President-directeur van de Vrije Wereld

Voor zwarten, homo's en bejaarden kan de nieuwe president van Amerika wat betekenen. Maar als het gaat om de defensiebegroting of om wapenbezit heeft hij weinig invloed. Een ding is zeker. De nieuwe Hoofd- commissaris van de Wereldpolitie weet weinig van buitenlands beleid.

Lake Winnebago is uit het zicht verdwenen. De zon is al achter de silo's gezakt. Van het bleke boerenland van Wisconsin is niet meer te zien dan af en toe een verlichte kruising met een paar dorpswinkels of een Dolly's Diner (`3 eggs 'n sausage $ 0.99'). De Democratische verkiezingskaravaan ligt achter op schema, de Halloween party voor de staf zit er niet meer in. Onverwacht laat Al Gore zijn bus bij weer zo'n hamburgerhut stilzetten. Hij heeft behoefte aan contact met gewone mensen.

De campagneleiding heeft een spontane ontmoeting voorzien met Lisa en Sergio Hernandez, manicure en landarbeider van beroep. Zij hebben gezegd nog niet te weten op wie ze gaan stemmen. Daarom mogen zij even bij de vice-president op bezoek komen. In zijn rijdende bijwerkplek. Na afloop zijn zij zeer te spreken over de ontvangst door de heer en mevrouw Gore.

Al en Tipper hadden het foto-album van de Hernandezjes bekeken en uitvoerig hun ideeën over gezondheidszorg, onderwijs en belastingen toegelicht. Trots en voldaan bleven de gasten achter in het landschap. De karavaan arriveerde met nog iets meer vertraging in het stadje Fond du Lac, waar een goed gemutst publiek de gymzaal van een middelbare school tot aan de basketbalnetten vulde.

In het voorprogramma vertelt kandidaat vice-president Joe Liebermann dat Amerika's strijdkrachten binnenkort voor het eerst een Vietnam-veteraan als opperbevelhebber krijgen. Gore heeft destijds namelijk geen dienst ontdoken en is een halfjaar als legerverslaggever naar de nachtmerrie-oorlog geweest. Lees: de Republikein George W. Bush belde een vriend van zijn vader op en werd feestpiloot bij de nationale garde van Texas.

Dan verlaat Al Gore de omhelzing van zijn vrouw en stapt naar voren. Jasje uit, dat staat gewoon. ,,Ik weet dat ik niet de meest opwindende politicus ben, maar ik zal u nooit in de steek laten, ik zal altijd voor u strijden!'' Hij heeft haast, de peilingen zijn niet gunstig. Lang niet iedereen heeft gedeeld in de gestegen welvaart, 44 miljoen Amerikanen zijn nog niet verzekerd tegen ziektekosten. Bush heeft plannen voor de rijken. Gore klinkt als een socialist in hightech land. En hij blijft bij wat hij belooft: president Gore zal iedere week gewone burgers ontvangen om te horen wat er leeft in het land.

De Republikeinse kandidaat George W. Bush heeft ook een nieuw kunstje. Hij blaakt al een tijdje van zelfvertrouwen. Als het gespeeld is, doet hij het goed: de schijn van succes als succes genererende factor. De laatste dagen oefent hij op verkiezingstournee met zijn overwinningsgebaar. Dat is even persoonlijk als op het overhemd geborduurde initialen. Bij binnenkomst in weer een zaal vol juichende burgers heft hij de drie middelste vingers van zijn rechterhand. Zij vormen een W. Van George W, van to Win, en van Women. Daar kon Churchill met zijn V niet tegenop.

Mocht Bush dinsdagnacht als president van de Verenigde Staten uit de stembus komen, dan vraagt de wereld zich af waar W nog meer voor staat. Hij drinkt al veertien jaar niet meer – daarover geen zorgen. De vergelijking die in Amerika het meest wordt gemaakt, is die met Ronald Reagan, de voormalige B-filmacteur die van '81 tot '89 een populaire president was. De Val van de Muur was niet helemaal zijn werk, en het reuzentekort van de Amerikaanse begroting evenmin. Hij had met beide te maken, maar in welke mate is niet makkelijk vast te stellen.

