Cross-over in Music Meeting

Vier jaar was ze toen ze blind werd. En niet lang daarna begon haar carrière als zingende bedelares op de straathoeken van Lissabon. Het levensverhaal van Dona Rosa laat zich lezen als een melodrama van de eerste orde. Toch missen de fadoliederen waarin ze haar ervaringen bezingt, de ingebakken snik die de meeste, minder authentieke, smartlappen kenmerkt. Met niet meer begeleiding dan een triangeltje wist de zangeres het zaterdagmiddagpubliek in de Nijmeegse Antonius van Paduakerk muisstil te houden. Een klein vrouwtje met grote stem in een naar wierook ruikend godshuis; het optreden had meer van doen met mystiek dan met tranentrekkerij.

Dona Rosa is een van die pareltjes uit de traditionele wereldmuziek waarop de Music Meeting al zestien jaar patent heeft. Ook de Oezbeekse Monâjât Yultchieva die na de Portugese optrad, kan aanspraak maken op die kwalificatie. Zij vertolkte onverdunde Maqam, klassieke liederen vol arabesken en hypnotiserende herhalingen. Met een porseleinen bord voor haar mond wapperde de in klederdracht gestoken zangeres haar donkere stemgeluid tot in het hoogste gewelf.

Minstens net zo expressief en extatisch was het optreden zondag van Alim Qasimov. De Azerbeidjaanse zanger stond echter geprogrammeerd voor de minder gewijde omgeving van de Stadsschouwburg waar hij de concurrentie aan moest met elektrisch versterkte acts en een publiek dat zich soms meer voor de roti-standjes leek te interesseren dan hetgeen er op het podium gebeurde. Dat blijft de moeilijkheid van een festival als het Nijmeegse: de onmogelijke combinatie van grootschalig feestgedruis met vaak breekbare muziek.

Een andere typische Nijmeegse constante is de onwaarschijnlijk brede programmering waarin, naast aandacht voor de niet-westerse traditie, veel ruimte is voor culturele kruisbestuivingen. Het niveau van de stilistische integratie fluctueerde nogal dit jaar. Zo wist het Belgische Greetings from Mercury niet te overtuigen met haar lauwe rock met rap. De eindeloos doorjammerende sitar zorgde voor een wel heel waterig exotisch sausje. Ook de vermenging van samples, knoppen en etnische motiefjes bewees zich vrijdagavond in de hip bedoelde Club imm..! als een heilloze, want oppervlakkige fusie. De live-set van dj Oojami was een bloedeloze bedoening, daar veranderde geen spijkerdunne buikdanseres of boven het podium geprojecteerde vakantiedia's iets aan.

De werkelijk interessante `crossover' kwam uit onverwachte hoek en klonk helemaal niet als een opzichtige combinatie van exotica. Ricardo Lemvo's naadloze potpourri van Afrikaanse soukouss, Puerto Ricaanse bomba, Dominicaanse merengue en een vleugje funk onttrok zich aan etnische specificatie maar klonk bijzonder feestelijk. Het dertienkoppige orkest Mila na Utumaduni uit Zanzibar bracht klagerig klinkende taarab uit de Arabische traditie maar verrijkte die met swingende Cubaanse ritmes en gewaagde, schunnige liedteksten gezongen door heupwiegende zangeressen. Het gebruikelijke instrumentarium van luit, citer en Afrikaanse percussie werd aangevuld met de westerse accordeon, cello en contrabas.

En dan waren er natuurlijk de echte originelen, de groepen waarbij invloeden zijn geabsorbeerd en verteerd, en die een categorie op zich vormen. De Waalse groep Rêve d'Eléphant Orchestra trad zaterdag voor het eerst op in de huidige formatie – drie percussionisten, drie blazers en een gitarist – maar belooft veel goeds voor de toekomst. Balancerend op de grens tussen theatraal drama en muzikale anarchie, liet het sextet een verfrissend geluid horen.

Festival: Music Meeting. Gehoord: 3 t/m 5-11 in de Stadsschouwburg, Antonius van Paduakerk, Concertgebouw De Vereeniging in Nijmegen.

    • Edo Dijksterhuis