LUCHTSCHIP

In `Luchtschipperen' (bijlage W&O, 28 oktober) geeft Karel Knip een interessant (vooral technisch) inzicht in de actuele stand van de ontwikkeling van het luchtschip. Hij beschrijft voornamelijk Nederlandse initiatieven: startende ontwikkelingen en wijst en passant op de ontwikkelingen in UK en Duitsland. Helaas blijft het bij deze simpele constatering over buitenlandse ontwikkelingen. Knip gaat ook niet in op de doelmarkten waarvoor de Zeppelin ingezet kan worden, zoals vervoer van volumineuze vracht (geen last van overvolle wegen) en de puike geschiktheid van een luchtschip voor grootschalige rampbestrijding (aardbevingen, bosbrandbestrijding en dergelijke).

Met name het CargoLifterproject in Duitsland verkeert in een vergevorderd stadium. CargoLifter is inmiddels beursgenoteerd (Frankfurt) en beschikt over ca. DM 1 miljard aan funding. Het aantal aandeelhouders overschrijdt het aantal van 10.000. Op zijn fabriek in Brand (voormalig Oost-Duitsland), 80 km ten zuiden van Berlijn, realiseert CargoLifter een grootschalige ontwikkeling. Meer dan 200 technici, uit 14 verschillende landen, zijn op deze voormalige Russische luchthaven werkzaam. Het prototype van de nieuwe CargoLifter `Joey' vliegt reeds en heeft inmiddels de goedkeuring van de Duitse luchtvaartautoriteiten. De productiehal, 360 m lang, 219 m breed en 107 m hoog, verkeert in een afbouwfase. Alles is erop gericht de eerste CargoLifter binnen 2 jaar in de lucht te krijgen.

Ligt het onder deze omstandigheden niet voor de hand dat de Nederlandse initiatiefnemers, maar ook onze luchtvaartautoriteiten, aansluiting zoeken bij en waar mogelijk participeren in de CargoLifterontwikkeling? Dat bespaart veel geld en voorkomt Nederlandse mislukkingen c.q. te kleinschalige projecten. Dergelijke projecten vereisen een mondiale aanpak en Nederland is daarvoor simpel te klein.