Reconstructie Molukse acties verzandt in details

Tijdrekken en platpraten. Dat was de Dutch approach, volgens de makers van de gelijknamige documentaire die vanaf maandag door de NPS wordt uitgezonden. Onder die naam kreeg het Nederlandse overheidsoptreden inzake de Molukse acties in de jaren zeventig internationale bekendheid. De gewelddadige beëindiging van de treinkaping bij De Punt betekende het einde van `talking them down and out'.

Hun film gaat over de Nederlandse aanpak van de Molukse acties, zeggen de makers, regisseur René Roelofs en onderzoekers Hans Dortmans, Hendrina Praamsma en Daisy van den Broek. En over de opstelling van Nederland ten opzichte van de Molukkers, vanaf het moment dat ze in 1951 naar Nederland kwamen tot en met de jaren zeventig. Dat is niet waar. Het met veel publiciteit omgeven Dutch approach is een fascinerende documentaire die veel te bieden heeft, maar niet datgene wat de makers suggereren.

Tussen 1970 en 1978 werd Nederland zes keer opgeschrikt door terroristische acties van Zuid-Molukkers. Het meest gewelddadig waren de twee treinkapingen, in 1975 bij Wijster en in 1977 bij De Punt, met respectievelijk drie en acht doden. Inzet van de acties was aandacht voor een vrije Republiek der Zuid-Molukken (RMS), de republiek die in 1950 tegen de zin van Indonesië was uitgeroepen. De woede richtte zich zowel tegen Indonesië als tegen Nederland, dat de RMS nooit heeft willen steunen.

In vier delen reconstrueert Dutch approach vijf van de zes Molukse acties. De bezetting van het Provinciehuis in Assen, die snel met geweld werd beëindigd, blijft buiten beschouwing. De reconstructie is nauwgezet, bijna van dag tot dag, en het gevolg van langdurig onderzoek. De aanpak is bekend van buitenlandse documentaires waarin recente historie wordt gereconstrueerd. Een lange parade van betrokkenen trekt voorbij, af en toe onderbroken door archiefmateriaal. Voor de zoveelste maal wordt bewezen dat `talking heads' spannend kunnen zijn. De verschillende delen worden afgesloten met heuse cliffhangers: ,,Toen was de actie begonnen'' of ,,Wij zijn nu uitgespeeld, nu komt het op de trein aan''. Dutch approach is enerverende televisie.

Er is mooi archiefmateriaal, soms vertrouwd en soms nieuw. Luns die door een hek heenzakt, Van Agt die uit een Porsche stapt en in witte politiejas de pers te woord staat, kleurige jaren zeventig-onderbroeken van mannen die zichtbaar ongewapend moeten zijn. Er zijn uitspraken die opmerkelijk zijn, maar strikt genomen geen nieuws. Van Agt, nog steeds genietend van de camera, die zegt dat hij zich nooit gebonden heeft gevoeld aan toezeggingen aan de kapers. Van Kemenade die impliceert dat de schoolkinderen vergiftigd voedsel hebben gekregen om ze vrij te krijgen. Den Uyl die tien jaar later in een studentenfilm spreekt van een `executie' bij De Punt. Dat men heeft overwogen om de kapers met Balinese danseressen uit de trein te lokken, is nog een graadje absurder dan de bomsigaar die de CIA voor Fidel Castro had bedacht.

Interessante en soms curieuze details, dat is de kern van Dutch approach. Na het eerste deel, waarin de voorgeschiedenis van de Molukkers in Nederland wordt geschetst, is er echter geen ruimte meer voor overzicht. Alle grote vragen blijven onbeantwoord. Hoe hebben gijzelaars, kapers en autoriteiten de acties ervaren, wat voor gevolgen hebben ze gehad voor de Molukse gemeenschap en de relatie tussen Molukkers en Nederland, wat vinden jonge Zuid-Molukkers er nú van, dat soort vragen.

Dat zo'n breder perspectief ontbreekt is jammer, maar de makers hebben kennelijk gekozen voor een minutieuze reconstructie op microniveau. Echter: ook veel vragen over details blijven onbeantwoord. De makers vragen niet door, trekken geen conclusies, blijven steken in suggestie. Onduidelijk blijft bijvoorbeeld de onderhandelaarsrol van mevrouw Soumokil, weduwe van de in 1966 door Indonesië geëxecuteerde eerste RMS-president, in de slotfase van beide treinkapingen. Met haar waarschuwing voor represailles op de Molukken in 1975 en het mysterieuze Benin-briefje in 1977 speelde ze een sleutelrol. Of niet? Veel wordt opgeworpen, weinig wordt uitgewerkt.

Het eigenlijke thema van de documentaire, de aanpak van de overheid, komt niet uit de verf. In de aftiteling van het vierde deel wordt het tijdrekken en platpraten geïntroduceerd. In het voorafgaande is nergens sprake van een bewust gevolgde strategie, alleen Van der Stoel rept eenmaal van `uitputtingstactiek'. Duidelijk wordt vooral dat de autoriteiten veel hebben geïmproviseerd, en dat de dubbele regie, ter plekke en in Den Haag, de daadkracht en consistentie niet ten goede kwamen. En dat Van Agt minder moeite had met gewelddadig ingrijpen dan Den Uyl.

Ruim twintig jaar lang is het merkwaardig stil geweest rond de Molukse acties. Alsof de incubatietijd voorbij is, komt het nu los: twee jaar geleden met het boek van ex-kaper Cornelis Thenu, eerder dit jaar in de roman Morgenster van Jaap Scholten. Dutch Approach – begeleid door een boek van Peter Bootsma, dat op enkele punten aanvulling biedt – is een noodzakelijke stap in de verwerking, maar het is niet meer dan een begin. Nu de reconstructie er is, wordt het gemis van de analyse nog schrijnender.

Dutch approach, maandag, Ned.3, 20.58-22.00u.