Ziekenfondsen mogen niet langer risicovol beleggen

Ziekenfondsen mogen geld uit hun reserves na 1 januari 2001 niet langer risicovol beleggen. Beleggingen met geld uit de centrale kas moeten wel renderend zijn, maar dit moet bereikt worden door het geld te investeren in `risicomijdende' fondsen, zoals obligaties. Een iets groter, maar nog steeds beperkt risico, mogen de fondsen lopen bij het beleggen van geld dat verdiend is met bepaalde activiteiten, zoals aanvullende verzekeringen.

Minister Borst (Volksgezondheid) legt deze regels aan de Tweede Kamer voor. De ziekenfondsen mogen hun reserves ook gaan gebruiken voor het opzetten van eigen instellingen, zoals apotheken of gezondheidscentra, of voor het deelnemen in andere instellingen in de zorg, zoals poliklinieken. Dit is nu nog verboden.

Ziekenfondsen die op dit moment nog beleggen in fondsen met een hoger risico en een mogelijk hoger rendement, zoals aandelen, moeten voor 2003 aan de nieuwe regels voldoen. Het geld dat de fondsen met het beleggen van publiek geld verdienen moet in de (publieke) zorg worden gestoken.

Als de ziekenfondsen deel van een concern uitmaken, wat de meeste inmiddels doen, mogen ze niet in andere bedrijven van dat concern beleggen, aldus Borst. De minister wil dat het College van toezicht op de zorgverzekeringen de fondsen ook op de besteding van hun reserves gaat controleren. De basis daarvoor vormt het reglement dat elk fonds moet maken voor de manier waarop het zijn reserves belegt.

In de regeling bindt Borst de reserves die de ziekenfondsen mogen opbouwen aan een maximum: niet meer dan 2,5 keer zoveel als het bedrag dat zij noodzakelijk moeten aanhouden om aan hun verplichtingen te voldoen.

Op 1 januari 1999, de meest recente cijfers, beschikten de fondsen samen over 1,5 miljard gulden aan reserves. Om aan hun verplichtingen te voldoen was toen een reserve van 900 miljoen gulden voldoende.