Het wilde westen van China is vooral arm

In West-China, waar de meeste Chinese minderheden wonen, is armoede troef.

De veronruste regering wil het gebied tot ontwikkeling brengen. Dus worden buitenlandse investeerders `gelokt'.

In Chengdu, de hoofdstad van de West-Chinese provincie Sichuan, wordt al sinds jaar en dag de grap gemaakt dat het evenbeeld van Mao Zedong, prominent in het stadscentrum geplaatst, de verkeerde kant uit kijkt. De grondlegger van de Volksrepubliek China, in meters hoog wit marmer gehakt, kijkt naar het zuiden, waar aan de horizon de villa's van de nieuwe rijken verrijzen. Maar volgens de vele armlastige inwoners van Chengdu biedt een blik op de andere delen van de stad een wijzere les. `Voorzitter Mao, kijk toch naar het noorden. Daar wordt voor een hap eten een moord gedaan. Voorzitter Mao, kijk toch naar het oosten. Daar wordt voor een hap eten met de hoed rondgegaan. Voorzitter Mao, kijk toch naar het westen. Daar wordt voor een hap eten corruptie begaan.'

De inwoners van Chengdu vertellen dat het onveilig is achter de rug van Mao. Immers, daar ligt het stationsdistrict en arme migrantenboeren die pas uit de trein zijn gestapt, zetten er hun eerste schreden in de harde stadse werkelijkheid. Ze worden er systematisch uitgebuit of beroofd.

In het oosten zijn de problemen van andere aard. Daar is het oude industriedistrict. Het is een gebied waar de fabrieken geen namen maar nummers hebben en waar buitenlanders lange tijd geen stap mochten zetten omdat er geheim militair materieel werd geproduceerd. Maar inmiddels zijn de meeste van die fabrieken over de kop gegaan en hun werknemers op straat beland.

In het westen van de stad ten slotte huist de oorzaak van al het kwaad. Het district is het hoofdkwartier van de overheid. Volgens de bevolking vult de partij er voornamelijk haar eigen zakken en werkt er geen ambtenaar die nog geeft om het lot van de gewone man.

Met zoveel bitterheid onder de mensen is het geen verrassing dat het laatste politieke initiatief van het stads- en provinciebestuur door weinigen wordt gesteund, laat staan bejubeld. Beide besturen zijn vorige maand met een ambitieuze campagne begonnen voor de economische ontwikkeling van West-China, waarbij Sichuan, de volkrijkste provincie van het land, op eigen verzoek het voortouw heeft genomen. De campagne `Laat het Westen opleven' is een echo van de plannen die eerder dit jaar door de centrale regering in Peking werden opgesteld. Sichuan wil laten zien dat het meer dan serieus bezig is met de uitvoering van die plannen. Provincie en stad organiseerden een driedaags seminar dat in opzet en omvang meer leek op een internationaal formum van de Verenigde Naties dan op een lokaal initiatief van een arme boerenprovincie. Kosten noch moeite werden gespaard om vooral buitenlandse ondernemers te laten zien dat West-China, maar vooral Sichuan, een hoop te bieden heeft. Er werden een mega conferentiecentrum gebouwd, gratis vliegtickets verstrekt, gratis slapen, eten en drinken aangeboden en een nieuwe vloot zwarte Volkswagen sedans aangeschaft voor kosteloos vervoer. De bevolking werd overspoeld met goede voornemens, die in witte karakters op muren, schuttingen, spandoeken en torenhoge posters stonden geschreven.

De buitenlandse ondernemers kwamen, in groten getale zelfs. De bevolking zag ze af en toe in colonne met zwaailichten voorbij zoeven om ze vervolgens druk orerend voor een Chinees gehoor groot in beeld te zien op de lokale televisiestations. Het gaf een gewichtige indruk, maar serieuze contracten bleven uit. ,,We willen best', nam Harry Koller, een zakenman uit Australië, het voor zijn collega-ondernemers uit het buitenland op, ,,maar de bureaucratie is hier log en onflexibel.'

Hij bleek niet de enige met die mening. Veel `eregasten' uit het Westen hadden hun twijfels. Alleen de ogen van de manager van McDonald's lichtten op bij de gedachte aan de malende kaken van 285 miljoen potentiële klanten – de totale bevolking in de negen provincies die China heeft bestemd voor de exclusieve ontwikkeling. ,,Het potentieel aan consumenten is enorm', watertandde manager Jonathan Leung.

