Roomser dan de paus

Polen is door en door katholiek. Overal in het land staat de paus op een sokkel, als symbool voor vrijheid en onafhankelijkheid. Maar waar de paus in het westen wordt beschouwd als een conservatieve kerkbeheerder, speelt hij in zijn vaderland vrij ongemerkt een heel andere rol. De rol van verlichter van een land dat nog volop wortelt in traditie, conservatisme en antisemitisme.

Als magische vogels zijn z'n afbeeldingen op het land neergestreken. Paus Johannes Paulus de Tweede lijkt de plaats te hebben ingenomen van de symbolen van het communisme. Standbeelden van Lenin en Marx waren er toch nooit zoveel in Polen waar de ideologische leer uit Moskou maar moeilijk wilde wortelen, maar heldhaftige soldaten van het Rode Leger des te meer. Aan het einde van de jaren tachtig, vlak voor de val van het communisme, had iedere stad wel een monument van de 'bevrijder' met zijn vaandel en zijn geweer, gericht op de vijand of losjes over de schouder.

De nieuwe bevrijder heet Karol Wojtyla, de Pool die het tot paus wist te brengen. Zijn beeltenis staat op meer dan veertig pleinen, nu eens wat te dik, dan weer wat te lang, soms met een iets te klein hoofd. Je kunt de heilige vader aantreffen als een statige man in het zwart die herderlijk over zijn schapen waakt, of dynamisch, bijna vliegend als een engel. Iedere gemeente mag zijn eigen standbeeld oprichten. De tijd van centraal beleid is voorbij. Navraag bij het bureau van kardinaal Glemp, de hoogste katholieke leider van het land, leert dat er geen nationale schoonheidscommissie bestaat. Iedere gemeente handelt naar eigen goeddunken en vooral ook binnen de eigen financiële grenzen. Er klinkt enige spijt door in de stem van de priester die mij telefonisch te woord staat.

Maar de katholieke Polen zitten er niet mee. Ze laten zich op zon- en feestdagen maar al te graag fotograferen naast de plaatselijke versie van de heilige vader. Kinderen van anderhalf in hun zondagse goed en op lakschoentjes kijken vroom en ingetogen in de lens. Het wordt ze met de paplepel ingegoten.

De rooms-katholieke kerk van Polen is voor de westerling moeilijk te begrijpen. Zeker voor de Nederlandse babyboomer die bijna per definitie met argwaan kijkt naar het conservatieve Vaticaan dat geboortebeperking verbiedt en homoseksuele relaties openlijk afkeurt.

In Polen is de rooms-katholieke kerk nog conservatiever. Conservatief en autoritair: de Poolse bisschoppen zijn zich na de val van het communisme actief met de politiek gaan bemoeien. Bij de eerste vrije presidentsverkiezingen lieten ze de gerespecteerde, rooms-katholieke, intellectueel Tadeusz Mazo- wiecki vallen voor de populistische conservatief Lech Walesa. Zij deden de abortus, tijdens het communisme gelegaliseerd, in de ban en ze brachten de verboden kruisbeelden terug in het parlement en in de klaslokalen. Het katholieke radiostation Radio Marija begon, met goedkeuring van de kerk, zijn intolerante en antisemitische boodschappen uit te zenden. En de Poolse paus, de paus van de verzoening en de oecumene, liet het allemaal gebeuren.

Dat roept natuurlijk vragen op. Waarom hebben de gelovigen zich niet van de machtsbeluste clerus afgekeerd? Waarom blijven ze massaal naar de kerk komen? Wat moet je met de miljoenen bedevaartgangers die ademloos en in aanbidding naar de woorden van de paus komen luisteren? Waarom hebben de Poolse intellectuelen zo'n diep respect voor de paus en voor de kerk? Dat blijkt niet alleen in het gerenommeerde katholieke weekblad Tygodnik Powszechny (Algemeen Weekblad) uit Krakow, maar ook in 's lands grootste dagblad, het liberale Gazeta Wyborcza (letterlijk: Verkiezingskrant, zo genoemd ter ere van de eerste vrije verkiezingen in 1989), de succesvolle krant van de voormalige oppositie.

