OMVANG VAN DIGITALE INFORMATIE-EXPLOSIE IN KAART GEBRACHT

De hoeveelheid informatie die op mensen afkomt neemt steeds grotere proporties aan. Hal Varian en Peter Lyman van de University of California in Berkeley hebben kortgeleden de laatste hand gelegd aan hun rapport `How much information?' waarin zij in kaart brengen hoeveel informatie er in het afgelopen jaar is geproduceerd: op het internet, in wetenschappelijke tijdschriften, op cd's, zelfs in junkmail. De Amerikanen komen niet alleen op de proppen met duizelingwekkende getallen, maar signaleren ook een `democratisering' van zowel de informatieproductie als de toegankelijkheid van die informatie.

``Een eeuw geleden kon een gemiddeld persoon in zijn leven slechts een bescheiden hoeveelheid informatie produceren'', schrijven de Amerikanen, ``Niet alleen heeft iedereen tegenwoordig toegang tot een enorme berg informatie, op dit moment is ook iedereen in staat om zelfstandig gigabytes aan gegevens te produceren, en die informatie in principe over de hele wereld te verspreiden, via het internet.''

Een geweldige informatie-explosie is het gevolg. Het internet bestaat volgens het rapport uit 2,5 miljard websites en daar komen dagelijks 7,3 miljoen websites bij. Het aantal webpagina's dat daaronder ligt, is uiteraard een veelvoud: 550 miljard. E-mail neemt nog eens vijfhonderd keer zoveel informatie voor zijn rekening als webpagina's op het internet. Een gemiddelde bureaumedewerker ontvangt volgens de telling dagelijks veertig e-mailberichten. De huidige jaarlijkse informatieproductie schatten de onderzoekers op 250 megabyte per hoofd van de wereldbevolking. Dat komt neer op een wereldproductie van jaarlijks bijna twee exabyte (een exabyte is een miljard gigabyte, oftewel 10 byte). Ter vergelijking: vijf exabyte komt overeen met alle woorden die ooit door mensen zijn uitgesproken.

Het rapport meldt tevens dat internet de gedrukte media slechts gedeeltelijk verdringt. Het afgelopen jaar daalde de wereldwijde productie van kranten met twee procent, maar het quotum boeken steeg met eenzelfde percentage. De grootste informatiestroom komt nog altijd uit de VS: 35 procent van al het drukwerk, 40 procent van al het beeldmateriaal en meer dan de helft van alle digitaal opgeslagen gegevens.

De onderzoekers trekken de weinig verbazingwekkende conclusie dat informatiemanagement steeds belangrijker wordt, omdat men door de bomen het bos niet meer ziet. ``Informatiemanagement is de volgende fase in geletterdheid'', aldus Lyman. De onderzoekers doen echter geen duidelijke aanbevelingen hoe dat probleem zou moeten worden opgelost. Misschien, zo schrijven zij, zouden gespecialiseerde bedrijven die beschikken over een gigantische opslagcapaciteit het persoonlijke informatiebeheer kunnen gaan uitvoeren.

Varian en Lyman zijn de eersten die hun wereldwijde onderzoek naar de hoeveelheid informatie in Terabytes (miljarden bytes) hebben vastlegd, een universele en objectievere maat dan aantallen boeken, rapporten etc. zoals die vaak in oudere onderzoeken werd gebruikt. Het rapport is niet in druk verschenen, omdat de auteurs het regelmatig willen bijwerken met nieuwe gegevens en commentaar van lezers. Het is op internet te vinden op: www.sims.berkeley.edu/how-much-info/index.html