SCHAAP IN NEVELEN GEHULD

Verdekt opgesteld achter een schutting staat een batterij fototoestellen op statief met uitgeschoven telelenzen. Gewapend met verrekijkers speuren de fotografen geregeld door de kijkgaten in de schutting de bosrand af aan de overkant van de heide. Zijn hier de roddelbladen aan het werk, op jacht naar het beslissende plaatje van de kroonprins en zijn geliefde? Nee, het zijn de wildpaparazzi.

Het is een apart slag mensen, gekleed in bodywarmers, met hoedjes en petten op en ik zie zelfs een enkele knickerbocker. Ze wachten geduldig maar waakzaam, ze lopen wat rond, ze zitten op de klapstoeltjes die ze hebben meegenomen en een van de vrouwen leest een kasteelroman. Ze praten met elkaar over wild en vogels waar ik nog nooit van heb gehoord, die ze hebben gezien op plekken waar ik nog nooit ben geweest.

Een van de mannen, die met verve het begrip sociaal cement inhoud geeft en met iedereen een praatje maakt, komt nieuwsgierig op me af. Een nieuweling! 'Het is een vaste groep mensen', zegt hij, 'die elkaar elk jaar weer op de Hoge Veluwe treffen in september als de edelherten in de bronst zijn.' Hij zit er al vanaf elf uur 's ochtends en het is inmiddels eind van de middag, maar het wild heeft zich nog niet laten zien.

'Ik kom voor de moeflons', zeg ik. En ik geloof dat ik daarmee een beetje de risee van het gezelschap ben. Bronstige edelherten, dat is het echte werk.

Met zijn kop in de poedersuiker

In Nuth werd mijn belangstelling voor de moeflon gewekt. 'Mouflon' stond er op de kaart, we waren tenslotte in Zuid-Limburg. Het waren zeldzaam malse wildmedaillons, perfect gebakken, met een korstje dat onder de druk van de warme vleessappen mooi bol stond. Heerlijk, maar wat is moeflon?

'Wild schaap', zei de mevrouw die ons bediende. Wild schaap? Een onwaarschijnlijke combinatie, dat is zoiets als de jaarvergadering van de sgp in Casa Rosso of korfballen in de Grand Canyon. En heette de creatieve damesclub in Jiskefet niet De Moeflon?

Thuis zoek ik de moeflon meteen op in de encyclopedie. Het plaatje neemt me onmiddellijk voor hem in. Het is een alert en schrander kijkend beest, lang niet zo schaapachtig als zijn gedomesticeerde soortgenoot. Hij lijkt wat atletischer gebouwd en toont veel minder wollig. Zijn vacht is rosbruin, met op beide flanken een vaalwitte vlek. Hij draagt een zwartbruine kraag. Die zorgt voor een mooi contrast met zijn witte snuit, alsof hij net betrapt is met zijn kop in een zak poedersuiker. Ook de buik, zijn kontje en de onderste delen van de poten zijn wit. Op de kop van de ram staan twee fraaie, gebogen hoorns. Het lijkt de zotskap van een nar uit een Vlaamse praalstoet, of een hoed van een eigentijdse, ironiserende couturier.

Het moeflonmysterie

De belangstelling was gewekt en de zoektocht naar de moeflon begon. Het spoor voert ver terug in de tijd en leidt langs onverwachte paden.

De moeflon heeft iets bijbels, maar in het overzicht van de bijbelse dieren kom ik hem niet tegen. Hij staat wel in de handboeken van archeologen. Op de rotstekeningen van onze verre voorouders is onmiskenbaar de moeflon te zien. Het is een dankbaar dier om te tekenen, ook met minder ontwikkelde schetsvaardigheid is de moeflon dankzij de voyante horens al snel raak te typeren.

In Frankrijk zijn resten van moeflonachtige dieren gevonden van meer dan twee miljoen jaar geleden. Geen wonder dat de inwoners van het Zuid-Franse Tautavel het leven van l'Homme de Tautavel verbeelden als een man met een moeflon op de schouder. L'Homme de Tautavel is een pre-menselijk wezen waarvan de schedelresten, 450.000 jaar oud, in de vroege jaren zeventig zijn gevonden. De eerste bewoner van Europa was kannibaal en kende het vuur niet. De inwoners van Tautavel laten hem in hun schouwspel rauwe moeflon eten, zo meldt het reisverslag van Ger Verhoeve.

Daarna raak ik het spoor van de moeflon een paar honderdduizend jaar bijster. Er is niet zo heel veel moeflonliteratuur voorhanden, maar wat er is, spreekt elkaar tegen.

Het mag een heel oud beest zijn, over elementaire zaken blijken de deskundigen, en pseudo-deskundigen wellicht, het niet eens. Wordt de moeflon nu zes of twaalf jaar oud? Is hij een fijnproever of eet hij alles wat hem voor de voeten komt? Is hij schuw of laat hij zich juist gemakkelijk zien? Is het een dier dat 's avonds en 's nachts leeft of scharrelt hij overdag zijn kostje bij elkaar? Over de naam, de herkomst en de familiebanden van de Europese moeflon doen verschillende verhalen de ronde. Voor de ene auteur is de moeflon vroeger over een groot deel van Zuid-Europa verspreid geweest en door zijn natuurlijke vijanden teruggedrongen tot een beperkt leefgebied in Corsica en Sardinië. Anderen houden het erop dat de moeflon daar is geïmporteerd.