Vader Michal Czajkowski maakt met een beleefde zwaai de deur open. Een vriendelijk, open gezicht. Hij lijkt een beetje op pater Van Kilsdonk zoals je die in de jaren zeventig in de kroegen van Amsterdam tegenkwam. We nemen plaats op het uiterste randje van de bedbank in zijn woon/werkkamer. Overal om ons heen staat de theologische lectuur hoog opgestapeld.

De nauwe tweekamerflat in het centrum van Warschau lijkt op een ondiepe legkast waar je zo uit kunt vallen.

De Poolse priester probeert me ervan te overtuigen dat de katholieken in zijn land helemaal geen slaafse kudde vormen. 'Er is hier veel kritiek, niet alleen op de primaat (kardinaal Glemp), maar zelfs op de paus. Wij zijn alleen geen dissidenten in Nederlandse zin. Wij treden niet uit de kerk, maar willen de kerk liever van binnenuit veranderen.'

De lege kerken in Nederland en de rest van West-Europa zijn voor Czajkowski het overduidelijke bewijs dat het geen zin heeft om als dissident uit de kerk te treden. Hij glimlacht beleefd. Czajkowski is het vaak oneens met zijn kerk. Zijn specialisme is de exegese van het Nieuwe Testament, dat wil zeggen dat hij meer belang hecht aan wat er in de bijbel staat dan aan het publieke vertoon van zijn kerk. De katholieke kerk is hem nog altijd veel te klerikaal, te veel een kerk van bisschoppen en kardinalen, te weinig van de gewone gelovigen.

Er zou meer ruimte moeten komen voor lekenorganisaties. Dat is, sinds het Tweede Vaticaanse Concilie (1965) toen de nadruk kwam te liggen op vernieuwing en verscheidenheid, ook de officiële lijn van Rome. Johannes Paulus de Tweede, een typische zoon van dat Tweede Concilie, zegt het iedere keer weer als hij zijn land bezoekt. Maar Czajkowski moet concluderen dat de clerus moeite heeft zijn machtspositie op te geven.

In rechtse kringen in zijn kerk is vader Czajkowski omstreden, omdat hij zich inzet voor de dialoog tussen christenen en joden. In Polen is dat iets nieuws. De dialoog heeft de volle steun van Rome en gaat, behalve over theologische studies, over hachelijke zaken als het 'bos' van kruisbeelden dat vorig jaar bij Auschwitz werd opgericht en tot grote commotie leidde in de joodse gemeenschap, en meer recentelijk over de opening van een disco op gehoorsafstand van het concentratiekamp.

Radio Marija maakt Czajkowski openlijk uit voor 'filosemiet', wat volgens de priester voor de extreem-rechtse katholieken een minstens even verschrikkelijke beschuldiging is als 'jood'. 'Een goede Pool kan immers geen filosemiet zijn. Daarom kan het niet anders dan dat ik heimelijk een jood ben', zegt Czajkowski op zachte toon. De priester verbergt zijn emoties en loopt even weg om oploskoffie te maken. Over de rechtse krachten in zijn kerk maakt hij zich geen illusies. Maar breken wil hij niet. De eenheid binnen de kerk is ook voor hem een bijna heilig begrip.

Czajkowski legt uit hoe het komt dat Polen theologisch achterloopt. Van 1939 tot 1989 heeft de kerk in zichzelf opgesloten gezeten. Eerst was er de Duitse bezetting, later het communistische regime. De kerk verschanste zich, met de buitenwereld werd zo min mogelijk gecommuniceerd en er werd nauwelijks meegedaan aan internationale theologische debatten. De kerkdeuren werden uit angst voor communistische infiltratie angstvallig dichtgehouden voor leken.

Theologisch bleef de kerk stilstaan, maar maatschappelijk nam haar invloed toe, zeker na het aantreden in 1978 van Karol Wojtyla als eerste Poolse paus.

