van Energie verloren tussen 1971 en 1977 op het Britse deel van de Noordzee 39 duikers het leven. De Noorse regering heeft nooit onze speciale rol en de nadelige gevolgen daarvan willen erkennen.'

Tassier: ,,Toen ik in 1972 naar Noorwegen ging, had ik nooit dieper gedoken dan 60 meter, in Afrika. Ik had geen ervaring met werken op grotere diepten. Alleen de Amerikaanse marine had regels, maar ook beperkt, voor diep duiken, zoals de tijd die je moet nemen voor de aanpassing aan de druk – één atmosfeer voor elke tien meter water.' Te snel duiken of te snel naar boven komen kan leiden tot caissonziekte, het `koken' van het bloed door het vrijkomen van stikstof in de vorm van gasbellen.

,,De kou in de Noordzee was het ergst', zegt Tassier die in 1974 bij het olieplatform Frigg met twee anderen 257 meter diep dook, destijds een wereldrecord. ,,We experimenteerden met snelle decompressie, vanwege de kou. Vaak ging dat te snel, soms een meter per minuut, gekkenwerk. Dat leidde tot ernstige ongelukken – soms tot aan de rand van de dood. En als je het overleefde, leed je vreselijke pijnen. In het begin hadden we geen ook goede duikerpakken, maar gewone, onverwarmde dry suits. Pas na een jaar of vijf kwamen duikerpakken die met warm water werden verwarmd.'

Tegenwoordig beschikken duikers, zoals de Noren bij de `Koersk', over hot water suits die zeer effectief zijn tegen kou. Bij boringen naar olie of gas in zee gebruikt de industrie al sinds jaren robots die op de zeebodem worden gestationeerd. Maar in de eerste helft van de jaren zeventig waren er nog geen robots. Duikers deden al het werk. Regels voor veiligheid, werktijden en overuren waren er volgens Engebretsen niet. ,,Olie- en duikerbedrijven konden met ons doen wat ze wilden, ook Statoil, de Noorse staatsoliemaatschappij. Ik kan me herinneren dat we een keer vier dagen lang, elke 24 uur, 140 meter diep moesten duiken. That burns people out.'

Tassier: ,,In de winter van 1972-73 woedde een zware storm bij het platform Ocean Viking. Alle leidingen braken. Nadat de storm was gaan liggen, bleek dat een aangeboorde bron verloren was gegaan. We werden naar beneden gestuurd om de bron terug te vinden. De platformmanager loofde 30.000 dollar uit voor het terugvinden van de bron. Ik vond na twee weken zoeken de kabel die naar de bron leidde. Ik wacht nog op de beloning.'

De psychische belasting was misschien nog zwaarder dan die door de kou. ,,Ik ben in zes jaar in Noorwegen zeker vijftien keer in levensgevaar geweest', zegt Tassier. Een keer, in 1979, kon hij een dag lang zijn benen niet meer bewegen, ze waren geblokkeerd door de combinatie van te snelle decompressie en angst. Tassier stopte met het werk en werd instructeur.

Tassier en Engebretsen hopen dat de publiciteit rond de inzet van Noorse duikers bij de Russische onderzeeër Koersk de erkenning van hun pioniersrol, en de compensatie voor de aantasting van hun gezondheid dichterbij brengt. Het is goede `public relations' voor Noorwegen en dat speelt de duikers in de kaart. De meesten zijn destijds als onbruikbaar aan de kant gezet, en worden nu geplaagd door kwalen als gevoelloosheid in de gewrichten. Ze leven vrijwel allemaal van een sociale uitkering.

Heel langzaam is in Noorwegen het besef gegroeid dat iets voor de duikers gedaan moet worden. Prof. Harald Nyland, een Bergense arts, heeft in 1992 vastgesteld dat alle Noordzeeduikers in meer of mindere mate aan post-stress syndroom en aantasting van het zenuwstelsel lijden. Maar pas deze zomer is een commissie gevormd die de verantwoordelijkheid van de overheid onderzoekt.

    • Jan Gerritsen