Een bevlogen controlfreak

Noem Hein Verbruggen de peetvader van de wielersport en hij begint te blozen. Noem hem de voorzitter van de club met de meeste gedrogeerde leden en hij spuugt vuur. Dan vlammen zijn ogen, dan loopt zijn hoofd rood aan en verheft hij zijn stem als een mislukte tenor.

De voorzitter van de internationale wielrenunie is met hart en ziel betrokken bij de sport die hem het meest aanspreekt. Al voor Verbruggen in de jaren zeventig als salesmanager van de fabriek die Mars-repen produceerde Joop Zoetemelk in de armen sloot, was de geboren Helmonder gek van wielrennen. Met het Nijenrode-diploma op zijn palmares verdedigde hij zowel zakelijk als emotioneel altijd het belang van de zwaarste aller sporten. Allemaal in de vrije tijd naast zijn beroep als business consultant.

Voordat dit een lofzang op de levensvisie van de 59-jarige voorzitter van de meest geplaagde sportorganisatie, de internationale wielrenunie, dreigt te worden, moet worden vermeld dat Verbruggen moeite heeft met kritiek. Loyaliteit is het hoogste goed. Van degene van wie hij verwacht dat deze op zijn hand is, wil hij onvoorwaardelijke steun. Wie hem teleurstelt kan op een tirade rekenen die zelfs een uit beton gehouwen standbeeld doet wankelen.

Soms is hij een controlfreak, niet zo vreemd trouwens met al die wielrenners om zich heen die schijt hebben aan (sport)ethiek. Hij is geobsedeerd door macht. Niet zozeer zijn eigen macht, alswel de macht van machtwellustelingen, van de politiek en van de media. Als lid van het Internationaal Olympisch Comité (sinds 1996) kan hij zich oprecht verbazen over de manier waarop over het functioneren van het IOC wordt gesproken en geschreven. Niet dat hij de handelwijze van IOC-voorzitter Samaranch te vuur en te zwaard verdedigt, maar de vooringenomenheid ten aanzien van sportbestuurders stuit hem tegen de borst.

Dezer dagen staan Verbruggen en zijn wielerwereld met de rug tegen de muur. Drog (EPO en de Belgische toverdrank le pot belge) wordt over een breed front gebruikt. Verbruggen weet veel als controlfreak maar niet alles. Hij weet wèl dat hij wordt belazerd door wielrenners die het verschil tussen sportieve sport en onsportieve sport niet meer kennen. Hij weet dat veel wielrenners grote leugenaars zijn, dat ze jarenlang het volk en de pers hardnekkig hebben voorgelogen. Maar hij doorgrondt ook hun dilemma: waarom mag een man die van wielrennen zijn beroep heeft gemaakt en het volk vermaakt geen stimulantie gebruiken en schrijvers, kunstschilders, beeldhouwers en andere entertainers wel. Wat moeten wielrenners anders dan liegen? Van hen wordt verlangd het volk op te winden en ze mogen niets extra's nemem. Tja.

Verbruggen pendelt tussen moraal en mores. Hij verzwijgt wat hij moet verzijgen, maar laat nooit na voortdurend zijn `ondergeschikten' erop te wijzen dat ze hun wereld en zichzelf te gronde richten met hun valse manier van doen. Al tientallen jaren is hij bezig doping te bestrijden, al jaren is hij bezig te laten zien dat sport de maatschappelijke discussie niet uit de weg moet gaan. Verbruggen heeft niet nagelaten zelfs Amerikanen en hun visie op ethiek de les te lezen over doping. Want als hij wat wil zeggen, zegt hij het. Eigenlijk weet hij te veel over wat een mens drijft om de beste te zijn. Doping? Hij ligt nog 's nachts de laatste rapporten te lezen. Macht? Macchiavelli en filosofische werken liggen op zijn nachtkastje. Afspraken? Een telefoontje vanaf Vuurland dat het gesprek helaas niet kan doorgaan en vervolgens temidden van pinguïns roepen dat de wereld gek is geworden. Dat is wat zijn vrouw en twee kinderen voortdurend van hem horen.