Egyptes tamme oppositie bijna failliet

Op 17 oktober was de eerste ronde van de parlementsverkiezingen in Egypte, woensdag zijn ze voorbij. Hoe organiseert een regime zijn overwinning? Een oefening in dictatoriale democratie. Vandaag het tweede artikel in een serie: de oppositie.

Handenwrijvend stond Wafd-voorzitter Numaa Jamaa begin september na zijn onderhoud met president Mubarak de pers te woord. Het was al heel bijzonder dat Mubarak tijd had gemaakt voor de voorzitter van de grootste oppositiepartij in het Egyptische parlement. Maar wat hij Jamaa had te zeggen, was dat nog veel meer. ,,De president heeft voorspeld dat de Wafd bij de komende verkiezingen wel 100 zetels zal halen', aldus een uitgelaten Jamaa.

Dat Jamaa om zetels bedelt bij de macht waartegen hij oppositie zegt te voeren, illustreert mooi de werking van Egyptes pseudo-democratie, waarin de president en het leger de dienst uitmaken en het parlement een applausmachine is. En dat Jamaa er zelf de ironie niet van inziet en met zijn smeekbede de publiciteit zoekt, illustreert treffend hoe failliet zijn partij is. De Wafd is nu nog de grootste oppositiepartij in het Egyptische parlement, met vijf van de 454 zetels, 1,1 procent. Alle oppositiepartijen tezamen hadden in het oude parlement minder dan 3 procent.

De legale oppositiepartijen in Egypte doen het slecht en dat heeft niet alleen met onderdrukking te maken. President Mubarak wil waarschijnlijk werkelijk dat de Wafd fors groeit; Egypte werkt aan een democratischer imago en daar passen geen overwinningen bij van 97 procent, zoals gebeurde in 1995.

Het probleem zijn de partijen zelf, die in veel opzichten een spiegelbeeld vormen van de Arabische regimes waartegen ze zich zo afzetten. Zo is de eigen krant van de Wafd net zo hysterisch-lyrisch over de eigen partij als de Egyptische staatskranten over Mubarak. De deze zomer op 90-jarige leeftijd overleden voorzitter van de Wafd, Fouad Seraggeddin, bleef tot zijn dood de baas, net zoals Arabische koningen en presidenten. Hij won interne partijverkiezingen met dezelfde marges als Mubarak de landelijke. Voor hij stierf bewoog Serrageddin nog hemel en aarde om te worden opgevolgd door zijn zoon, net zoals Arabische leiders in de regio. Dat mislukte ternauwernood.

Uiteraard moedigt het Egyptische regime deze gang van zaken aan, omdat het zelf nog bijna positief afsteekt bij de oppositiepartijen. Het verleent ook geen vergunningen aan nieuwe partijen, behalve laatst aan de obscure Umma partij, die zich inzet voor Afrikaanse eenheid en kernwapens. De Egyptische kiezers hebben in ieder geval duidelijk genoeg van de Wafd, want geen enkele van de 72 kandidaten veroverde bij de eerste ronde van de verkiezingen een zetel, ondanks Mubaraks `belofte'.

Veel succesvoller is tot nu toe de illegale oppositie, die kandidaten nomineert als `onafhankelijken' en al vijftien zetels won. Dit zijn de Moslimbroeders, een verboden maar nooit volledig uitgeroeid verbond van onder andere artsen, ingenieurs en advocaten, dat zegt langs vreedzame weg de samenleving te willen `islamiseren'. Volgens veel waarnemers zouden de Moslimbroeders zeker de helft van de zetels winnen, als ze dezelfde vrijheid kregen als andere kandidaten.

Maar die krijgen ze niet. In de aanloop naar de verkiezingen werd hun krant gesloten en verdwenen honderden prominenten en campagnestrategen in de gevangenis. Alle vijf doden tot nu toe tijdens de campagne vielen in districten waar Moslimbroeders op winnen stonden. De politie vuurde lukraak in de menigte om kiezers af te schrikken.