EINDELIJK SERIEUS GENOMEN

Op hun werk merken scholieren hoe de grotemensenwereld in elkaar zit.

Ze accepteren de regels, en dat heeft ook effect op hun schoolgedrag. `Doe je dat op je werk ook?'

Voor het raam van de schoenenwinkel in de Amsterdamse Kalverstraat hangt een briefje: personeel gezocht. Wie in de winkel wil werken worden allerlei extra's beloofd zoals een reiskostenvergoeding en personeelskortingen. Binnen zet Eliza Perez (15) een paar schoenen terug in de kast. Ze doet alles op haar gemak, want het is niet druk op deze druilerige woensdagochtend. Nee, voor die extra's staat ze hier niet, laat staan voor het geld: 5,35 per uur. Bruto. Een vriendin verdient vijftien gulden per uur schoon in een souvenirwinkel. Maar Eliza zou niet willen ruilen. ``Ik heb hier allemaal gezellige collega's en ik verkoop iets wat ik zelf ook leuk vind.''

Tijdens de gewone schoolweek werkt Eliza alleen in het weekend. Maar nu het herfstvakantie is, staat de havo-3 leerling de hele week in de winkel. Het extra geld komt goed uit. ``Ik krijg ook zakgeld, maar ik vind het prettig om mijn eigen geld te verdienen. Bovendien wil ik alles kunnen kopen wat ik graag wil hebben. Ik ben geen merkentrut, maar ik heb wel een dure kledingsmaak.''

Het aantal scholieren met een bijbaantje stijgt langzaam maar zeker, zo blijkt uit het onderzoek 'Bijbaantjes van scholieren' van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD) dat in september uitkwam. Op dit moment heeft 48 procent van de scholieren een bijbaantje, in 1994 was dat nog 44 procent en in 1984 42 procent. Zij werken gemiddeld 7,6 uur per week en verdienen daar 246 gulden per maand mee. De topdrie van populairste baantjes is al jaren onveranderd. Het meest voorkomend is een oppasbaantje (10,9 procent), gevolgd door kranten bezorgen (10,6 procent) en werken in de winkel (9,5 procent). Slechts één procent van de scholieren verdient geld met `klusjes'.

Geld is zeker niet de enige motivatie voor scholieren om een bijbaantje te hebben, zegt Leo Prick, directeur van Intervu, een adviesbureau voor onderwijs en organisatie. ``Het is een lifestyle geworden om naast school te werken. Het is een belangrijk onderdeel van de zelfstandigheidsontwikkeling van scholieren. Hun ouders hebben vaak geld genoeg, maar de jongeren vinden het prettig om het zelf te verdienen.'' Prick ziet dat scholieren veel leren van een bijbaantje. ``Thuis en op school worden er vaak geen expliciete regels gesteld, maar in een werksfeer wel. Daar wordt hun verteld dat ze zich netjes moeten gedragen. Dat werkt disciplinerend. Scholieren vinden die regels prima, sterker nog: ze voelen zich als volwassene behandeld. Op die manier leren ze veel van zo'n baantje en dat heeft weer een uitstraling naar de school.''

Decaan Marcel Bouwman van het Maaslandcollege in Oss kan dat beamen. ``Je merkt het heel goed als een scholier een bijbaantje heeft. Die leerlingen zijn vaak heel beleefd. Als ze uitvallen tegen mij of een andere leraar is het heel effectief als je zegt: dat doe je op je werk toch ook niet. Dan snappen ze je meteen.''

Ton Schalkx (17) zit op het Maaslandcollege, in klas havo 5. Op zaterdagavond werkt hij in de catering van een partycentrum. ``Het is zo anders dan op school. Je komt te weten hoe het later is als je een echte baan hebt. Dat je beleefd moet zijn tegen mensen.'' Havo-4 leerling Lindy van den Engel (15) is het met hem eens. Zij staat elke zaterdag op de markt in een groente- en fruitkraam. ``Je leert met mensen omgaan. Ook als ze niet zo aardig zijn moet je rustig blijven. Bovendien leer ik met geld om te gaan. Op de markt leer je goed hoofdrekenen.''

werkafspraken

Nu zoveel scholieren bijbaantjes hebben, zouden de scholen er goed aan doen daar rekening mee te houden, zegt Prick. ``Ze zouden bijvoorbeeld een vaste middag vrij kunnen geven zodat scholieren werkafspraken kunnen maken. Het lesrooster kan namelijk veel efficiënter worden ingericht.'' Dat dat tot nu toe niet werd gedaan, heeft volgens Prick te maken met de tweede functie die de school naast het geven van onderwijs van oudsher had: jongeren van de straat houden. Maar nu gaan die scholieren na school naar hun werk. Die functie is dus weg, aldus Prick.