Eén ding is zeker: Reagan was de belichaming van het presidentschap als theatervorm. De voortgaande populariteit van Bill Clinton bij een meerderheid van de Amerikanen moet te maken hebben met een vergelijkbaar vermogen zichtbaar dichtbij de mensen en hun gevoelens te staan. Zeker is dat de huidige Bush daar meer van begrijpt dan Al Gore, die in '92 waarschijnlijk niet als vice-president werd uitgekozen om zijn baas van het podium te spelen.

Het grootste verschil tussen Ronald Reagan en zijn navolgers Bill Clinton en George W. Bush is misschien dat de eerste een paar onwrikbare basisprincipes had (geen centimeter toegeven aan het Oostblok, belastingverlaging en afkeer van de Washingtonse bureaucratie). Clinton voerde de Democraten naar het politieke centrum en handelde vervolgens naar bevind van zaken. Bush lijkt ook niet te worden gedreven door allesoverheersende beginselen, al zijn de instincten van de gouverneur en zijn geldschieters nogal wat conservatiever.

De presidentsverkiezingen zijn dit jaar zo spannend dat makkelijk de vraag over het hoofd wordt gezien of het allemaal de drukte waard is. Wat houdt de functie eigenlijk in? Amerikanen zeggen graag dat het `de zwaarste baan in de wereld' is, en dat de president `de machtigste man op de planeet' is. Maar hoeveel macht heeft hij in werkelijkheid?

Nelson Polsby, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit van Californië in Berkeley, noemt drie terreinen waar de macht van een president kan worden gemeten: 1. Zijn omgang met het Congres, dat volgens de grondwet de macht deelt met het staatshoofd. 2. Het buitenlands beleid. 3. De president als eerste man van de uitvoerende macht.

,,Wij kennen een strikte machtenscheiding,'' zegt Polsby, co-auteur van een iedere vier jaar verschijnend handboek over presidentsverkiezingen en auteur van het standaardwerk Congress and the Presidency, ,,maar de president is de laatste vijftig jaar boven de rest uitgestegen. Hij is een celebrity geworden die het nieuws domineert. Het Congres kan geld toewijzen en benoemingen weigeren, maar de president heeft het sterkste recht van initiatief en krijgt meestal zijn zin. Hij kan als geen ander de nationale hartstocht voor een onderwerp mobiliseren.''

Clinton zag na twee jaar in het Witte Huis de Democratische meerderheden in de Senaat en het Huis van Afgevaardigden verdwijnen. Polsby meent dat de rechts-Republikeinse machtsgreep van Newt Gingrich in '94 niet alleen de schuld van Clinton was: ,,De verdeeldheid in het Congres weerspiegelde de verdeeldheid in het land. De meerderheid die Clinton verloor, was nooit op zijn hand geweest. Het partij-etiket voorspelt in dit land alleen stemgedrag bij procedurekwesties en bij de keuze van een voorzitter van beide Huizen. Clinton vergiste zich overigens finaal toen hij tussen '92 en '94 dacht dat hij wel zonder de steun van het Congres kon regeren.''

Bijna alle presidenten krijgen vroeg of laat de smaak van het buitenlands beleid te pakken. De meesten lieten zich tijdens hun verkiezingscampagne niet voorstaan op enige liefhebberij in wereldkunde. George W. Bush faalde eerder dit jaar jammerlijk in de mini-quiz over buitenlandse staatshoofden die een journalist hem voorhield. Later trachtte hij door wat zelfspot zijn nadeel in een voordeel om te zetten. Men scoort in Amerika eerder met onwetendheid dan met kennis over andere landen, moet zijn redenering zijn geweest.

