Euthanasienormen

EUTHANASIE LEVERT een schoolvoorbeeld van het belang van de rechtspraak in het staatsbestel. De wetgever heeft de rechtsontwikkeling vijfentwintig jaar lang overgelaten aan niet democratisch controleerbare rechters. Maar nu hebben regering en parlement deze gevoelige materie toch ter hand genomen. Dat is alleen al van belang voor de rechtszekerheid. Wetgeving heeft op dit punt principieel meer te bieden dan de fraaiste jurisprudentie. De vraag is wel wat de eigen inbreng van de wetgever is nadat de rechters al de nodige knopen hebben doorgehakt. De Leidse hoogleraar bestuurskunde Steunenberg heeft daar geen hoge pet van op. In een recente beschouwing betoogt hij dat het voor de politiek moeilijk, zo niet onmogelijk is om op dit gebied nog met nieuwe initiatieven in de vorm van wetgeving te komen.

Op zichzelf is dat een groot compliment voor de rechterlijke macht. De rol van `veiligheidsventiel', het oppakken van vragen waar de wetgever niet uitkomt, is voor beide partijen niet zonder risico. Voor de wetgever omdat het zijn gezag ondermijnt als hij de grote vragen van de samenleving laat liggen, voor de rechters omdat zij democratische legitimatie missen. De Hoge Raad heeft zich in de analyse van Steunenberg niet neergelegd bij de status quo – en dus zelf beleid ontwikkeld – maar wel steeds gezocht naar de politiek meest haalbare oplossing. Het is de vraag of het wel zo erg is wanneer het politiek debat daarmee wordt ingehaald. Een gewetensvraag als de legalisering van euthanasie verdient bij uitstek een vrije kwestie te zijn waarbij de partijdiscipline een stap terug doet.

ER BLIJFT VOOR de politiek trouwens voldoende te kiezen, al was het alleen wat betreft de precieze formulering van de zorgvuldigheidsnormen die in acht dienen te worden genomen bij een verantwoorde euthanasie of hulp bij zelfdoding. Juist terwijl de Tweede Kamer een zogeheten wetgevingsoverleg hield over deze kwestie, verleende de rechtbank in Haarlem ontslag van rechtsvervolging aan een arts die de bejaarde oud-senator Brongersma had geholpen zijn leven te beëindigen, omdat hij daar alleen nog maar onder leed. Ook al was er geen sprake van een zware ziekte in de gebruikelijke zin van het woord.

Daarmee staat het vereiste van een ,,uitzichtloos en ondragelijk lijden' weer in het brandpunt van de belangstelling. De vraag is in hoeverre artsen daarover eigenlijk een professioneel oordeel kunnen hebben. Anderen zijn daarentegen bezorgd voor een `pil van Drion', het door een oud-lid van de Hoge Raad bepleite thanaticum naar wens voor iedereen boven een bepaalde leeftijd.

Ondanks het wetgevingsoverleg en duidelijke steun in de Kamer voor de oplossing van de Haarlemse rechtbank was de eerste reflex van minister Korthals (Justitie) om aan te dringen op hoger beroep. Het openbaar ministerie is nu in hoger beroep gegaan. Een directe opdracht tot vervolging kwam de vorige minister Sorgdrager te staan op forse kritiek. Een vervolgproces blijft altijd moeilijk voor de betrokkene, maar op zichzelf is de Haarlemse zaak een hogere uitspraak waard. Zij illustreert ook dat regering, parlement en wetgever en rechter zijn verwikkeld in een complex menuet.