Levensverhalen van een oud vrouwtje en een babyboomer

Vuile Dieve is fusietheater. Het is laatste locatievoorstelling van Hollandia voordat de groep fuseert met Het Zuidelijk Toneel. De productie speelt in de Hoogovens te IJmuiden, het staalbedrijf dat na een fusie Corus is gaan heten. Vuile Dieve zelf is een fusie tussen theater, muziek, videokunst en twee levensverhalen die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben.

Die laatste fusie komt pas tijdens de voorstelling tot stand. Als we beginnen, zien we in de, tot tijdelijk theater omgebouwde fabriekshal een mooi decor vol contrasten. Links staat bovenop een berg kolen een krakkemikkig bedje met een stokoud vrouwtje erin. Voor de kolenberg staan wat vooroorlogse keukenspullen, een aanrecht en veel emmers. Rechts staat een modern bed op een tapijt van brokken zout. Daarin ligt een rijke, jongere vrouw.

Elsie de Brauw speelt de oude vrouw. Haar tekst is gebaseerd op een interview van Marike Nieuwint met Schillen-Nel uit Roelofsarendsveen, een schippersvrouw die in 1992 op 99-jarige leeftijd overleed. De Brauw heeft een prachtig gegrimeerde kop vol rimpels en kwabben. Ze vertelt een eenvoudig levensverhaal van tegenspoed, dood, en hard werken. Ze scharrelt rond in haar keuken, valt verschillende malen om, maar leeft onverstoorbaar verder. De Brauw vervalt aanvankelijk teveel in bekkentrekkerij: ogen samengetrokken en de tongpunt uit haar mond. Later weet ze er een mooi oud vrouwtje van te maken, naar wier gescharrel ik urenlang zou kunnen kijken.

Links van haar ontwaakt ondertussen de miljonaire Nina, gespeeld door sopraan Jannie Pranger. Zij vertelt het verhaal van de oprichtster van The Body Shop, een vrouw die in haar hippiejaren de wereld rondreist, daarna een winkeltje met natuurlijke smeerseltjes begint, dat uitgroeit tot een miljoenenconcern. Bijzonder is dat Pranger haar verhaal zingt, begeleid door toetsenist Ton van der Meer. De muziek is een fusie van industriegeluiden, gepiel op een oude DX7-synthesizer, eendengekwaak, vogelzang, en samples van Fauré en Varese.

Nergens komen de twee verhaallijnen samen, maar door ze te combineren werken ze toch op elkaar in. Vooroorlogse Nel is een eenvoudige vrouw die een statisch, klein bestaan ondergaat. Na-oorlogse Nina zet het leven naar haar hand. Haar grote leven is een spel, ze zorgt zelf voor enorme veranderingen. Wat de twee vrouwen bindt is een heilig geloven in hard werken. Allebei eindigen ze met niets.

Regisseurs Paul Koek en Johan Simons weten de fusiepartijen goed bijeen te houden. Alleen het verband met de locatie is vaag, al is het aardig om eens een toneelstuk in de Hoogovens te zien. De videokunstenaars van Eve Bytes zijn de enige die iets met de locatie doen, door beelden van staalarbeiders op een gordijn van stoom te projecteren.

Er zit veel schoons in Vuile Dieve, toch kan zij me niet genoeg bekoren. Om te beginnen is het Veense dialect van De Brauw en het zingen van Pranger slecht te verstaan. Zonder tekstboekje op schoot gaat er veel verloren. Hierdoor wordt het erg moeilijk om betrokken te raken bij de vrouwenlevens. Verder houd ik niet van het gekunstelde zingzeggen zoals Pranger dat doet. De begeleidende synthesizermuziek is me te steriel.

Daarbij komt dat, ondanks de bijzondere vorm en plaats, het verhaal van Nina te gewoon is. Het klinkt als een interview in een economisch tijdschrift. Nina is te veel een kind van haar tijd. Ze wordt geen mens maar blijft een vehikel om de geschiedenis van de naoorlogse babyboomers aan op te hangen. In mindere mate geldt dat ook voor Nel. Ze blijft een type. Ze is te weinig Nel en teveel een gewone oude vrouw. Niet bijzonder genoeg.

Voorstelling: Vuile dieve van Hollandia. Regie: Paul Koek, Johan Simons. Tekst: Tom Blokdijk. Muziek: Ton van der Meer e.a. Spel: Elsie de Brauw, Jannie Pranger. Gezien: 4/11 Corus (Hoogovens) IJmuiden. Aldaar t/m 17/12. Inl. (075) 6310231, www.theatergroephollandia.nl.