Of hij nu direct of al doende zijn rol als president-directeur van de Vrije Wereld op zich neemt, of hij al dan niet een werkbare relatie met het Congres weet op te bouwen – zijn succes hangt ervan af of hij greep op het apparaat krijgt. Daarvoor heeft een president zijn naaste stafleden op het Witte Huis, die op hun beurt weer worden bijgestaan door honderden medewerkers die werken in het Old Executive Office Building naast het Witte Huis. Een president kan daarnaast een beroep doen op zijn ministers, die voor hem vooral zetbazen zijn en maar in beperkte mate een eigen politiek profiel hebben. Weinig Amerikaanse krantenlezers kunnen het voltallige kabinet opsommen.

Alle bestuurlijke besluiten worden formeel door de president genomen. Die heeft de vrijheid de thema's te kiezen waar hij vooruitgang wil boeken of waarin hij wil uitblinken. De rest laat hij zo veel mogelijk door anderen afhandelen. Maar het blijft zijn beleid, al legt hij nooit persoonlijk verantwoording af in de Senaat of het Huis van Afgevaardigden. De president heeft het Congres nodig om oorlog te voeren en de begroting voor het volgend jaar goedgekeurd te krijgen.

Wil de nieuwe president, geheel volgens traditie, op 20 januari om twaalf uur 's middags de teugels in handen kunnen nemen, dan moet hij vanaf aanstaande woensdag aan de slag. Elf weken resten hem om een homogeen team om zich heen te verzamelen, dat de agenda bepaalt en zorgt voor de verdere personele aankleding. Iedere vier jaar doet een nieuwe president 3500 presidentiële benoemingen in de toppen van het Witte Huis en verdere uitvoerende macht. Daarnaast worden nog eens 2000 politieke benoemingen gedaan op de ministeries.

Terwijl de kandidaten zich nog de benen uit het lijf lopen om de kiezers naar hun kant van de stembus te lokken, gonst Washington al van de transition. Presidentiële overgangskunde is een gerespecteerde wetenschap. De nestor van het vak is Richard Neustadt, die in 1961 de toenmalige presidentskandidaat John Kennedy uitvoerig adviseerde over valkuilen en doelstellingen voor de eerste honderd dagen. Sindsdien hielp hij ook latere presidentschappen voorbereiden, met name die van Ronald Reagan en Bill Clinton.

Het American Enterprise Institute publiceerde dezer dagen Preparing to Be President, The Memos of Richard E. Neustadt. Op een symposium ter gelegenheid van de verschijning vatte de emeritus hoogleraar aan Harvards John F. Kennedy School of Government zijn wijsheid samen in acht aanbevelingen. 1. Een inkomende president moet uitrusten na de slopende verkiezingscampagne (die tegenwoordig anderhalf jaar duurt). 2. Hij moet zo snel mogelijk zijn Witte Huis-staf en ministers zoeken. 3. Hij moet zijn campagnethema's uitdunnen en een paar echte prioriteiten overhouden. Anders ga je het Congres overvragen. 4. De nieuw gekozen president moet de pers voeden en zoet houden. 5. Hij moet zo snel mogelijk contacten leggen met de leiding van beide partijen in het Congres en andere strategisch belangrijke leden. 6. En een gedetailleerd actieplan voor de eerste maanden uitwerken. Reagan volgde die aanpak met succes. 7. Verruim je publieke imago. De Amerikanen willen na de verkiezingen de verkiezingen vergeten. Zij willen de nieuwe president zien en leren kennen – dat is iemand anders dan de kandidaat. Die belangstelling blijft een paar maanden bestaan; daar moet hij van profiteren. JFK was tot zijn overwinning een snel pratend zoontje van zijn pa, die misschien het presidentschap voor hem had gekocht. Hij slaagde er toch in als president van alle Amerikanen aan de baan te beginnen. 8. Er zijn elf weken om dit alles voor elkaar te krijgen. De risico's van onwetendheid en overmoed zijn talrijk. Voor een oudgediende, zoals Gore in zekere zin ook is, bestaat er de extra nare verplichting dat hij voorlopig aardig moet doen tegen mensen die hij niet aardig vindt.

