Ons dorp

Het dorpshuis op Herwijnen puilde uit. De laatste stoel was allang bezet. Achterin de zaal namen mensen plaats op tafeltjes die tegen de muur waren geschoven. Vanuit een ander zaaltje werden barkrukken aangedragen.

Op uitnodiging van de historische vereniging sprak Hette Meijering, een zoon van dominee Meijering die van '51 tot '69 de gereformeerde gemeente onder zijn hoede had gehad. Hij was ongeveer van mijn leeftijd en toen hij over zijn jeugd begon te vertellen, Herwijnse mensen en toestanden in de jaren '50, moest ik aan voormalige verjaardagen denken – ja, daarop leek het nog het meest, op een enorm uitgebreide familiebijeenkomst.

Behendig zeilde Hette van de ene anekdote naar de andere. Hij bediende zich van Algemeen Beschaafd Nederlands, maar telkens als zo'n anekdote zijn hoogtepunt naderde, als iemand destijds iets onvergetelijks had gezegd of gedaan, ging hij automatisch over op dialect. Sommige van die dingen konden überhaupt niet in het Algemeen Beschaafd gezegd worden. Aan andere zou het altijd nog ernstig afbreuk hebben gedaan; wat in Algemeen Beschaafd hooguit goed was geweest voor een welwillende glimlach, leverde in het dialect een uitbundig geschater op. Dit dialect was al een boodschap op zichzelf. Kijk toch eens, zei het herrewijns van Hette Meijering, hoe lang het allemaal geleden is, hoe schilderachtig het volk toen was, hoe lieflijk ons dorp.

Ik zag de zaal om mij heen, dubbel van het lachen, en opeens besefte ik dat het dialect zelfs in zijn eigen omgeving iets bijzonders is geworden.

Na de pauze werden dia's uit het begin van de jaren '60 vertoond, vooral boerderijen en dijkhuisjes, hier en daar de bijbehorende mensen (mijn grootmoeder en ome Kiene!). Wat mij opviel: hoe schoon en overzichtelijk het dorp toen al was – zo kort na de oorlog nog maar. Opeens kwam het mij voor dat 1960 veel dichter bij vandaag dan bij vroeger lag, opeens besefte ik hoe verschrikkelijk veel er toen al veranderd was, eigenlijk zonder dat je er erg in had.