VIKTOR & ROLF

Welke ontwerpers zijn toonaangevend voor de 21ste eeuw? In M aandacht voor de nieuwe garde internationale mode-ontwerpers en vormgevers. Deze maand: de opmars van het Nederlandse modeduo Viktor & Rolf.

'Wij willen ook adverteren in de Vogue.'

Ze zijn eigenlijk verwonderlijk gewoon gebleven, de heren van het modeduo Viktor & Rolf. Hun creaties staan in alle internationale modebladen, de Vogue nodigt ze uit voor een feestje in New York, maar ze blijven nuchtere Hollandse jongens. Ze fietsen naar hun atelier in de Amsterdamse rosse buurt, nemen als het moet daar zelf de telefoon op en na een dag creatief denkwerk ploffen ze het liefst op de bank neer om de hele avond voor de tv te zappen.

Mocht het iemand ontgaan zijn, Viktor Horsting (30) en Rolf Snoeren (30) zijn bekende mode-ontwerpers. En die bekendheid hebben ze vooral te danken aan hun 'moeilijke' couturecreaties en tegendraadse mode-opvattingen, waarin tot voor kort geen plaats en geld was voor advertentiecampagnes en massaproductie. Wie kleding van de heren wilde zien, moest naar het museum. Het Groninger Museum kocht jarenlang hun stukken aan en wijdt deze maand een grote tentoonstelling aan hen.

Madonna moest betalen

Viktor Horsting en Rolf Snoeren ontmoetten elkaar op de Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem, waar ze beiden in 1992 afstudeerden. In 1993 besloten ze samen een collectie te ontwerpen en die in te zenden naar de belangrijke, jaarlijkse ontwerpwedstrijd voor jong modetalent in het Zuid-Franse Hyères. De samenwerking was eenmalig bedoeld en bij gebrek aan een naam noemde men hen Viktor & Rolf. Tot hun verbazing wonnen ze de eerste prijs en vanaf dat moment waren ze onafscheidelijk.

Tot begin dit jaar presenteerden ze hun ideeën uitsluitend in couturecollecties, omdat couture - het ontwerpen en vervaardigen van op maat gemaakte kleding - zich nu eenmaal het beste leent als laboratorium om in te experimenteren. In 1993 startten ze hun eigen label. In januari 1998 presenteerden ze voor het eerst een couturecollectie in Parijs, buiten het officiële programma van de Franse coutureweek om.

Nu, in 2000, zijn ze de eerste Nederlanders die officieel op de lijst staan van het prestigieuze en doorgaans chauvinistische, Franse couturesyndicaat, waarbij

alle grote, serieuze couturehuizen zijn aangesloten.

Hun eerste couturecollectie in Parijs was een sterke, bijna karikaturale uitvergroting van typische couturevaardigheden als borduren, plisseren, draperen en mouleren. Die extreme collectie leidde meteen tot publicaties in toonaangevende modebladen als Vogue en Harper's Bazaar. Viktor & Rolf werden aangeduid als The Next Big Thing. Madonna klopte bij hen aan om enkele outfits te lenen - dat ging niet door, zij moest net als iedereen netjes betalen - en vrienden Inez van Lamsweerde en Vinoodh Matadin gebruikten creaties in hun fotoproducties voor het hippe blad The Face, waardoor hun ster nog sneller steeg.

Het echte succes en de erkenning kwamen vorig jaar met de zogenaamde Baboeschka-collectie, waarvoor slechts één mannequin laag voor laag werd aan- gekleed. Het begon met een simpele juten jurk en eindigde met een rijk geborduurde mantel waarin het model nog maar met moeite haar hoofd boven de kraag kon houden.

In totaal droeg ze tien lagen kleding met een gewicht van zeventig kilo. En dit alles was volgens Viktor & Rolf bedoeld om te laten zien hoe het weglaten of toevoegen van kleding een persoon kan veranderen. Bovendien zagen ze het als een meesterproef waarin al hun vaardigheden samenkwamen.

Lucht verkopen

Al die uitzinnige couturecreaties zijn nauwelijks 'kleding' te noemen. Het zijn eerder objecten. Pas na lang kijken en een verklaring van het duo snap je waar het om gaat - en soms zelfs dan nog niet. Ze maken een soort intellectuele mode, waarbij het niet in de eerste plaats gaat om verkopen. Viktor & Rolf willen vooral duidelijk maken wat hen bezighoudt, zeggen ze. Kleding is slechts het medium. Ze willen zichzelf en de modewereld een spiegel voorhouden; elke collectie lijkt een commentaar op hoe de wereld, en de modewereld in het bijzonder, in elkaar zit. En daarmee onderscheiden ze zich van een heleboel andere mode-ontwerpers, die uitsluitend een droombeeld willen neerzetten van de perfecte man of vrouw. Daarbij zijn Viktor & Rolf soms een beetje vals en confronterend, maar wel altijd met een knipoog.