De aristocratische Washingtonse advocaat C. Boyden Gray, werkte eerder voor Republikeinse presidenten en zou nu opnieuw in het overgangsteam van George W. Bush zitten. Hij wees er op dezelfde Neustadt-bijeenkomst op dat de staatveiligheidskeuringen en de gepolitiseerde goedkeuringsprocedures in het Congres tegenwoordig al snel zes tot negen maanden in beslag kunnen nemen. Een extra reden om vanaf de eerste dag de namen voor de sleutelposten paraat te hebben. Men riskeert anders een fataal slechte start. President Jimmy Carter wist na zijn ambtsaanvaarding in januari '77 nog niet wie hij stafchef van het Witte Huis zou maken – de belangrijkste functionaris die de president uit de nesten moet houden of halen. Bestuurlijk is Carters presidentschap nooit meer op orde gekomen.

,,Een Amerikaanse verkiezing bepaalt wie de regering gaat leiden, en welke coalitie van belangengroepen het voor het zeggen krijgt. Een verkiezing bepaalt niet welk politiek programma wordt uitgevoerd'', waarschuwt presidentiële wetenschapper Nelson Polsby. ,,In Europa wordt vaak geklaagd dat Amerika niet met één stem spreekt en haar beloftes niet nakomt. De verhoudingen zijn nu eenmaal zo dat de president veel kan ondernemen, maar hij deelt zijn zeggenschap met het Congres, terwijl ook verschillende rechters, overheidsdiensten en belangengroepen een zegje hebben. De driedeling van machten is in werkelijkheid een veelvoud van machten.''

Wie de presidentskandidaten de afgelopen maanden in actie heeft gezien, kan moeilijk anders dan denken dat zij het onderwijs en de gezondheidszorg drastisch zullen aanpakken als zij eenmaal zijn gekozen. George W. Bush gaat bovendien iedere Amerikaan die federale inkomstenbelasting betaalt, geld terug geven en de sociale zekerheid privatiseren. En Al Gore zal patiënten een bill of rights bezorgen die hen beschermt tegen nare verzekeringsmaatschappijen.

Bush zegt dat hij tegen big government is, maar geen van beiden vertelt dat 93 cent van iedere dollar die in de Verenigde Staten aan onderwijs wordt uitgegeven, door de verschillende staten wordt gespendeerd. Daarover wordt dus niet in Washington beslist. Voor een beter toegankelijke en bredere verzekering tegen ziektekosten is moeilijk een meerderheid in Senaat en Huis van Afgevaardigden te krijgen. Dat heeft het echtpaar Clinton ervaren. Hét eerste actiepunt van de Democratische president is tussen '92 en '94 uitgelopen op een flop, nadat artsen en verzekeraars het land en het Congres voor miljoenen had geïndoctrineerd tegen de Clinton-plannen.

Volgens Reed Hundt, vriend van Al Gore en voormalig president van de belangrijke Federal Communications Commission, kwam die vroege nadruk op hervorming van de gezondheidszorg niet voort uit een ideologische of persoonlijke hobby. Het waren de economen die tijdens de transition hamerden op de uit de pan rijzende kosten van de gezondheidszorg. Toen dat in de loop der jaren later bleek mee te vallen had Clinton al veel politiek krediet eraan verspeeld.

De merkwaardigste pijler van presidentiële macht is misschien wel zijn rol als Hoofdcommissaris van de Wereldpolitie. Terwijl de secretaris-generaal van de Verenigde Naties als een straathoek- werker ruziënde partijen aan de praat houdt, moet de president van Amerika bepalen of hij troepen of bommen inzet om de Amerikaanse belangen veilig te stellen, of de vrede te herstellen.

