De firma Op Leven & Dood

,,Van wie is ons leven eigenlijk?' vroeg Heleen Dupuis zich af in het televisieprogramma Buitenhof. ,,Van de staat? Van iemand anders? Of van onszelf?' Zij vond dat laatste. Je leven is van jezelf. Dus moet er een middel op de markt komen, vanzelfsprekend voorzien van de nodige veiligheidsmaatregelen e.d., dat ons in staat stelt ons eigen leven van onszelf af te nemen. Dupuis en Jan Marijnissen spraken onder leiding van Rob Trip met elkaar over eventuele verruiming van de euthanasiemogelijkheden tot mensen die weliswaar gezond zijn maar niet meer willen leven. De aanleiding was uiteraard de zelfgewilde en door een arts begeleide dood van de geheel gezonde maar levensmoede senator Brongersma.

Wat te doen met mensen die niet dood gaan, maar wel dood willen. Marijnissen zei terecht dat zo'n wens ook te maken heeft met de omstandigheden waaronder iemand leeft. En dat we misschien, voor de euthanasiewetgeving opgerekt wordt, eerst vooral moeten kijken naar wat de maatschappij oude mensen eigenlijk te bieden heeft, of er niet veel meer aan hun omstandigheden verbeterd zou kunnen worden.

Hoe belangrijk dat punt ook is, het slaat niet of nauwelijks op de Brongersma's, de zelfstandig wonenden met een in potentie nog zinvol leven, waaraan ze zelf echter geen zin meer weten te geven. Het was daarom dat Dupuis haar argument naar voren bracht: ons leven is van onszelf.

Het is moeilijk daar iets tegenin te brengen, hoe sterk ik ook het gevoel heb dat het niet klopt. Ons leven `is' niet van onszelf. Ook niet `van' iemand anders. De hele vraag lijkt me verkeerd. Het leven is er nu eenmaal. De vraag is niet van wie ons leven is, maar hoe we erin kunnen slagen iets van dat leven te maken, hoe we het de moeite waard kunnen (blijven) vinden. Dat valt vaak helemaal niet mee, sterker, de mensheid heeft zich tot nu toe voortdurend de ongelooflijkste inspanningen getroost, en mensen hebben de wonderlijkste dingen bedacht en gemaakt om zichzelf dat gevoel maar te kunnen geven: dat het de moeite waard is.

Wat nooit kan is tegen iemand anders zeggen: je hebt de plicht het de moeite waard te vinden. Zoals je niet verplicht van iemand kunt houden, verplicht ontroerd kunt raken of gedwongen kunt worden om gerustgesteld te zijn – al zijn dat allemaal dingen die je iedereen van tijd tot tijd graag toewenst. We vinden het mooi als iemand die ongeneeslijk ziek is erin slaagt om vrede te verwerven met het feit dat hij of zij gaat sterven. Het ligt veel moeilijker als iemand vrede heeft met te gaan sterven, dat zelfs wìl, zonder dat er van enige ziekte sprake is. Is het lichaam dan in deze oppermachtig? Blijkbaar. Geeft dat het op, dan sterven we, gaat het door, dan leven we. Degenen die zich daar niet bij neerleggen, willen de geest de baas laten zijn. Hun eigen geest. Die kan het lichaam, door een wilsbesluit en een pil, dwingen om te sterven. Helaas niet altijd om te leven.

De drie oude dames die onlangs op bezoek waren in het programma Barend en Witteman waren geen van allen ziek. Eentje (89) verklaarde het leven niet meer de moeite waard te vinden, `ben je gek, al lang niet meer'. De andere (81) vond het `nog wel' de moeite waard. De derde (93) zei `Oh, ik vind het nog wel prettig'. De eerste twee waren voor een pil van Drion. De derde niet. `Zoiets bestaat toch helemaal niet' zei ze lichtelijk geschokt, en het was duidelijk dat ze bedoelde: dat is ondenkbaar. Zo kan en mag het niet zijn. ,,Zolang je nog iets voor andere mensen betekent,' probeerde ze. ,,Maar ik heb niemand meer,' zei de 89-jarige.

Ze hadden het geen seconde over van wie hun leven was. Of hun leven van de staat zou zijn als die zou volhouden: hulp bij zelfdoding mag niet, dodelijke middelen worden niet aan gezonde mensen verstrekt. Ze hadden het wel allemaal over `andere mensen'. Over kinderen en kleinkinderen, over iemand met wie je eens zou kunnen gaan winkelen of praten, over het gevoel dat je leven nog iets betekent. De 81-jarige vrouw vond wel dat haar leven, sinds ze sommige dingen niet meer kon, erop achteruit gegaan was. En ze sprak ook heel voortvarend over het verstrekken van middelen die ze zou kunnen gebruiken, ooit. Maar niet nu, nee. Nu zat haar kleinzoon in de zaal trots te glunderen om zijn inderdaad erg goed formulerende, leuke en verstandige oma.

De meest gedeprimeerde was de vrouw die niemand meer had. Zoon dood. Geen kleinkinderen. Geen vrienden of vriendinnen meer. De liefde was uit haar leven verdwenen, de gewone liefde van en voor vrienden en familie. En daar komt het misschien toch wel op aan.

De popgroep De Dijk heeft onlangs een liedje gemaakt dat ik de laatste tijd vaak in mijn hoofd hoor klinken. Het heet `In de zevende hemel' en ook daar, in die hemel `komt het altijd weer op liefde neer'. Het lijkt op die regel van Leo Vroman: `Liefde is het enige'.

Dat is geen antwoord in discussies over dodelijke pillen. Het is evenmin een antwoord op die vreemde vraag naar van wie ons leven is. Het is misschien een antwoord op de vraag: hoe moeten we leven. Proberen van anderen te houden. Proberen van het leven te houden. En daarin schieten we tekort, natuurlijk, dat is bekend. En het zal wel niet goed zijn om tegen iemand die diep in de ellende zit over liefde beginnen te zeveren. Maar het is ook nogal armoedig als de discussie alleen maar gaat over: wanneer mogen we dood.

,,Oh het leven, ja dat leven/ van de firma Op Leven & Dood,' zingt Huub van der Lubbe van De Dijk. ,,Volgt zo zijn eigen onbezonnen route.' Hij denkt ook niet dat ons leven van onszelf is. Hij denkt: ,,Het komt als altijd weer op liefde neer'. Het is een mooi lied. Men zou het eens moeten horen. Discussieverplaatsend.

    • Marjoleine de Vos