Die ideeën worden niet overal gedeeld. Want hoewel rector W. Sporken van het Den Hulster College in Venlo niets tegen bijbaantjes heeft, vindt hij het onzin om daar rekening mee te houden. ``Bovendien kom ik dan organisatorisch in de problemen. Het kan gewoonweg niet.'' Ook rector T. van Kleef van het Maaslandcollege heeft bezwaren. ``Ik heb 1.400 leerlingen met evenzoveel verschillende karakters en bezigheden. Ik kan me niet voorstellen dat een paar uniforme maatregelen dan helpen.'' En als hij dan toch met iets rekening moet houden, dan liever met sportieve of culturele activiteiten van zijn leerlingen.

Ook rector W. Hoetmer van het Frederik Hendrik College in 's Hertogenbosch is niet van zins om bijvoorbeeld een vrije middag in te roosteren. Hij heeft er juist omgekeerd voor gezorgd dat de bijbaantjes van zijn leerlingen niet langer meer wijzigingen in het lesrooster in de weg staan. ``Bij roosterwijzigingen gebeurde het veel te vaak dat een leerling niet kon komen omdat hij bij zijn baantje verwacht werd. Dat soort dingen kunnen gewoon niet. Daarom hebben we nu de regel dat leerlingen elke dag tot kwart over vier vrij moeten zijn voor school, ongeacht of er een les staat ingeroosterd.''

Van Leentje Klaazen (15, mavo 4) die op het Maaslandcollege zit en zaterdag in de ijssalon werkt, hoeft de school geen rekening te houden met haar bijbaantje. ``Je moet gewoon geen baantje doordeweeks nemen, maar alleen op zaterdag, dan is er niets aan de hand.'' Linda van den Berg (16, vwo 5) is het niet met haar eens. Zij werkt op dinsdagavond in een supermarkt. ``Ik heb zoveel tussenuren dat ik elke dag tot laat op school zit. Ik vind dat onnodig en vervelend. Als ik op dinsdag iets eerder uit zou zijn, zou ik een uur eerder in de supermarkt kunnen beginnen. Dat zou al schelen.''

Prick vindt het ``dom en onverstandig'' van scholen dat ze geen rekening willen houden met de bijbaantjes van de scholieren. ``We zijn vergeten van wie de school is: van ouders en leerlingen. Die moeten op hun wensen bediend worden.'' En steeds meer leerlingen zullen volgens Prick van hun school gaan eisen dat ze zich meer aanpassen aan hun buitenschoolse activiteiten. ``Dat scholieren een bijbaantje hebben is een onstuitbaar fenomeen. In plaats van je daartegen te verzetten kan je het als school beter positief benaderen.''

Werken en leren zullen steeds meer geïntegreerd raken. Prick: ``Er is een interessante ontwikkeling gaande. Serieus werken speelt op steeds jongere leeftijd een rol, maar tegelijkertijd gaan mensen ook steeds langer naar school. Een groot deel van het leven wordt daardoor een mix van werken en studeren. Het accent verschuift daarin steeds meer naar werken.''

Ook rector Bouwman uit Oss ziet deze ontwikkeling. ``Het is ook eigenlijk raar dat je eerst zoveel jaar alleen maar studeert en dan ineens gaat werken. Volgens mij is een grote aantrekkingskracht van bijbaantjes voor scholieren dat het wat tegenwicht biedt tegen dat hele theoretische op school. Ze vinden het heerlijk om af en toe ook even met hun handen bezig te zijn. En ze zijn nodig op de arbeidsmarkt. Vanuit die hoek wordt veel druk op scholieren gelegd om te gaan werken. Je kan geen winkel voorbijlopen of je ziet wel zo'n briefje hangen: personeel gevraagd.''

vakken vullen

Het is volgens Bouwman echter niet nodig dat scholen rekening gaan houden met de bijbaantjes van scholieren. ``Je moet het andersom zien: bijbaantjes passen zich aan aan het schoolleven. Waarom zijn er zoveel scholieren die vakken vullen in de supermarkt? Omdat dat gedaan wordt als de winkel dicht is, dus per definitie buiten schooltijd. En zo hoort het ook. Scholieren die een bijbaantje hebben moeten kijken: hoe past dat binnen mijn schoolleven?''

Inmiddels loopt de herfsvakantie ten einde en Eliza houdt het nu maar voor gezien met haar baantje in de schoenenzaak. ``Ik moest ineens keihard werken en dat voor zo weinig geld. Ik wil het wel een beetje leuk hebben op mijn werk. En er zijn toch baantjes in overvloed, dus je hebt het voor het uitkiezen.'' Eliza heeft al een nieuw baantje bij een kledingzaak op het oog. Maar ze wil nog even verder kijken en vergelijken. Dezelfde dag nog wil ze er op uitgaan: jobshoppen in de Kalverstraat.