De Weekendkrant van het Zuiden, een publicatie uit Kanton, berichtte dat het organiserend comité van `De conferentie van het Westen' maar liefst dertig miljoen gulden had uitgegeven aan de bijeenkomst. Wie verder in China nog lef had, sprak er openlijk schande van. Dat een arme provincie als Sichuan, die kampt met een werkloosheid die ver boven het landelijk gemiddelde ligt en een omvangrijk armoedeprobleem kent, zoveel geld had durven te steken in een driedaagse bijeenkomst die geen concrete resultaten had opgeleverd, werd ongehoord gevonden.

Voor de bevolking van Chengdu, en in de rest van de provincie (voor zover men weet had van de bijeenkomst), was het geen opmerkelijk nieuws. ,,Het zijn en blijven zakkenvullers', is het commentaar van een gepensioneerde fotograaf wiens hele familie werkloos is omdat ze stuk voor stuk bij een van de inmiddels over de kop gegane staatsfabriek hebben gewerkt. Zijn tong is zo scherp als de Sichuanese keuken en hij nagelt tijdens een vurig betoog de hele communistische partij aan het kruis. ,,Die lui uit het buitenland krijgen onze failliete fabrieken niet te zien. Ze worden alleen naar high tech bedrijven en prestigieuze projecten gelokt. Maar hier in de Oosthoek (het oude fabrieksdistrict van Chengdu), waar wordt geleden en mensen tot de bedelstaf zijn veroordeeld, komt geen hond.'

In feite geldt dat laatste voor alle negen West-Chinese provincies. Het gebied beslaat de helft van China, hebergt een vijfde van de bevolking, maar loopt in praktisch alle opzichten achter bij de rest van het land. Volgens de officiële statistieken is het inkomen per hoofd van de boerenbevolking met 108 dollar slechts een vierde van het gemiddelde inkomen in Oost-China. Negentig procent van de armste Chinezen woont in West-China. En het gebied trok vorig jaar niet meer dan tien miljard dollar aan investering aan, terwijl in heel China voor driehonderd miljard dollar werd geïnvesteerd.

Het zijn die in het oog lopende verschillen die een bekende Chinese econoom er zes jaar geleden toe zette onderzoek te doen naar de politieke implicaties van de ongelijkheid. Hu Angang legde de lokale overheden in West-China de vraag voor wat zij dachten dat er zou kunnen gebeuren wanneer de ongelijkheid zou blijven bestaan. Het antwoord was zo alarmerend dat de regering mede op basis van Hu's onderzoek het plan opstelde voor de ontwikkeling van West-China. 85 procent van de ondervraagde ambtenaren bleek te verwachten dat het gebied zou vervallen in sociale instabiliteit. En zestien procent ging er zelfs vanuit dat hun deel van het land zich onafhankelijk zou verklaren.

,,De regering ziet inmiddels het belang van economische hulp aan West-China in', zegt Hu. ,,Maar zij concentreert zich op de verkeerde projecten.' Volgens Hu, die werkzaam is aan de Qinghua universiteit in Peking en adviseur is geweest van president Jiang Zemin, richt de overheid zich te veel op prestigeprojecten. ,,De ongelijkheid is toegenomen, de verschillen zijn groter geworden. De overheid werkt ongelijkheid in de hand en moet zich terugtrekken uit de markt. Zij zou zich meer moeten richten op het opheffen van armoede en de ontwikkeling van onderwijs.' Hu gelooft dat in de minderhedengebieden ten minste 15 procent van de bevolking onder het bestaansminimum leeft. In het westen van China, waartoe Tibet en Xinjiang ook behoren, woont 80 procent van China's officieel erkende minderheden.

Pogingen van een man als Li Yongjie, die in opdracht van het stadsbestuur van Chengdu boerenjongeren uit arme districten in Sichuan een opleidingsplaats en een baan verstrekt, zijn weinig bemoedigend. Jaarlijks biedt zijn project, het enige in zijn soort in Sichuan, plaats aan niet meer dan honderd jongeren. En hoewel Li zijn uiterste best doet de matig getalenteerde boerenjeugd bij de les te houden, vallen veel van zijn leerlingen op den duur af.

Xiong Li, een 18-jarige meisje uit Luzhou, in Zuid-Sichuan, legt uit waarom: ,,Boeren kunnen geen vestigingsvergunning krijgen voor de stad.' En dus vinden de meesten van hen zelfs na hun korte cursus computergebruik, huishoudelijke hulp of reisbegeleiding geen werk. ,,Als vrouw kun je hier alleen aan de slag wanneer je lang en mooi bent.' Ze glimlacht betoverend, maar, zegt Xiong, ,,daar koop ik niets voor.'

    • Floris-Jan van Luyn