Dat was overigens niets nieuws. In de 18de en 19de eeuw, toen Polen heen en weer geschoven werd tussen de Russische, Duitse en Habsburgse keizerrijken, was de kerk al uitgegroeid tot het symbool van nationale eenheid bij uitstek. Twee eeuwen later gaf het aantreden van Johannes Paulus de Tweede een nieuwe impuls: de Poolse paus werd bijna automatisch het symbool van vrijheid en onafhankelijkheid, van anticommunisme en nationale identiteit.

Kort na de benoeming van de paus stonden volk en regime in 1980 tegenover elkaar op de scheepswerf van Gdansk. Lech Walesa tekende de beroemde akkoorden van Gdansk waarin het recht op een onafhankelijke vrije vakbond werd vastgelegd met een gigantische ballpoint waarop voor iedereen zichtbaar de beeltenis van de paus was vastgelegd. De kerk werd synoniem met vrijheid en onafhankelijkheid.

Toen de Poolse geheime dienst in 1984 op gruwelijke wijze vader Popieluszko vermoordde, werd dat beschouwd als een nationaal drama.

In 1989 kwam alles tegelijk: een nieuwe machtspositie voor de kerk op de puinhopen van het communisme, theologische studie en verdieping in het buitenland en de voorzichtige opkomst van lekenorganisaties. In een eerste reflex maakte de Poolse clerus een flinke ruk naar rechts.

Paradoxaal genoeg werd ook de kloof steeds groter tussen de Poolse paus die in Rome en Jeruzalem om vergeving vraagt voor de houding van de rooms-katholieke kerk tegenover de joden tijdens de Tweede Wereldoorlog en de rechtse gelovigen in zijn eigen land. 'Polen houden heel veel van de paus, maar ze luisteren niet echt naar hem', zegt Czajkowski enigszins verontschuldigend.

Johannes Paulus de Tweede is zijn grote voorbeeld. Een onbetwiste autoriteit. Czajkowski was tijdens het bewuste Tweede Concilie correspondent voor Tygodnik Powszechny in Rome. In de opwinding van die dagen zochten de jonge Poolse geestelijken elkaar op. De priester-journalist Czajkowski sprak urenlang over de toekomst van de kerk met Karol Wojtyla, die toen nog kardinaal was.

Als ik zeg dat de paus in Nederland als een wereldvreemde conservatief wordt gezien, kijkt Czajkowski me doordringend aan. 'De paus wordt in het westen slecht begrepen.

Hij kan nu eenmaal niet alleen de paus van Nederland zijn of van Frankrijk. Hij moet de paus van alle katholieken zijn. Ik vind dat hij daarbij de juiste lijn volgt.' Verzoening en vergiffenis zijn voor hem de sleutelwoorden.

Czajkowski maakt indruk op me. Ondanks alle kritiek voelt hij zich thuis in zijn kerk, als katholiek en als Pool, de twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Toch heeft hij niets zweverigs. Als het gesprek op de dood van de paus komt, roept hij niet

'God verhoede', maar zegt verrassend: 'Het zou best eens heel goed voor de Polen kunnen zijn als ze een nieuwe paus kregen. Nu denken we dat we goede katholieken zijn, omdat we een Poolse paus hebben. Een andere paus kan de kerk verder verdiepen.'

Het is Goede Vrijdag. Jezus en Judas arriveren even voor zessen in een Peugeot combi. Ze hebben zich thuis al omgekleed voor hun rollen in het jaarlijkse passiespel en gaan straks de veroordeling en kruisiging van Christus naspelen.

Het tere ochtendlicht hangt in soft focus over het jonge groen. Honderden gelovigen staan op een heuvel bij het plaatsje Kalwaria Zebrzydowska, genoemd naar de kruisweg die een adellijke familie daar ooit uit vaderlandsliefde heeft laten aanleggen.