Neem hun parfum. Elke zichzelf respecterende mode-ontwerper heeft een parfum, Viktor & Rolf dus ook. Maar zij vertalen het letterlijk, het verkopen van lucht, met alle gekmakende marketingpraatjes en imagobepalende reclamecampagnes eromheen. Hun prachtige flacon bevat niets anders dan lucht. Een geur van Viktor & Rolf, dat moet iets bijzonders zijn! - maar wie daar op af komt, voelt zich genomen en beseft tegelijkertijd dat het hele modewereldje zo in elkaar zit. Geuren verkopen immers op grond van de naam van de ontwerper en zijn imago, het maakt niet uit hoe het ruikt. Inmiddels zijn de flesjes van Viktor & Rolf-lucht, ironisch genoeg, collector's items.

En neem hun shows. Een coutureshow is bij Viktor & Rolf geen coutureshow, het is een performance. Een voorstelling met een boodschap, zonder spoor van modetrends. Wel met mannequins, muziek en publiek, maar met creaties die zich niet in een enkele zin laten omschrijven. En dat is op z'n zachtst gezegd ongebruikelijk in de modewereld. Daar staat men doorgaans niet te lang stil bij het waarom van mode. Kleren zijn niet iets waarover je eerst diep moet nadenken of waarvoor je moed moet verzamelen voordat je er de stad mee in gaat. Met een Viktor & Rolf-creatie ben je een soort wandelend kunstwerk. Wie loopt er nou door de Kalverstraat in een broekpak waarvan het jasje en de broekspijpen bedekt zijn met honderden tinkelende bellen?

Maar ondanks het intellectuele stempel en hun afstandelijke houding (ze houden zich verre van het roddelende en borrelende modecircuit) staan Viktor & Rolf hoog aangeschreven in de internationale modewereld. Ze weten wat ze doen. Ze bespelen hun publiek en weten de aandacht te trekken. Bij hun eerste officiële show bestond het achtergrondgeluid uit het eindeloos herhalen van hun namen. Hard, zacht, schel, dof, hoog en laag: Viktor en Rolf, Viktor en Rolf, Viktor en Rolf... Na afloop van de show dreunde het nog uren in je hoofd, om er nooit meer uit te verdwijnen. Hun laatste show was letterlijk in mist gehuld, waarbij het geluid van honderden tinkelende bellen eerst het oor en pas daarna het oog trok. Plotseling doemde uit het niets een jurk of jas op, voorzien van tientallen, soms honderden bellen. Succes - lees: publicaties - verzekerd. En juist dat onvoorspelbare, dat gevoel van 'wat gaan ze nu weer met ons doen?' maakt steeds nieuwsgierig naar een volgende show.

Adverteren in de Vogue

Interessant mogen hun couturecollecties dan zijn, draagbaar is anders. Het is dus logisch, dat die collecties het duo tot nu toe alleen maar geld kostten. Met subsidies, verkoop van couturestukken aan musea en steun van onder meer het Groninger Museum, dat hen jaarlijks een stipendium gaf en van elke collectie enkele stukken aankocht, hebben Viktor & Rolf het tot nu toe net gered.

Toen hun naam in het geheugen van elke fashion victim en modejournalist stond gegrift, vonden ze het tijd voor het volgende hoofdstuk: een prêt-á-porter-collectie. Draagbare, betaalbare confectie voor in de gewone modewinkel.

Pardon? Eerst schoppen tegen de modewereld en er vervolgens geld mee verdienen? In hun Amsterdamse atelier geven Viktor & Rolf toe dat dat misschien wel wat tegenstrijdig overkomt, maar dat dat toch echt is wat ze al die tijd hebben gewild. 'We lijken hier misschien heel ambivalent in, maar we willen niets liever dan serieus meedraaien in de modewereld. Het idee voor een prêt-á-porter-collectie hadden we al een tijdje, we hebben gewacht op een goede financier en producent. We dromen van eigen winkels en willen uiteindelijk ook een advertentiepagina kunnen betalen in de Vogue.'

Uiteindelijk blijken Viktor & Rolf dus eigenlijk alleen maar slimme mode-ontwerpers met gevoel voor timing. Eerst bekend worden en dan toeslaan. 'Het is gewoon zo gelopen, maar met de couture hebben we inderdaad onze naam willen vestigen en onze visie willen laten zien. Couture leent zich daarvoor. Maar het drukte ons te veel in de artistieke hoek, terwijl dat helemaal niet onze bedoeling was. Zo'n weg andersom volgen, dus eerst confectie en dan couture, is moeilijker. Confectie moet immers verkopen', zeggen ze verontschuldigend.

