Grieken en Turken langzaam nader tot elkaar

De toenadering tussen Griekenland en Turkije hortte toen vorige maand een gezamenlijke militaire oefening in ruzie ontaardde. Het bezoek van de Turkse vice-premier Yilmaz, toonde vorige week dat de ruzie niet desastreus was.

,,Meneer de minister, hebt u al uw vingers nog?' aldus vroegen onbeschaamde Griekse reporters de Turkse vice-premier Mesut Yilmaz eind vorige week tijdens diens tweedaags bezoek aan Athene dat met talrijke handdrukken gepaard ging. De bewindsman had daags voor zijn komst de al even onbeschaamde opmerking gemaakt dat je ,,na een handdruk met een Griek altijd je vingers moet tellen'. Het was een grapje geweest, verduidelijkte hij ten overvloede in Athene.

Yilmaz is belast met de Europese zaken en werkt naar buiten toe zoveel mogelijk aan het Europese imago van zijn land dat, blijkens een recent rapport aan het Europese Parlement, nog vele hiaten vertoont. Op de EU-conferentie van Helsinki van bijna een jaar geleden werd bepaald dat tot dit imago ook bijdraagt de mate waarin Ankara werkt aan betere betrekkingen met Athene, met inbegrip van de kwestie-Cyprus.

De betrekkingen zijn het afgelopen jaar inderdaad verbeterd, vooral op wat Yilmaz noemde ,,het niveau van de burgers'. Er zijn nu contacten en uitwisselingen op vrijwel elk gebied. Yilmaz was in de Griekse hoofdstad voor een nieuwe conferentie van zakenlieden en ondernemers uit beide landen, en hij stelde het gemak waarmee deze met elkaar omgaan uitdrukkelijk ten voorbeeld aan de politici. De handel tussen Griekenland en Turkije is in één jaar met 33 procent toegenomen, en ook het toerisme neemt hoge vlucht, vooral ook dat van Turken naar de Griekse eilanden.

Deze toename van normale contacten leek eerder dit jaar zelfs op te gaan voor de militairen. Een NAVO-oefening waaraan Griekse en Turkse eenheden deelnamen voltrok zich in het voorjaar op Griekse bodem, met inbegrip van een Turkse landing. De herhaling in Turkije vorige maand onder de naam Designed Glory 2000 liep echter op een mislukking uit wat de Grieks-Turkse contacten betreft. Wel landden Griekse troepen nog op Turkse bodem, maar daarna kwam er verschil van mening over het verkeer in de lucht. De Turkse legerleiding greep terug op een oud stokpaardje: het eiland Limnos, in het noorden van de Egeïsche Zee, mocht niet militair worden ingeschakeld want volgens het Verdrag van Lausanne (1923) diende het gedemilitariseerd te blijven. De Grieken stellen dat het Verdrag van Lausanne is achterhaald door dat van Montreux (1936) dat wèl voorziet in militarisatie. Binnen de NAVO leek men zich bij dit standpunt aan te sluiten, maar toen Turkije Griekse vliegtuigen die van Limnos waren opgestegen ging onderscheppen, kreeg Athene van deze organisatie geen hulp. Het verliet vervolgens uit protest de oefening enkele dagen voordat die teneinde liep.

Dit betekende de eerste hevige aantasting van de Grieks-Turkse toenadering, en het leidde vorige week tot het uitstel op Grieks verzoek (niet afstel) van een NAVO-ceremonie in Boedapest waarbij de beide ministers van Buitenlandse Zaken Jorgos Papandreou en Ismail Cem – inmiddels `vrienden' geworden – een prijs zouden krijgen. Het doorgaan van het bezoek van Yilmaz duidde er echter op dat het met de toenadering nog niet is afgelopen. Yilmaz uitte zich, vlak na de vingergrap, opvallend gematigd en wat de door Athene verlangde Europeanisering van zijn land betreft schakelde hij vooral de factor tijd in.

,,Gun ons tijd', zo drong hij aan, ,,waarin de Europeaniserende krachten in ons land verder kunnen komen bovendrijven'. Hij liet doorschemeren dat er ook tegenkrachten waren, zonder zover te gaan de legerleiding daarbij te betrekken. Hij herinnerde eraan dat hij al sinds 1988 als zowat enige Turkse politicus de mogelijkheid wil openhouden om met de Grieks-Turkse conflicten naar het Internationale Hof van Justitie in Den Haag te gaan, iets waar Athene vanouds op aandringt en waar blijkens Helsinki nu ook de EU op langere termijn een voorstander van is. Maar eerst moet de dialoog worden geprobeerd, zei hij.

Het opmerkelijke is dat ook Jorgos Papandreou de vele verwijten die hem worden gemaakt over toegeeflijkheid jegens Ankara pareert met een oproep tot geduld — tot inschakeling van de factor tijd, met andere woorden. Ook hij is optimistisch dat de bereidheid van Brussel tot opneming van Turkije de Europees denkende krachten in dat land aan de oppervlakte zullen brengen. Zijn geduld wordt door velen in de eigen socialistische partij en in de oppositie niet gedeeld, maar Papandreou blijft de meest populaire politicus in Griekenland. ,,Het lijkt wel of zijn populariteit gelijke tred houdt met zijn elasticiteit' schreef onlangs mismoedig de oppositiekrant Eleftheros Typos (Vrije Pers).