Het wordt een lange, pijnlijke tocht. Vlak voordat de zon opkomt, steekt er even een briesje op. Honderden gelovigen rillen als de trompetten beginnen te schallen. Jezus wordt in handboeien voorgeleid aan de hogepriester Kajafas. De spelers zien er levensecht uit. 'Doodt hem, doodt hem', klinkt het van het podium. De hogepriester en zijn kornuiten dragen hoofddoeken met blauwe en witte strepen, die grote gelijkenis vertonen met joodse gebedssjaals.

De aankleding laat er weinig twijfel over bestaan dat het de joden zijn geweest die Christus hebben vermoord. Schuifelend sjokt de menigte door het licht glooiende landschap. Oudere mensen hebben klapstoeltjes bij zich. Jonge vaders dragen de kleinsten op de schouders en in de armen, terwijl de rest van de kinderschare stevig aan de hand wordt gehouden. De hele streek is uitgelopen om het passiespel bij te wonen dat al eeuwenlang wordt uitgevoerd door de bernardijnen van het klooster.

Karol Wojtyla was hier broeder in zijn jonge jaren. In Polen gaat het verhaal dat dit klooster een van zijn lievelingsplaatsen is en dat hij hier zijn laatste jaren zou willen doorbrengen, in het zuid-Poolse heuvelland, niet ver van zijn geboortestad Wadowice. Om tot zijn laatste adem te studeren, te mediteren en te bidden. Maar pausen hebben geen keuze; ze zitten voor het leven.

Het lijkt een paradox dat de paus zich juist hier zo thuis voelt. Zou hij als jonge broeder hebben meegespeeld in dit latent antisemitische passiespel? De eerste paus die de joden om vergiffenis heeft gevraagd? De voorzitter van de joodse gemeenschap in Krakow heeft eens verteld hoe hij als kleuter in Wadowice op straat speelde met de kleine Karol Wojtyla. Ze waren onafscheidelijk en het katholieke jongetje glipte graag met zijn vriendje mee het joodse schooltje binnen. Daar was de kleine Karol een van de beste leerlingen, tot de grote mensen hem moesten uitleggen dat joodse schooltjes niet voor katholieke jongetjes zijn. Vorig jaar stond de paus in Wadowice uitvoerig stil bij de joodse vrienden uit zijn jeugd. In Israel zag hij eerder dit jaar enkelen terug. De meesten zijn in de oorlog omgekomen.

Het passiespel gaat verder. Bij de tweede statie duiken de gelovigen en masse de bosjes in. Als ze weer tevoorschijn komen, hebben ze gevlochten takken om het hoofd die door moeten gaan voor doornenkronen. Dan wordt het spel overgenomen door een bandopname die via luidsprekers wordt verspreid. Dat is om opstootjes te voorkomen. Omstanders leggen uit dat het in het verleden is voorgekomen dat de emoties zo hoog opliepen dat de brave boeren uit de omtrek de voor joden spelende bernardijnen te lijf gingen. Ook nu gaat de massa gelovigen devoot op in het verhaal.

De zon staat inmiddels flink aan de hemel te branden. Er worden schaduwplaatsen gezocht. De thermoskannen gaan open en de gelovigen rusten terwijl het passiespel even wordt onderbroken voor een preek. Galmende woorden van een priester ver weg in de menigte. Om de paar zinnen vallen de woorden 'swiety ojciec', heilige vader. De priester haalt de woorden aan van de paus over het familieleven, over ouderen die soms door hun eigen kinderen verwaarloosd worden. Maar dan schakelt hij plotseling over op de economie, op de stijgende prijzen. 'Wanneer komt er eindelijk een einde aan de economische hervormingen?' klinkt het retorisch uit de luidsprekers. We zijn bij de politiek aanbeland. Het is nog altijd maar een kleine stap voor de rooms-katholieke kerk in Polen.

Honderdduizend man luisteren ademloos, de doornenkronen inmiddels verlept om het hoofd. Dan begint de laatste etappe. Jezus draagt zijn kruis de plaatselijke versie van de berg Golgotha op. Oude boerinnen met dikke, opgezette benen haasten zich door het struikgewas om geen moment te missen van dit vreselijke drama. De jeugd heeft al voor een deel afgehaakt.

