Vergeten wijk hervindt eigenwaarde

De buurt stond plotseling groot op de agenda, tweeënhalf jaar geleden. Na rellen tussen Marokkaanse jongeren en de politie moest er iets gebeuren om te voorkomen dat de achterstandswijk in Amsterdam-West zou afglijden tot no-go area. Nu is de aandacht geluwd. Maar verbeterde er ook iets? Terug naar Overtoomse Veld.

Iemand stak de fik in een prullenbak. De wijkagent arresteerde een jongen die erbij stond. Even later raakten honderdvijftig Marokkaanse jongeren slaags met de politie. Het was 23 april 1998. Het August Allebéplein in het Amsterdamse stadsdeel Overtoomse Veld. De eerste rel in Amsterdam tussen allochtone jongeren en de politie. Waar was het misgegaan?

De wijk en de bewoners rondom het August Allebéplein stonden in één klap op de agenda van bestuurders en politie. Doel: `klimaatverbetering'. Er werden allochtone jeugdwerkers aangenomen, jeugdhonken geopend en allochtone organisaties uitgenodigd voor gesprekken. De gehate wijkagent vertrok. De nieuwe kwam handen schudden.

Een aantal Marokkaanse vaders voelde zich in hun eer aangetast door de negatieve verhalen over hun kinderen. Ze besloten om 's avonds in groepjes over straat te gaan lopen. Om de zonen van de buurt op hun gedrag aan te spreken. Afgelopen week wonnen de Marokkaanse buurtvaders de Hein Roethofprijs voor criminaliteitspreventie.

Overtoomse Veld is nog steeds een achterstandsbuurt met een hoog percentage werklozen en veel voortijdige schoolverlaters. Maar een achterstandsbuurt waarnaar stadsbestuur en politie de weg hebben gevonden. ,,Na de rel van april 1998 kon deze wijk niet dieper zinken", zegt buurtregisseur Ton Smakman. Vier sleutelfiguren uit de buurt over het hervonden gevoel van eigenwaarde in een vergeten wijk.

M. Fenich, ex-arrestant

De aanhouding van Mohamed Fenich (inmiddels 20) was de aanleiding voor de rel. Hij werd begin dit jaar veroordeeld tot twee weken voorwaardelijke celstraf, niet voor verstoring van de openbare orde, maar wegens verzet bij arrestatie. Hij werkt als logistiek manager bij een transportbedrijf en wilde niet op de foto.

,,Ik word nog wel eens aangehouden, als er verderop iets is gebeurd en ik loop toevallig langs. Laatst nog, moest ik instappen en mee naar het bureau. Op zich kan ik het wel begrijpen, als ze een melding hebben of zo. Maar als ze er naast zitten, kunnen ze op z'n minst even `sorry' zeggen.

,,Het stadsdeel geeft geld aan een vereniging van Marokkaanse jongeren. Daar kunnen ze maar beter meteen weer mee ophouden. De leider van die vereniging laat vooral zijn eigen vriendjes profiteren. Zij mogen mee met reisjes naar de Ardennen en naar Marokko.

,,Het zou zo weer kunnen gebeuren. Als er nu iemand voor niks wordt aangehouden, met zoveel agressie van de politie, dan sta ik vooraan bij de rellen. Dan ben ik wel de eerste die een steen gooit.

,,Volgens mij is er niet echt iets verbeterd. De spanning tussen politie en jongens zal altijd wel blijven. Maar de nieuwe wijkagent, Ton Smakman, die is echt goed. Hij maakt met iedereen een praatje, spreekt jongens aan. Door hem is er meer contact tussen politie en jongeren. Als iemand een prijs had moeten krijgen, is hij het. Niet die buurtvaders. Die zie ik nooit. Nou ja soms, heel soms.''

Anderhalf jaar geleden begonnen veertien buurtvaders met hun dagelijkse rondjes door de wijk.

,,We hebben eigenlijk een proeftijd van een half jaar gehad. In het begin scholden kinderen ons uit voor `verraders'. Als we bij ouders aanbelden om hun aan te spreken op het gedrag van hun kinderen, kregen we te horen: dat zijn anderen, mijn kinderen doen dat niet.