Met Duitse degelijkheid doet bioloog Markus Kappeler het moeflonmysterie uit de doeken. Ongeveer tienduizend jaar geleden is het wilde schaap in het Nabije Oosten gedomesticeerd. In de loop der eeuwen zijn er altijd wel wat huisschapen aan hun hoeders ontsnapt en weer verwilderd. Ook schapen houden er wisselende contacten op na. Wilde, tamme en verwilderde schapen hebben voor nakomelingen gezorgd. En zo is geen peil meer te trekken op ras en verwantschap. De Europese moeflon, blijkt uit genetisch onderzoek, stamt af van huisschapen die uit het Nabije Oosten naar het westen zijn gebracht. Op Corsica en Sardinië zijn ze weer verwilderd. Daarvandaan zijn ze in het begin van de 18de eeuw, via de Weense dierentuin, in de loop der tijd op veel plaatsen weer uitgezet. Nu zijn er wilde schapen in grote delen van Europa.

Moeflon met pieds de mouton

Aan de Europese hoven gold de moeflon in de 18de eeuw als een gewaardeerd geschenk. Met de moeflon kan je aankomen. Hij is wat gemakkelijker te houden dan een tijger of een olifant en hij ziet er toch heel decoratief en een tikje exotisch uit.

Wie tegenwoordig wat geld heeft te spenderen, kan op moeflonjacht in Polen, Slovenië of op Hawaï. Het kost 600 dollar, exclusief reis- en verblijfkosten, maar het hoeft de eerste dag niet te lukken. Je mag net zo lang doorgaan tot de begeerde jachttrofee is veroverd. Het is trouwens een schijntje, vergeleken met de berenjacht die al gauw 4.000 dollar vergt.

Jachtliefhebber prins Hendrik heeft als eerste geprobeerd de moeflon in Nederland uit te zetten. Het experiment op de Kroondomeinen mislukte. Dat de moeflon in Nederland toch nog voet aan de grond heeft gekregen, is te danken aan Anton Kroller.

Hij liet in 1921 zes rammen en acht ooien uit Luxemburg op de Hoge Veluwe uitzetten. Later zijn moeflons uit de Hoge Veluwe alsnog op de Kroondomeinen terechtgekomen, maar daar zijn ze als niet-authentieke bewoners van de streek een aantal jaren geleden allemaal afgeschoten. Dat mag een opvatting zijn, maar dan wil ik de bosolifant en het nijlpaard weer terug. Die hebben in onze streken vroeger wél rondgelopen.

Op de Hoge Veluwe sta ik opeens oog in oog met een moeflon. Geen levend wezen, maar een opgezet exemplaar in het informatiecentrum. Hij ziet er anders uit dan ik me had voorgesteld, veel kleiner en wat stoffiger. Op de geribbelde horens, die beeldend ook wel slakken of krukken worden genoemd, zijn duidelijke jaarringen zichtbaar. Het Nationale Park De Hoge Veluwe is de enige plek in Nederland met een moeflonbestand van betekenis. Er zijn zo'n driehonderd dieren en dat moet zo blijven om ze in zo natuurlijk mogelijke omstandigheden in dit gebied te kunnen laten leven. Elk jaar wordt een deel van de kudde afgeschoten.

Als dat voldoende is voor een redelijke aanvoer, hoopt Peter Klosse van restaurant de Echoput in Apeldoorn dit najaar de moeflon weer op de kaart te hebben. Vorig jaar schonk hij er, zeer toepasselijk, een Sardijnse wijn bij. Het boek Wildgerechten van de Echoput blijkt een rijke bron van informatie over de moeflon, niet alleen over het wildleven, maar ook over de gastronomische toepassingen. Vooral de vondst om pieds de mouton (stekelzwammen) bij het wilde schaap te serveren is conceptueel sterk.

De moeflon is niet algemeen verkrijgbaar en recepten zijn ook in buitenlandse kookboeken nauwelijks te vinden. In Slovenië serveren ze hem met een zure kersensaus, in Duitsland met paddestoelen en in Frankrijk beveelt Larousse Gastronomique het spit en de stoofpot als eindbestemming aan. En een partycentrum in Nieuwegein doet moeflon in de wildsoep. De moeflon heeft zich geen vaste plaats in de Europese keuken weten te verwerven.

De woordvoerder van de wildpaparazzi is er niet rouwig om. Wild is voor hem op de eerste plaats om te bespieden. 'Zouden we vandaag niets meer te zien krijgen?' vraag ik bezorgd als her en der de spullen worden ingepakt en sommige wildspotters na uren wachten onverrichter zake huiswaarts gaan. 'Ja, dat zou best kunnen. Dat is het spannende', zegt de man, 'als je er zeker van was dat er iets te zien zou zijn, dan is de lol er gauw af.'

Vandaag geen moeflon.

[streamliner] Het is een alert en schrander kijkend beest, lang niet zo schaapachtig als zijn gedomesticeerde soortgenoot.