Goede monsters

,,Ik kom uit Texas in de Verenigde Staten'', zegt Daniel Johnston halverwege zijn optreden in de kleine zaal van Paradiso in Amsterdam. ,,Ik zweer dat ik niet weet in welk land ik nu ben. Ik vraag me af of ik ooit nog thuis kom.'' Zeker meende hij dat, zegt Jeff Tartakov, die Johnston al vijftien jaar begeleidt, na afloop van het optreden. ,,Vorig jaar zou hij een show gaan doen in Berlijn. `Ik hoor dat je naar Duitsland gaat', zei ik tegen Daniel. `Dat weet ik niet, hoor', zei hij. `Maar ik ga wel naar Berlijn'.''

Johnston maakt al twintig jaar muziek, maar zijn optreden afgelopen zaterdag op het Crossing Border festival was zijn eerste concert in Nederland. Tot het laatste moment is het onzeker of het doorgaat, omdat Johnston (39) lijdt aan een ernstige vorm van manisch-depressiviteit. In de tweede helft van de jaren negentig viel hij helemaal stil, maar nu gaat het beter met hem dan ooit. Dat is te danken aan een nieuw medicijn, Olanzipine. Hij is voor het eerst in staat om een korte Europese tournee te maken. ,,Maar een week is wel het maximum'', zegt Nigel Turner van het kleine Britse label Pickled Egg, dat Johnstons nieuwe cd Rejected Unkown uitbracht. ,,Niet eens zozeer voor Daniel, als wel voor zijn begeleiders. Hij heeft voortdurend aandacht nodig.''

Johnston maakt simpele, indringende nummers, waarbij hij zichzelf - primitief - begeleidt op gitaar of piano. Hij geldt als de ultieme musican's musician. Tot zijn fans behoren collega's als Michael Stipe van R.E.M. Hij krijgt grotere bekendheid als Kurt Cobain van Nirvana in 1992 een T-shirt van Johnston draagt bij de uitreiking van de MTV music awards. Matt Groening, de bedenker van de tekenfilmserie The Simpsons, noemt hem zijn favoriete popartiest. Toch is een doorbraak naar een groter publiek uitgebleven. Een periode van grote creativiteit en succes wordt bij Johnston steevast gevolgd door een diepe crisis, zo valt te lezen in de vorig jaar verschenen biografie Hi, How Are You? van Tarssa Yadzani. Hij heeft nooit echt aan de weg kunnen timmeren.

Begin jaren tachtig doet hij voor het eerst van zich spreken. Hij maakt in hoog tempo een groot aantal tapes in de garage van zijn familie, gespeeld op speelgoedinstrumenten, en opgenomen op een Sanyo cassetterecorder van 59 dollar. Die cassettes deelt hij op straat uit in Austin, Texas. Klassiekers als Yip/Jump Music en Hi, How Are You? (nog steeds verkrijgbaar via internet: www.museumoflove.com) hebben veel invloed op de zogenaamde Lo-Fi-stroming in de popmuziek van begin jaren negentig, als het ineens hip is om platen op te nemen op rudimentaire apparatuur. Johnston wordt een lokale beroemdheid. Hij treedt midden jaren tachtig twee keer op in een special over Austin van het MTV-programma The Cutting Edge. Maar als het tweede programma wordt uitgezonden, zit hij in een kliniek, na een slecht uitgevallen LSD-trip. Zijn wanen worden gevaarlijk. Hij valt mensen aan, om te proberen om de duivel bij ze uit te drijven. In één geval dringt hij het appartement binnen van een bejaarde vrouw, waarbij zij, terugdeinzend, van tweehoog uit het raam valt. Een nieuwe opname in een inrichting volgt.

Een tweede kans lijkt begin jaren negentig te komen als - in het spoor van het succes van Nirvana - twee grote platenmaatschappijen, Electra en Atlantic, hem een contract aanbieden. Electra doet het beste bod, dat rekening houdt met zijn fragiele mentale staat: geen verplichtingen om te touren of om promotiewerk te doen. Toch tekent Johnston uiteindelijk bij Atlantic, mede omdat Electra de band Metallica onder contract heeft en hij ervan overtuigd is dat hun `Master of Puppets' is geïnspireerd door de duivel. Sessies voor wat uiteindelijk Fun (1994) zou worden, zijn eerste en enige plaat voor een groot label, verlopen moeizaam. De prestatiedruk is te groot. De plaat haalt het niet bij het optimistische (en daarom voor Johnston uitzonderlijke) Artistic Vice (1991), zijn beste plaat tot nu toe. Fun verkoopt slecht en Atlantic laat Johnston vallen. Inmiddels is hij dus bezig aan zijn derde wederopstanding. Hij woont bij zijn ouders in Texas, die er op toezien dat hij zijn dagelijkse medicijnen inneemt. Zijn tachtigjarige vader is tevens zijn manager.

De thema's van zijn liedjes, en ook van zijn tekeningen die momenteel worden tentoongesteld in Londen, stammen allemaal uit zijn kindertijd: striphelden als Captain America en zijn persoonlijke beschermengel Casper, het vriendelijke spookje; film-monsters als King Kong en Frankenstein, goede maar onbegrepen wezens in zijn werk; christelijke symboliek - hij groeide op in een zeer religieus gezin - als de profeet Jeremiah, die in zijn tekeningen de gedaante heeft aangenomen van een kikker met ogen op steeltjes; de Beatles, zijn grote helden, en Laurie, zijn grote liefde. Al twintig jaar schrijft hij liedjes voor Laurie - inmiddels een vrouw met twee volwassen kinderen en een baan in de IT-sector - waar hij eind jaren zeventig naast zat tijdens een tekencursus aan de Kent State University in Ohio. Hij zingt over gebeurtenissen in het verleden alsof ze gisteren hebben plaatsgevonden.

Hij schept zo zijn eigen wereld, maar toch wordt de luisteraar geen moment buitengesloten. Daarvoor is zijn talent te groot voor treffende, rechtstreekse formuleringen - ,,You must be wrong, if you think you don't love me'' - en, vooral, voor melodie. Hoewel zijn psychiatrische problemen steeds doorklinken, is zijn muziek nooit tenenkrommend. Het is eerder bijna beangstigend, dat het zo gemakkelijk is om je in te leven in zijn eenzame liedjes. Hij is erg dik geworden, zo bleek in Paradiso, door zijn Coca Cola-verslaving (,,Light-cola is niet te drinken'') en zijn hoge stem is aangetast door sigarettenrook. Hij speelt uitsluitend nieuwe nummers, in een voor zijn doen ontspannen optreden. Tot tien minuten voor het concert heeft hij liggen slapen. ,,Misschien is dat iets wat je voortaan vaker zou moeten doen'', zegt Tartakov na afloop tegen Johnston, die zeer tevreden is. Zijn enorme productie (honderden liedjes) is onevenwichtig - hoe kan het anders? Maar Johnston is nog steeds een van de grote songschrijvers van zijn generatie.

Tarssa Yadzani, Hi, How Are You? The Definitive Daniel Johnston Handbook, Soft Skull Press. De VPRO heeft opnamen gemaakt met Johnston, die begin januari zullen worden uitgezonden in De Avonden op Radio 5.

    • Peter de Bruijn