De dag dat Tereza op zoek ging naar haar broer

Voor sommige Brazilianen zijn verkiezingen een manier om verloren familieleden op te sporen. Na 45 jaar in Rio gaat Tereza Cassimiro naar haar geboortedorp om te kijken of haar broer daar als kiezer staat geregistreerd.

Waarom ze juist nu de aanvechting kreeg, weet ze niet. ,,Misschien omdat ik nu pas besef hoeveel ik verloren heb in mijn leven', zegt Tereza Cassimiro (62). Na vijfenveertig jaar heeft Tereza op de dag van de burgemeestersverkiezingen in Brazilië besloten op zoek te gaan naar haar broer in haar geboortedorp. Ze weet niet of hij daar nog woont. Ze weet niet of hij dood is of leeft. Maar se Deus quiser (als God het wil) zal ze hem nu vinden.

Zoals tienduizenden zwarte meisjes van het platteland, kwam ook Tereza als 17-jarige naar Rio de Janeiro om bij een patroa, een meesteres, te werk gesteld te worden. Nog steeds werkt Tereza als dienstmeisje. Haar huidige patroa is half zo oud als zij, en Tereza is al vijf keer oma. Toch komt ze zes dagen per week de steile berg van haar sloppenwijk af, om poetsend en boenend haar maandinkomen van 350 gulden te verdienen. Het flatje van haar patroa is niet groter dan twee kamers. Toch moet ze het via een aparte `dienstdeur' betreden, zoals ze als zwarte ook alleen de dienstlift aan de achterkant mag gebruiken.

,,Ze was woedend, mijn patroa, toen ik zei dat ik dit weekend wegging', giechelt Tereza. Ongemakkelijk zit ze in de bus. Op haar schoot een kleine mondvoorraad en in haar handen het koude zweet. Al die jaren is ze nooit meer de stad uitgeweest. Nooit terug naar haar dorp, nooit meer haar enige broer gezien. ,,Ik kon niet', verklaart ze. ,,Het was altijd hetzelfde liedje: geen geld.' Ook toen haar vader twaalf jaar geleden stierf.

Tereza kan niet schrijven en niet lezen of rekenen. De wereld is groot en mistig en vaak heel eng. Gillend stond ze voor de roltrap in het busstation. ,,Daar krijg je míj niet op', schaterde ze. En ook daarom had ze haar verre nicht Eloisa uit de sloppenwijk gevraagd mee te gaan. Tien jaar geleden heeft die een tijdje met haar man in Tereza's geboortedorp gewoond.

Schuddend en stampend rijdt de bus door de nacht. Tereza praat over haar hut op de berg waarin ze een heel gezin onderhoudt. Haar zoon van 36 heeft nog nooit een baan gehad. Alleen ééns in de vier jaar verdient hij wat: als levend uithangbord voor een kandidaat tijdens de verkiezingen.

Tereza kan niet slapen. Gespannen kijkt ze uit het raam van de bus. In de ochtendnevel worden nu de eerste plantages zichtbaar. Onafzienbare rijen koffiestruiken groeien tegen de berghellingen op. Daartussen de eerste verkiezingsborden van het dorp Durandé.

Uiteindelijk stopt de bus voor de kerk van het dorp. Zwarte mannen met cowboyhoeden en modderige laarzen lopen door de dorpsstraat. Verbaasd kijkt Tereza om zich heen: er is bestrating, en elektriciteit, en daar, een benzinestation! Voorzichtig zet ze haar voeten op de kasseien. Daar staat ze, met haar tas en haar jas. ,,Ik herken niets, ik ken niemand', fluistert ze.

Maar gelukkig is er de meegekomen nicht Eloisa (38). Wat is ze `stads', met haar hoge hakken, haar naveltruitje en haar mooie brutale mond. Van overal komen de vrouwen uit het dorp om haar heenstaan. Ze hebben snorren en slippers, terwijl Eloisa in glad geschoren mini een boekje met foto's uit haar tas trekt. De vrouwen bewonderen haar grootgegroeide kinderen. En haar man? ,,Dood', wappert Eloisa. Maar níét neergeschoten hoor: ,,Gewoon tuberculose.'

