Slangenkop

Sinds deze zomer weet iedereen in Nederland wat een slangenkop is. Een slangenkop is een schakel in een Chinese mensensmokkelorganisatie. Hij laat mensen grof betalen voor een illegale reis naar een buitenland. Hij regelt in ruil daarvoor visa, paspoorten, tickets en vervoer. Hij gaat vaak in zee met malafide transporteurs, die de passagiers beschouwen als 'vracht'. Met die vracht worden grote risico's genomen uit angst voor de hoge boetes die bij ontdekking worden opgelegd.

In juni wordt zo'n illegaal transport van Zeebrugge naar Dover 58 Chinezen fataal. De vrachtwagenchauffeur had zijn auto zo hermetisch afgesloten, dat de illegalen op twee na de verstikkingsdood stierven. Het verslag van het verhoor van de twee overlevenden, waar deze krant de hand op wist te leggen, gaf een schokkend inzicht in het cynisme van de mensensmokkelaars.

Terwijl zijn lotgenoten om hem heen stierven, propte een van de overlevenden zich vol met tomaten. Niet omdat hij honger had, maar omdat het Chinese bijgeloof wil dat je niet mag sterven met een lege maag. Ik heb niet eerder zo'n angstaanjagend verhaal over mensensmokkel gelezen.

De Chinese gemeenschap is gesloten, zegt men, en men hangt de vuile was niet graag buiten. In M deze maand daarom een portret van Chinatown in Amsterdam, waarin dat beeld iets wordt genuanceerd. Chinatown heeft inderdaad een verleden van gokken, criminaliteit en afpersing, maar volgens de 'Chinese detective', de Nederlandse politieman van bureau Warmoestraat die al twintig jaar 'op de Chinezen zit', is het de laatste jaren aanmerkelijk rustiger geworden op de Zeedijk.

Pikant is ondertussen wel dat een van de slachtoffers van het Dover-transport het mobiele telefoonnummer van deze politieman op zak bleek te hebben. Chinatown is een piepklein wereldje, zegt de politieman, hij haalt de illegalen er met het blote oog uit. Zij hem dus kennelijk ook.