Bestuurderspartij CDA maakt omslag in denken

Het CDA gaf zaterdag twee boodschappen af: de partij wil weer gaan regeren en De Hoop Scheffer blijft fractieleider.

Het CDA heeft zijn voorzichtigheid afgelegd. De partij wil weer regeren. Sterker, de partij zegt er ook klaar voor te zijn. ,,Het is tijd voor verandering', kondigde partijleider De Hoop Scheffer zaterdag aan op de partijraad van het CDA in Zwolle.

De vroegere bestuurderssociëteit is na zes jaar oppositie in een nieuwe fase beland. De partij straalt lanzamerhand weer zelfvertrouwen uit. De organisatie is een eind op orde en de vorming van nieuwe ideeën verloopt voorspoedig. Tegelijk lijkt fractieleider De Hoop Scheffer in zijn rol te groeien en heeft hij – bij afwezigheid van een directe concurrent – inmiddels een stevige positie opgebouwd.

Zo maakte hij zaterdag bekend dat hij na de Tweede-Kamerverkiezingen van 2002 in ieder geval fractieleider blijft. Ook als het CDA weer regeringspartij wordt, blijft De Hoop Scheffer de Tweede-Kamerfractie aanvoeren, zo zei hij in Zwolle.

De CDA-leider deed zijn mededeling niet in zijn toespraak tot de partijraad, maar in de wandelgangen tegenover journalisten. De partijgangers konden er pas bij thuiskomst via het NOS-Journaal en RTL-Nieuws kennis van nemen. De betekenis van de mededeling was er daarom niet minder om. Ik ben de baas en ik bepaal in welke positie ik de macht uitoefen, was de impliciete boodschap van De Hoop Scheffer aan zijn achterban en de buitenwereld.

Zo verklaarde de partijleider van het CDA zich tot een nieuwe Romme, de vroegere KVP-leider die na de Tweede Wereldoorlog vanuit de Tweede-Kamerfractie de KVP-ministers stuurde en de koers van de partij bewaakte. Het is ook de plaats vanwaaruit voormalig VVD-leider Bolkestein ten tijde van Paars-I afstand nam van het kabinet en tegelijk het eigen gezicht van de VVD stevig wist te profileren. Hij bezorgde er de VVD, zoals bekend, flinke verkiezingswinst mee.

De positie waarin De Hoop Scheffer verkeert is enigszins anders. De leider van het CDA moet bij de verkiezingen van 2002 eerst een verkiezingsnederlaag afwenden. Want zijn partij, die na de desastreuze nederlaag van 1994 (min 20 zetels), in 1998 andermaal verloor (5 zetels), staat in de peilingen nog altijd niet op winst.

De keuze van De Hoop Scheffer lijkt in alle omstandigheden een verstandige. Als het CDA niet gaat regeren, en hij aanblijft als fractieleider, weet iedereen dat het geen keuze bij gebrek aan beter is. Want een fractieleider die eerder aangeeft liever minister te worden, heeft in geen enkele partij een stevige positie.

Als zijn partij wel mocht gaan regeren, dan zal dat met de huidige omvang altijd in een minderheidspositie zijn. Het CDA zal, of het nu met VVD of met PvdA een coalitie vormt, nooit de lijnen van het regeringsbeleid kunnen uitzetten, zoals in de Lubbers-jaren gebeurde. En dus kan de regie over de partij beter vanuit de Kamerbankjes worden uitgeoefend. Want dan is het CDA niet overgeleverd aan de compromissen in het kabinet, maar geven de onversneden christen-democratische standpunten van de fractieleider in de Kamer het CDA gezicht.

Met zijn keuze markeerde De Hoop Scheffer een omslag in het CDA-denken. Lang gedroegen de christen-democraten zich als een bestuurderspartij. Na het verlies aan regeringsmacht had de partij in de oppositie nog lang last van die beuurlijke houding, waarbij compromissen vooropstonden en de eigen lijn minder gewicht kreeg. Met een partijleider die vooral fractieleider wil zijn voltooit de partij als het ware de transformatie naar die van een doodgewone minderheidsgroepering.