Voor de kloostermuur staan drie meisjes te flirten met jongens uit een volgend dorp. Het Mysterie is voor hen wat vroeger de jaarmarkt was. Ze komen ieder jaar. 'Vinden we leuk. Er is veel jeugd en je komt nog eens iemand tegen'. Ze zijn net van school. De een werkt in een winkel, de ander op een schoenenatelier en de derde is naaister. Ze dromen van verre reizen en van mannen die niet drinken. Maar hun realiteit is anders. Ze verdienen veel te weinig om weg te kunnen en waar zouden ze heen moeten? En er zijn in het dorp geen jongemannen die niet drinken.

Terwijl hun ouders boven op de berg in gebed verzonken zijn, doet de jeugd zaken. De drie meisjes vinden dat alles vooral blijven moet zoals het is. Over de rol van de rooms-katholieke kerk in hun land denken ze niet erg na, ze zijn sowieso niet zo goed in abstracties. Als ik vraag hoe ze denken over abortus, praten ze braaf hun priester na. Natuurlijk zijn ze tegen, maar in één adem door vertellen ze hoe schandelijk een meisje in hun dorp is behandeld dat ongewenst zwanger raakte. De meisjes bewijzen lippendienst, maar hun dagelijks leven en de kerk liggen mijlenver uit elkaar.

'Prachtig, ik vond het prachtig', zegt een vrouw die vele honderden kilometers in de bus heeft gezeten om het spel in Kalwaria Zebrzydowska te kunnen meemaken. Ze heeft het kruis gekust. 'Dat is toch echt iets anders als je het zelf meemaakt', zucht ze tevreden. Van de preken heeft ze weinig meegekregen. Ze kwam voor de traditie. 'Ik ben altijd gelovig geweest, het gaat mij om de traditie.'

'Het mooiste vond ik toen een echte Jezus vanochtend vroeg op het podium verscheen', vult haar dochtertje van tien aan.

Het is puur volksgeloof. Rituelen die bijna heidens aandoen, gebruiken die kritiekloos worden overgenomen. Het is een stralende dag. De mensen doen hun plicht en zijn tevreden. Straks gaan ze vasten. Morgen gaan ze naar de kerk om mandjes vol eieren en kruiden te laten zegenen. Zondag is het Pasen.

Zou het joodse kleutervriendje ook meegegaan zijn om het mandje van Karol Wojtyla te laten zegenen?

Marian Kordaszewski ziet zijn kerk als een goed geolied uurwerk. Alles moet bij het oude blijven, vindt de zeventigjarige ingenieur. Liberale ontwikkelingen zijn een vloek. Als er één radertje blijft haperen, zal het hele mechaniek stil komen te staan, dat weet hij zeker. 'Onze kerk is conservatief en dat moet zo blijven. Wij moeten vasthouden aan onze tradities. Over de tien geboden valt niet te praten.'

Kordaszewski is een kleine, magere, felle man, een van de trotse bouwers van de beroemde 'Ark van de Heer' in de industriestad Nowa Huta. Tien jaar lang bouwden de parochianen met eigen handen hun kerk middenin het communistische bolwerk rond de Lenin-hoogovens. Ze trotseerden chicanes, tegenwerking en vervolging van de overheid en dwongen het recht af een eigen kerk te bouwen. Ieder weekeinde trokken ze er op uit met hun troffels. Hun strijd werd uitgebreid beschreven in de Poolse ondergrondse pers, de samizdat van de jaren zeventig.

Op 17 mei 1977 was het bouwwerk klaar. Midden tussen de arbeidersflats was een foeilelijk betonnen schip verrezen. Kardinaal Karol Wojtyla kwam het bouwwerk persoonlijk inzegenen.