,,Waar zijn jullie mee bezig, vroegen onze vrouwen. Elke avond weg. Maar we moesten de kinderen en hun ouders overtuigen dat we geen politieagenten waren. Toen kregen we een goed idee: we hebben 56 kinderen van een jaar of veertien meegenomen naar de Efteling. Dat hebben we uit eigen zak betaald. Het stadsdeel wilde geen bijdrage leveren. Zo'n uitstapje, zeiden ze, paste niet in ons werkplan. Maar wij wilden laten zien: wij zijn buurtvaders, we zijn er voor de kinderen.

,,Langzaamaan begonnen de ouders ons te accepteren. Waarom staan onze kinderen steeds in een slecht daglicht, zo hebben we gezegd. Waarom hangen onze kinderen om tien uur 's avonds nog op straat? Dat moet veranderen. Nu zie je hier 's avonds geen kleine kinderen meer op straat lopen.

,,We hebben hier bezoek gehad uit Zwitserland, Noorwegen, Frankrijk en Zuid-Afrika. Wethouders en politieagenten uit Den Bosch, Utrecht en Gouda kwamen hier kijken. De Marokkaanse premier kwam langs. Het zou goed zijn als er overal buurtvaders kwamen. Of we onszelf ooit overbodig zullen maken? We gaan met plezier door.''

Nasreen Khan en haar man Bobby hebben al zeven jaar hun avondwinkel op het August Allebéplein, direct naast de favoriete hang-out van jongeren.

,,Vroeger was de deur altijd stuk, daar schopten ze tegen. En die jongens maakten altijd problemen. Ze stonden hier op de hoek, te roken en bier te drinken. Als ik ging sluiten klopten ze op het raam, dan wilden ze nog meer bier. We zijn ook een paar keer overvallen, maar de laatste tijd niet meer.

,,Er wordt wel veel gestolen. Dan gaan ze met z'n allen voor een schap staan. Ik durf daar dan niets van te zeggen, dat vind ik eng. Laatst zag ik het gebeuren, dat een jongen een blikje in zijn zak stak. Ik zei: `Die moet je wel betalen'. Maar hij zei dat hij het in een andere winkel had gekocht. Toen heb ik niks meer gezegd.''

,,Maar het is hier wel beter geworden. Er hangen nu camera's op het plein. Twee maanden geleden deden die het nog niet, toen is een steen tegen de ruit gegooid. We laten het niet repareren, dat is te duur. We hebben niet zoveel klanten, want mensen weten niet dat het hier verbeterd is. Ze denken nog aan die beelden van de televisie.

,,De politie rijdt veel rond, in auto's en op brommers. Dat helpt wel. En de jongens zijn ook veranderd. Hoe? Weet ik niet precies. Sommigen zijn ouder geworden, misschien getrouwd of zo. En af en toe komt er een jongen van veertien binnen en die doet dan heel stoer. Dan denk ik: `Joh, ik ken jou nog van toen je zeven was. Wat wil je nou?'

Buurtregisseur Ton Smakman verruilde kort na de rel Nieuw Sloten – waar de mensen overdag naar hun werk zijn – voor Overtoomse Veld.

,,De eerste week zag ik hier op een speelveldje een afgebrande motorfiets liggen. Hoe kan dat, dacht ik. Waarom heeft niemand gebeld. In die tijd draaiden jongeren de rug toe als de politie langskwam.

,Ik ben meteen in de redactie van de buurtkrant gaan zitten. Ik ben naar buurtvergaderingen gegaan. Ik heb jongeren opgezocht op de hang-outs. Ze krijgen van mij allemaal een hand. Ik had mezelf een jaar gegeven om voet aan de grond te krijgen, maar na twee maanden zat ik al aardig op niveau. Je moet bedenken: deze wijk kon niet dieper de put in.

,,Met zo'n twintig jongeren - en dat waren niet de doetjes - zijn we het project En nu iets positiefs begonnen. Drie maanden lang hebben ze rolstoelen, ziekenhuisbedden en stoelen gerepareerd. Albert Heijn zorgde voor cola en koeken. De spullen zijn we met z'n allen gaan afleveren in Marokko.

,,Daar voelden ze zich met hun mooie kapseltjes, T-shirts en Nikes eigenlijk toeristen. Op de boulevard van Agadir liepen ze te zingen: Nederland o Nederland we worden kampioen. Ze hebben staan huilen bij een weeshuis waar we de spullen afleverden: Ton, dit kan toch niet. Kijk hoe die kinderen moeten slapen. Het ruikt hier naar pis. Daar zijn ze gaan beseffen dat hun toekomst in Nederland ligt. Nu komen hier steeds vaker kinderen binnen, een gevonden voorwerp terugbrengen.''