De nicht praat over doden als over seizoenen. Buurman João? Dood. En de kleine Cesar? Ook dood: ,,Teveel gezopen.' De vrouwen lachen. Tereza staat er met gebogen hoofd bij. Over haar broer wordt niet gesproken. Nicht Eloisa heeft voorlopig andere prioriteiten. Met haar nieuwe gevolg heeft ze zich naar de dorpsbar verplaatst. Heupwiegend sambaat ze tegen de man op bij wie ze steeds meer flessen bier losbedelt. Waarom doet Tereza haar mond niet open? Waarom vraagt ze niet of iemand hier van haar broer heeft gehoord? ,,Het komt wel', sust Tereza. ,,Er is tijd. Het gebeurt als God wil dat ik hem vind.'

Slechts één op de vier huishoudens heeft in Brazilië telefoon. Dertig procent van de mensen kan – zoals Tereza – niet lezen of schrijven. De enige manier om contact te houden in dit gigantische land is zelf een bezoek te brengen. Eens in de tien, of twintig, of veertig jaar, pakt het leven zich in vogelvlucht samen.

,,Als jouw broer de Cassimiro is die ik ken, dan is-ie dood', zegt het gerimpelde appeltje plotseling vanachter de kassa. Het is alweer avond, en nicht Eloisa heeft zich lonkend en pronkend al twee keer door het hele dorp verplaatst. Ondanks het drankverbod dat in verkiezingstijd geldt, blijft het bier vloeien. Pas nu de maan aan de hemel staat herinnert nicht Eloisa zich de reden waarom Tereza haar busticket heeft betaald. ,,Ach ja, haar broer', had ze door het café geroepen. ,,Heeft iemand dat zwartje Cassimiro nog gezien?'

Het idee was de volgende dag naar het stemlokaal te gaan. Te kijken of hij op de kiezerslijst stond, zijn adres te vragen, hem te bezoeken. ,,Se Deus quiser', herhaalt Tereza. Het wordt nacht, en weer ochtend in het dorp. Maar God lijkt niet echt te willen. Opnieuw dartelt Eloisa rond. Tereza berustend in haar vaarwater. Ze heeft nu de naam van een vrachtwagenchauffeur, die iedereen in de streek zou kennen. ,,Hij moet weten waar Cassimiro is, maar volgens mij heeft hij zich allang doodgezopen', zei de man die het adres gaf. Tereza sputterde dat haar broer nooit dronk. ,,Maar áls hij aan de drank is gestorven, betekent het dat hij het goed had', zegt Tereza nadenkend. ,,Dan heeft hij dus geld in zijn leven verdiend.'

Twee uur voor het sluiten van de stembus is Tereza nog steeds niet naar het stemlokaal geweest. Nicht Eloisa praat met haar gevolg over politiek. De keuze in dit dorp van landarbeiders is tussen de twee grote koffieboeren als burgemeester. ,,Ik weet nog steeds niet op wie ik moet stemmen', verzucht vrachtwagenchauffeur Sebastião Bernardo, als Tereza vlak voor het sluiten van de stembus eindelijk moed vat, en in haar eentje bij hem langsgaat. ,,Niemand heeft ooit iets voor mij gedaan.' Aan een wankel houten tafeltje vertelt de man over zijn leven. Pas na een halve fles sterke drank komt hij ter zake: ,,Ik heb je broer gezien. Vier maanden geleden. In het gehucht Augusto laadde hij de koffie in.'

Bingo Tereza, laten we gaan! Dit is waar we al die tijd op hebt gewacht. Augusto is maar acht kilometer hier vandaan. We huren een auto, nemen een lift... Maar Tereza schudt angstig haar hoofd. Het is al laat, zegt ze. Straks moeten ze weer acht uur in de bus zitten, want morgen moet ze weer werken. ,,Ik denk dat ik beter terugga. Ik heb de verantwoording voor een gezin: mijn patroa in Rio wacht.'