Marian Kordaszewski staat me op te wachten op de enorme trappen van zijn levenswerk. Ik moet precies opschrijven wat er allemaal aan bouwmateriaal in de ark verwerkt zit. Twee miljoen steentjes om de buitenmuur te vullen, een mast van dertig ton houdt de ark op zijn plaats. In totaal is er driehonderd ton bouwmateriaal in de kerk verwerkt. Hij dicteert maar door.

De Ark in Nowa Huta is vol, het is vlak voor Pasen. Lange rijen wachtenden staan geduldig voor de biechtstoelen. Niemand heeft haast. Onder de wachtenden zijn opvallend veel jonge vaders en moeders. De priesters draaien overuren, omdat iedere goede katholiek nog even wil biechten. Overal in Europa gaan mobiele telefoons af, maar in de Ark van de Heer klinkt alleen het kabbelend gemompel in de biechthokjes.

Aan de muur hangt een levensgrote afbeelding van een kruisweg. Niet door de straten van het oude Jeruzalem, maar door het barre Poolse landschap, langs de delingen en veldslagen van de roemruchte Poolse geschiedenis. God en vaderland zijn één.

Kordaszewski is bang dat nieuwlichterij de band losser zal maken. Als hij al kritiek heeft op de kerk, is dat omdat hij vindt dat de bisschoppen Radio Marija - Kordaszewski zit in het plaatselijk bestuur - wel eens wat actiever zouden kunnen steunen. Maar dat doen ze niet meer sinds Rome opdracht heeft gegeven om afstand te nemen van het omstreden radiostation dat zijn microfoon regelmatig beschikbaar stelt voor antisemitische en anti-Europese scheldkanonnades.

Het dringt volstrekt niet tot Kordaszewski door dat het de paus zelf is die vanuit Rome probeert de Poolse kerk bij te sturen. Zijn eigen paus. 'Johannes Paulus de Tweede is een absolute heilige. Alles wat hij doet is goed. Een engel in de gedaante van een mens.' Kordaszewski is een 'apparatsjik' van de katholieke kerk. Waar het om gaat, is dat alles goed draait en dat duidelijk is wie de baas is. Twijfel kent hij niet, wel vijanden.

Vader Luter, een joviale veertiger, is veel minder zeker van zijn zaak. Terwijl in de brandende zon een processie voorbij zijn raam trekt, zit Luter binnen lekker video's te kijken. De gelovigen van het stadje Lowicz in midden-Polen vieren buiten het feest van Corpus Christi. Als ik vraag wat dat feest betekent, zegt een meisje verlegen: 'Christus heeft ons gekocht met zijn bloed en zijn lichaam'. Veel verder komt ze niet. Pasen is geweest, Pinksteren ligt achter ons, het is midden juni en we vieren de eucharistie.

Opnieuw toont het volksgeloof zich in al zijn kleuren. Boerenvrouwen dragen stijve baaien rokken. Jonge meisje hun zijden communiejurkjes. Koorknapen, oorlogsveteranen, nonnen en monniken, in een bonte stoet lopen zij achter de bisschop met de monstrans. Ieder dorp draagt zijn eigen vaandel.

'Moest vanochtend al vroeg in een andere kerk preken', verontschuldigt de goedlachse Luter zich. Het klinkt een beetje als een smoes. De folklore die zich praktisch voor zijn raam afspeelt kan de priester niet erg boeien. Tenminste niet als religieuze happening. Wel als folklore, maar als je dat één keer gezien hebt, weet je het wel.

Luter is een beetje dwars ('Hoe kan het ook anders met zo'n naam'). Hij denkt veel na over de toekomst van de kerk. Hij heeft geluk, want zijn bisschop staat open voor nieuwe ideeën. Het conservatieve Radio Marija komt er in Lowicz niet in, daar zorgt de bisschop wel voor. 'Als ze er toch zijn, is dat illegaal', zegt Luter ferm. Alleen het minder conservatieve katholieke radiostation Radio Plus is in de stad te horen. Of de kerk nu voor of tegen is, haar invloed blijft doorslaggevend.

