Sportlust

,,Skup 'm veur de knaiskieve'', hoorde ik zo'n 35 jaar geleden iemand over het veld roepen. Je hoeft geen kenner van streektalen te zijn om te begrijpen dat het hier over voetballen ging. Het was tijdens een wedstrijd tussen de A-junioren van Sportlust uit Vroomshoop en die van Voorwaarts uit Vriezenveensewijk-Westerhaar. Althans, zo heten de samengevoegde dorpjes tegenwoordig, maar destijds moest de bloedige strijd om de naamgeving nog worden gevoerd, die uiteindelijk door de Vennewiekers in hun voordeel is beslist. Maar ook Westerhaar-Vriezenveensewijk zou net als Vriezenveensewijk-Westerhaar nu, iedere zomer de landelijke pers hebben gehaald met zijn jaarlijkse muggenplaag, afkomstig uit een van de laatste stukken levend hoogveen in ons land, het Engbertdijksveen.

De wedstrijd die de beslissing had moeten brengen in een toernooi dat de hele dag had geduurd, eindigde in een gelijkspel. De scheidsrechter besliste dat de beide aanvoerders ieder tien strafschoppen – die toen nog gewoon pienalties of pengelties heetten – moesten nemen. Ik was een van die twee aanvoerders. Als voetballer kwam ik niet echt boven de middelmaat uit, maar strafschoppen nemen kon ik wel aardig. Er waren drie rondes nodig voordat Voorwaarts bleef steken op 28 en wij kampioen werden met 29 treffers en deze gingen ook nog eens allemaal in dezelfde hoek. Ik wil geen ouwe koeien uit de sloot halen maar als ik geweten had dat het zó erg was, dan had ik Frank R. wel even gebeld.

Het resultaat was voor een groot deel te danken aan de nieuwe voetbalschoenen die ik kort daarvoor had gekregen. Deze hadden een platte neus zodat je niet alleen met de binnenkant van de voet maar ook met de wreef, gericht kon schieten. Voordien speelde ik op de schoenen van mijn oudere broer, die ze op zijn beurt van een oom had overgenomen. Ze stamden nog uit de beginjaren van het voetbal en hadden een neus die niet alleen keihard was, maar ook nog eens zo rond als een tennisbal. Je kon er geweldig mee `punteren' maar je wist nooit welke kant de bal uit zou vliegen.

Naar uitwedstrijden gingen we altijd op de fiets. Of het nu naar Voorwaarts was, naar DETO (Door Eendracht Tot Overwinning), of naar DOS (Door Oefening Sterk). Iemand vertelde me onlangs dat hij een club kende die OKB heet, Op Klompen Begonnen, maar of dit waar is? Wat dacht u trouwens van de gymnastiekvereniging THOR, Tot Heil Onzer Ribbenkast, en mijn vrouw is op de middelbare school lid geweest van de leerlingenvereniging VVL, het Vliegend Vrouwenleger. Maar er zijn misschien nog wel veel mooiere afkortingen. Ik hou me aanbevolen.

Na de wedstrijd wasten we ons naast het houten kleedhokje bij een kraantje. Dat was het moment waarop Jans Zandbergen, wanneer hij onze begeleider was, steevast vertelde dat zij zich vroeger moesten wassen met water uit de sloot. Als er al water in stond. En dat ze in zijn tijd eerst de koeien of de schapen van het veld moesten jagen voor dat de wedstrijd kon beginnen.

Jans is zijn leven lang een hartstochtelijke steunpilaar van Sportlust geweest en niet alleen binnen de vereniging maar ook daar buiten was hij een geliefd gangmaker en komiek. Ik zie hem nog naast de dorpsfanfare lopen. De muzikanten en ook Jans waren gekleed in boerenkielen en droegen witte klompen. Uit de ene klomp stak een pluk hooi en uit de andere een pluk stro. Hij gaf het marstempo aan: hooi stro, hooi stro, hooi stro.

Mijn oude club viert dit jaar haar vijftigjarig bestaan. Ik wens haar nog een lang en roemvol leven toe.

Sportlust, wie zou er vandaag de dag nog zo'n naam kunnen verzinnen.