Het gebrek aan concurrentie en zware partners op dat gebied is een onderwerp van gesprek in de Verenigde Staten. De Brookings Institution in Washington wijdt er dit jaar een aantal studiedagen aan onder de titel American Primacy. We are number one, now what? Tijdens een recente bijeenkomst zei Richard Haass, vice-president van de denktank: ,,We gaan iemand als president kiezen die weinig idee heeft van buitenlands beleid. Dat geldt namelijk voor beiden. En dat terwijl zijn presidentschap zwaar zal worden getekend door buitenlands beleid. Ik wens hem sterkte.''

Al Gore zal deze typering niet accepteren. Hij heeft zich intensief bezig gehouden met Rusland en de Balkan, de klimaatconferentie in Kyoto en de schuldencrisis. Gore is, meer dan zijn tegenstander, voorstander van een multilaterale aanpak van crises. Hij is sowieso de meest actief bij het landsbestuur betrokken vice-president uit de geschiedenis van de Verenigde Staten geweest. Dat lijkt hem in de verkiezingen niet te helpen omdat het zijn neiging tot betweterigheid voedt. George W. Bush op zijn beurt maakt bijna een komisch nummer van zijn geringe intellectuele nieuwsgierigheid en kennis van verre landen. Als gouverneur van Texas betrof zijn enige buitenlands beleid Mexico.

Er zijn meer punten waarop de nieuwe president van zich kan doen spreken. Hij benoemt de komende periode vier jaar één, twee of drie nieuwe rechters in het Supreme Court en honderd of meer andere federale rechters. Die doen uitspraken met soms verstrekkende gevolgen, over de verhouding tussen staten en de federatie of tussen vrouwen en hun ongeboren vrucht.

Op omstreden terreinen als de defensiebegroting, wapenbezit of herziening van het staatspensioenstelsel zal een nieuwe president betrekkelijk weinig invloed hebben. De publieke opinie en de verhoudingen in het Congres liggen zo vast dat de president geen vrije speler is die de zaken drastisch kan herzien. Dat ligt anders bij de keuze voor of tegen `Star Wars', het milieu of de gezondheidszorg voor bejaarden. Daar kan de president vrij veel doordrukken. Zoals hij ook voor zwarte en homoseksuele Amerikanen wel wat kan doen, opnieuw via benoemingen in de rechterlijke macht.

Sprekend over de twee kandidaten voorziet presidentieel geleerde Richard Neustadt dat het een nadeel kan zijn dat Gore veel weet. ,,Al Gore is een felle student, hij wil alles weten. Het gevaar bestaat dat hij geen afstand kan nemen van dingen die hij in de campagne heeft beloofd. Als hij minder wist, zou hij makkelijker in het ambt groeien. Een ander nadeel is dat hij na acht jaar vice-presidentschap denkt dat hij weet wat het is om president te zijn. Maar de dingen die hem het helderst voor ogen staan zijn de punten die hij anders zou doen. Hij weet niet hoe het in het echt is.'' De zonnige Republikein Bush zal het makkelijker hebben als president, voorspelt Neustadt: ,,Hij heeft geen acht jaar ervaring. Texas is Washington niet. Hij heeft op zijn vader gelet, toen die vice-president en president was. Maar hij heeft – anders dan Reagan – geen vier of vijf leidende beginselen. Hij moet dus sterk vertrouwen op zijn medewerkers. Dat zal hem af en toe in de problemen brengen. Een groot voordeel voor Bush is dat men zo weinig van hem verwacht. Hij moet zijn mensen goed kiezen, maar verder hoeft hij lang niet zo hard te werken als Al Gore. Bush hoeft geen superman te zijn. Hij hoeft alleen maar te komen.''

Wie het ook wordt, beiden zullen symbolen nodig hebben om echte ideeën zichtbaar te maken of het gebrek daaraan te maskeren. Iedere president heeft uiteindelijk zoveel macht als hij zichzelf weet te bezorgen, gegeven de talrijke omstandigheden die hij niet in de hand heeft. Amerika kent geen parlementair stelsel, maar het is wel een democratie. Daarom is het toch van belang hoe na dinsdag het Huis van Afgevaardigden en de Senaat eruitzien. Dat zal veel zeggen over de toekomstige president Gore of president Bush.