Nadenken over de kerk is in Polen iets heel anders dan in Nederland, legt Luter uit. 'Over zaken als celibaat en abortus is hier geen enkele discussie, bij ons gaat het over de rol van de kerk in de maatschappij en over de vraag hoe de kerk moet evangeliseren.' Luter vindt dat geen probleem.

Polen heeft veel in te halen. 'In feite zijn wij nu pas bezig om het Tweede Vaticaans Concilie uit te voeren. Dat is onder het communisme nooit echt gebeurd. De oudere generatie was getekend door het communisme, die zag alles alleen in termen van zwart en wit.' Net als Czajkowski wijst hij op de achterstand. De jaren zestig beginnen nu pas langzaam door te dringen tot de Poolse kerk.

Luter is geschrokken van de ruk naar rechts die de kerk maakte na 1989. Wat voor hem het belangrijkste is, is de rol van de kerk in de samenleving. Wat moet en mag de kerk? Richting geven aan het land? Sociale vraagstukken helpen oplossen? Voor alcoholici en drugsverslaafden zorgen of verkapte stemadviezen geven vanaf de kansel? De Poolse kerkgangers zitten op dit soort discussies niet echt te wachten. 'Je moet echt moeite doen om de parochianen hiervoor te interesseren. Het volk heeft er weinig belangstelling voor. Het is een discussie die zich beperkt tot enkele intellectuelen.'

Een paar stappen hoger in de hiërarchie houdt Kazimierz Nycz zich met dezelfde vragen bezig. Hij is hulpbisschop in Krakow, bolwerk van de Poolse katholieke intelligentsia en geestelijke bakermat van Karol Wojtyla.

Nycz laat zijn bezoek even wachten, want er is belangrijk overleg gaande in zijn ambtswoning. Achter een deur wordt druk gepraat, er rinkelen voortdurend telefoons - deels mobiele - en op de binnenplaats rijden blinkende auto's af en aan. Wat dat betreft is de 21ste eeuw in ieder geval wel tot de top van de rooms-katholieke kerk in Polen doorgedrongen.

Als Nycz eindelijk tevoorschijn komt, een grote man met regelmatige trekken en zachte bruine ogen, vertelt hij trots dat zijn kerk tegenwoordig ook op internet zit. Voor alle informatie over de kerk kun je terecht bij de sites van de kerk zelf en bij die van het Katholieke Persagentschap kai.

Ook Nycz begint bij het verleden. Zijn kerk, legt hij uit, heeft een tiental turbulente jaren achter de rug. Na de val van de communisten was de verleiding groot om in het machtsvacuum te springen. De bisschoppen, inclusief primaat Glemp, het hoofd van de kerk, bemoeiden zich overal mee. De rooms-katholieke kerk in Polen liet zich van zijn onverdraagzame kant zien.

'We werden verleid om antwoorden te geven op politieke vragen die ons niet aangingen. Ook de bisschoppen hebben daaraan meegedaan', zegt Nycz. Hij noemt het een overreactie op de 'schaduwen uit het verleden en de vijanden van de kerk'. Ook Nycz denkt dat het een kwestie is van inhalen. Hij vertelt dat de kerk zich op aandrang van Rome de laatste jaren wat heeft teruggetrokken uit het openbare leven. Er wordt hard gewerkt aan een nieuw imago: priesters geven geen stemadviezen meer en bisschoppen houden afstand van Radio Marija. Kardinaal Glemp, tien jaar geleden verantwoordelijk voor de ruk naar rechts, volgt nu trouw de paus als hij om vergeving vraagt voor de rol van de katholieke kerk tijdens de jodenvervolging.

In Polen valt dat op.

Nycz denkt dat zijn kerk zich langzaam zal gaan vernieuwen. Sinds 1989 zijn er nieuwe katholieke faculteiten en theologische hogescholen bij gekomen. 'We zijn bezig een nieuwe elite te vormen', zegt hij, in de hoop dat er in de toekomst meer aandacht zal zijn voor theologische vernieuwing dan voor de politieke status van de kerk.

