Met Beatrix aan de keukentafel

Op papier lijkt het zo veelbelovend: portretten van gedupeerde Nederlanders die een brief schrijven aan de koningin. Wie zijn die brievenschrijvers, vraag je je af. Zijn het er veel? Waarom roepen ze de hulp van Beatrix? Wordt hun smeekbede ook verhoord? En antwoordt ze echt zelf? Brieven aan de koningin, een driedelige documentaireserie van de NCRV, geeft alleen op die eerste vraag een duidelijk antwoord.

Documentairemaker Jelle Peter de Ruiter had het zichzelf dan ook niet makkelijk gemaakt. Want dat dergelijke brievenschrijvers bestaan is bekend. Alleen: hoe vind je ze? Het Kabinet der Koningin, dat de verzoekschriften namens de koningin behandelt, wilde geen namen geven. Te privacygevoelig. En dus plaatsten De Ruiter en zijn researchers oproepen in kranten en gingen zij te rade bij organisaties als Vluchtelingenwerk en De Ombudsman.

Op de selectie – een vluchteling, een boerengezin en een gevangene – valt weinig aan te merken. Van de acht mensen die dagelijks in de pen klimmen, lijkt dit een reële dwarsdoorsnede. Toch krijgt de kijker het gevoel dat het hier geen authentieke brievenschrijvers betreft, maar mensen die op verzoek van de NCRV een smeekbede opstelden, in ruil voor nationale aandacht voor hun case.

Al in de eerste aflevering krijgt het schrijven een plichtmatig karakter. Boerin Dianne van den Heuvel legt Beatrix aan de keukentafel uit hoe haar gezin in financiële nood geraakte. ,,We hadden een varkensbedrijf, maar raakten de dieren kwijt door de varkenspest. Nu hebben wij een bedrijfsschuld van 700.000 gulden. Alstublieft, helpt u ons. U mag altijd bellen of langskomen.''

Vervolgens spuit boer Harry een half uur lang zijn gal tegen de overheid, die aan ,,boertje pesten'' doet en hem als ,,aangeschoten wild'' behandelt. IJsberend door zijn lege varkensstal, peinst hij hardop over de toekomst – van zijn bedrijf én zijn huwelijk dat inmiddels ook een dieptepunt heeft bereikt.

Filmer Jelle Peter de Ruiter ontkent dat de geportretteerden werden aangespoord een brief te schrijven. ,,Natuurlijk moest de brief voor de camera opnieuw worden geschreven; dat verklaart misschien ook waarom het enigszins kunstmatig aandoet. Maar aan de echtheid doet het niets af – deze mensen waren wel degelijk zélf op het idee gekomen.''

De tweede aflevering van Brieven aan de koningin is in dat opzicht geloofwaardiger. Ook de Kongolese vluchteling Raphaël Biti-Kalo heeft zichtbaar moeite met het schrijven van een pleidooi. Maar in zijn geval heeft dat weinig met pessimisme te maken: Kalo is blind, en schrijft zijn brief met behulp van een brailleboek.

De Kongolees wacht al drie jaar op een verblijfsvergunning, na te zijn gevlucht uit het land van dictator Mobutu. ,,Majesteit,'' schrijft hij ,,ik heb de eer om met alle respect voor uw waardige troon te verschijnen om u mijn probleem aangaande mijn asielaanvraag voor te leggen.''

Tegen een vriend merkt hij op dat de sa majesté la reine Beatrix ,,veel mensen helpt''. Voor hem is ze de ,,de stem der stemlozen en het oog der ooglozen''.

Brieven aan de koningin, Ned.1, 22.56-23.40u.