Hoe moeten we dan de couturecollecties tot nu toe zien? 'Die eerste couturecollecties waren letterlijk een roep om aandacht.' Zo had hun Atomic-collectie een silhouet dat leek op een ontplofte atoombom. 'Die ontstond door een agressief, gefrustreerd gevoel dat het zoveel moeite kostte om uberhaupt gezien te worden. De collectie die daarna kwam, uitgevoerd in de kleuren zwart en wit, is al net zo symbolisch. Het eerste deel van de show in blacklight, het tweede deel in het volle licht. Wij zagen dat als een donkere periode die we letterlijk wilden afsluiten.'

Zelfreflectie ligt dus aan de basis van elke collectie, maar hoe werkt dat? Kijken ze eens goed in de spiegel, zien ze dan het licht en denken ze: 'Jottem, belletjes!'? 'We worden niet wakker met een goed idee. Bij de start van elke nieuwe collectie is er steeds weer die lichte paniek: komen we er dit keer weer uit? We gaan simpelweg bij elkaar zitten en praten over wat ons op dat moment fascineert of irriteert bij onszelf of in de modewereld. Al pratende ontstaat een idee dat we uitwerken. Nu we ook twee keer per jaar een prêt-à-porter-collectie moeten ontwerpen, is de druk wel groter geworden. We moeten ons echt isoleren om tot een idee te komen en alle verwachtingen los te laten.'

Revue met twintig danseresjes

Viktor en Rolf zijn denkers, geen praters. Ze wikken en wegen elk woord, vullen elkaars zinnen aan en vormen zo'n eenheid dat je snel vergeet wie nou wie precies is. Geen van twee overheerst. Al lijkt Viktor het wat meer losse, spontane type en Rolf de meer bedachtzame van de twee. Zo stug en serieus als de internationale pers hen de afgelopen jaren omschreef, zijn ze in elk geval niet. Want hoe tegenstrijdig de lancering van hun confectie ook moge lijken, het is verre van voorspelbaar of gelikt. Ze blijven trouw aan zichzelf, want ook nu spotten ze met typische modethema's als commercie en de macht van het merk.

Hun eerste prêt-á-porter-collectie, die nu nog in de winkels hangt (in Nederland bij Van Ravenstein in Amsterdam), bestaat uit typische klassiekers als het broekpak en de plooirok en Amerikaanse sportswear. Rode draad is een print van de verknipte Amerikaanse vlag. 'We wilden een relatie leggen met massaproductie en iets gebruiken dat staat voor global denken. Vandaar de keuze voor elementen uit de Amerikaanse cultuur, die overal om ons heen aanwezig zijn. Dat is geen protest, Amerikaanse bedrijven hebben nu eenmaal de formule om zich over de hele wereld als hetzelfde te presenteren.' Als 'brandmerk' hebben Viktor & Rolf een soort lakzegel aangebracht op de kledingstukken. Om te benadrukken dat prêt-á-porter gewoon massaconfectie is, zijn de kleren betaalbaar (het duurste is een jas van 1200 gulden) en wasbaar. Met de terugkeer van zichtbare logo's past hun kleding wonderwel in de mode van dit moment en is daarmee zowaar modieus te noemen.

Half oktober baarden ze in Parijs opzien met hun show van de tweede prêt-á-porter-collectie, voor voorjaar 2001. De basis van de show lijkt hun ergernis over het belang dat de modewereld hecht aan 'De Modeshow' en alle bijbehorende valse glamour en glitter. Hun debuut in de confectie maakten Viktor & Rolf immers gewoon in de showroom, met de kleding op hangertjes. En dat leidde tot nogal wat kritiek. Dus haalden ze voor hun tweede presentatie bewust alles uit de kast om ervoor te zorgen dat het de show der shows zou worden: een revue compleet met twintig danseresjes in maagdelijk witte, ingenieus geconstrueerde rokjes, bloesjes en broekjes, en als klap op de vuurpijl de ontwerpers zelf die in wit pak afgezet met strass een weergaloze tapdance-act deden. Zoveel ironie en dan ook nog goede kleding maken, dat was nog niet vertoond in het verder zo verwende Parijs.

Nog voordat ze hun voorjaarscollectie hadden gepresenteerd, waren ze er al duidelijk over geweest: het modewereldje imponeert hen niet. 'Het ene moment rij je in een limousine van de Vogue door New York op weg naar een fotosessie met Steven Meisel, het andere moment rij je weer op je fietsje door Amsterdam. Achteraf denk je wel: 'Wauw!' Maar we zien het als een spel. Jezelf en je werk presenteren hoort er nu eenmaal bij, maar de echte lol zit 'm toch in het maken van kleding.'

Jetty Ferwerda is freelance modejournalist.

Miep Jukkema is freelance fotograaf en publiceert regelmatig in Nederlandse en buitenlandse modebladen.

Styling: Annelie Bruijn voor De Boekers Visagie: Pernell

Het Groninger Museum presenteert van 5 november 2000 t/m 25 maart 2001 een selectie couturecreaties van Viktor & Rolf uit de periode 1998-2000.Voor informatie: Het Groninger Museum, tel.050-366 65 55; www.groninger-museum.nl