De journalist Adam Szostkiewicz gelooft er niets van. Hij is een pluizig jaren-zestig-figuur met scherpe oordelen. 'Uit een gemiddeld katholieke en dus gematigd antisemitische familie', lacht hij vrolijk. Szostkiewicz volgt de katholieke kerk al jaren op de voet, eerst binnen de wereld van de katholieke bladen, nu voor het weekblad Polityka.

'Het is juist de paradox van onze samenleving dat de kerk helemaal niet verandert zoals in het westen. We hebben geen dissidente theologen, geen dissidente priesters. Iedereen is hier honderd procent trouw aan de kerk, niet alleen aan het geloof maar vooral ook aan de politieke en sociale orde van die kerk.'

De basis voor het geloof is wat hij 'cultureel katholicisme' noemt: één taal, één land, één geloof. Het geloof is bepaald door de geschiedenis van het land. 'Helaas is dat geen erg goede les in democratie geweest.' Alle nieuwe ontwikkelingen ten spijt ziet Szostkiewicz in wezen weinig veranderen. 'De Poolse kerk is en blijft autocratisch, nationalistisch, conservatief en antisemitisch. Echt waar.'

Mensen als Czajkowski, Luter en Nycz zijn volgens hem de uitzondering. 'Misschien is één op de tien anders, en helaas zijn ze niet de jongsten.' De Poolse katholieke kerk, zegt hij, is een nauwkeurige afspiegeling van de Poolse samenleving met al haar sociale groepen. 'Je kunt het niet over de kerk hebben zonder ook naar de maatschappij als geheel te kijken. Je moet naar de Poolse schizofrenie kijken. We zitten altijd ergens tussen, nu weer tussen onze nationale aspiraties en de Europese integratie. Zeg maar tussen onze nationale trots en onze nationale complexen. Is allemaal pure psychologie.'

Het passiespel in Kalwaria vindt hij een duidelijk voorbeeld. 'Religie draait hier niet om het geloof maar om de samenleving, om de gemeenschap. De mensen willen ergens bijhoren. Vooral nu, in deze tijd van overgang tussen twee systemen, hebben de mensen grote behoefte om ergens bij te horen.' Daarom komen ze met zijn honderdduizenden tegelijk naar de paus luisteren en houden ze vast aan het mysterie in Kalwaria en de processie in Lowicz. Het woord speelt geen erg grote rol en de preek nog minder. 'Niemand luistert hier echt naar de paus. Hij is niet meer dan een gidslichtje in de donkere nacht.'

Paus Johannes Paulus de Tweede moet een eenzaam mens zijn. Beroemdste zoon van een land dat liever vasthoudt aan traditioneel volksgeloof dan aan theologische substantie. Het beeld blijft wringen: de paus en zijn kerk, de kerk als morele instantie en het land als nationale identiteit, de maatschappij die zich razendsnel ontwikkelt van een autoritaire samenleving naar een vrije democratie.

Al staat de paus hier stevig op zijn voetstuk, in Polen staat nog veel niet op zijn plaats.

Renée Postma is correspondent van NRC Handelsblad voor Oost-Europa. Haar standplaats is Boedapest.

Maria Zbaska (1975) is freelance fotograaf in Warschau en werkt onder meer voor het Poolse dagblad Gazeta Wyborcza. Vorig jaar nam zij deel aan de Master Class van World Press Photo in Rotterdam.

[streamliners]

Het is Goede Vrijdag. Jezus en Judas arriveren even voor zessen in een Peugeot Combi. Ze hebben zich thuis al omgekleed voor het passiespel.

Steeds groter werd de kloof tussen de Poolse paus die om vergeving vraagt voor de houding tegenover de joden en de rechtse gelovigen in zijn eigen land.

Opnieuw toont het volksgeloof zich in al zijn kleuren. Boerenvrouwen dragen stijve baaien rokken, jonge meisjes hun zijden communiejurkjes.

'De Poolse kerk is en blijft autocratisch, nationalistisch, conservatief en antisemitisch.'

    • Renée Postma