Egypte zorgt dat de verkiezingen `schoon' zijn

Op 17 oktober was de eerste ronde van de parlementsverkiezingen in Egypte, woensdag zijn ze voorbij. Hoe organiseert een regime zijn overwinning? Een oefening in dictatoriale democratie. Vandaag het eerste artikel in een serie: de rechters.

,,Ik wil stemmen!'' Woedend beende kiezer M. uit het district Oud-Kairo bij de Egyptische parlementsverkiezingen in 1995 het stemlokaal uit. Zojuist was hem verteld dat hij allang had gestemd, net als alle kiezers in zijn kiesdistrict, en iedereen was voor de regeringskandidaat.

Kiezer M. was niet het enige slachtoffer van de parlementsverkiezingen. Onderzoek achteraf toonde aan dat 80 procent van de parlementariërs via fraude of intimidatie aan zijn zetel was gekomen. Eerder dit jaar verklaarde het Hooggerechtshof daarom het hele parlement, en daarmee vijf jaar wetgeving, onconstitutioneel. Het Hof achtte het toezicht op de verkiezingen volstrekt ontoereikend, omdat het was uitgevoerd door de regering zelf. In 1984 en 1987 was het parlement ook al onconstitutioneel verklaard.

Dat moest anders, dacht men in Kairo. Niet dat vingerwijzingen van het Constitutioneel Hof in Egypte worden opgevolgd, of dat het parlement werkelijke macht heeft. Die is in handen van president Mubarak, het leger, de geheime diensten en de politie.

Maar de regering werkt hard aan een democratisch imago, om Egypte voor te stellen als een stabiele en aantrekkelijke markt voor buitenlandse investeerders. Bovendien drijft het regime op de meer dan tien miljard gulden Westerse hulp per jaar, en dan moet je althans de schijn van eerlijke verkiezingen ophouden. En dan oogt het beroerd wanneer er, zoals bij de verkiezingen van 1995, door intimidatie en onlusten zeker 60 mensen omkomen.

Het regime wilde dit jaar dus schoon ogende verkiezingen zonder pijnlijke beschuldigingen van fraude op CNN of de Arabische variant daarvan op de satelliet, Al-Jazeera. Berichten in de staatspers in september spraken van een uitslag waarbij de regeringspartij hooguit 80 procent van de zetels wint, en niet zoals vijf jaar geleden 97 procent. Dat doet toch te veel denken aan de verkiezingen in echte dictaturen zoals Syrië of Irak.

Om een schone verkiezingsoverwinning veilig te stellen, verbood het regime allereerst de krant van de geweldloos-fundamentalistische oppositie, en smeet het de meeste prominenten ervan in de gevangenis – konden ze bijpraten met hun circa 15.000 geloofsgenoten die daar al jaren zonder proces wegkwijnen.

Oppositiekandidaten van seculiere partijen werd het campagne voeren goeddeels belet, mensenrechtenorganisaties en activisten werden monddood of kapot gemaakt. Vervolgens was de kust veilig om het toezicht op de verkiezingen uit te besteden aan de enige, enigszins onafhankelijke macht in Egypte naast de regering: de rechters.

Het probleem dat er veel te weinig rechters in Egypte zijn, was snel opgelost door de verkiezingen in drie delen te hakken. Maar een veel minder makkelijk te nemen obstakel was dat de rechters hun taak serieus opvatten. Ze eisten niet alleen toezicht op het uitbrengen van de stemmen, maar ook op het tellen ervan, en het tussenliggende vervoer van de bussen. De rechters kregen hun zin, hoewel de regering terugsloeg met de aanstelling van honderden juristen in overheidsdienst, die opeens ook als rechters werden beschouwd. Van de echte rechters werden de oudste, en daarmee meest onafhankelijke, uitgesloten van controle, zogenaamd om geen achterstand op te lopen bij de reguliere zaken bij de rechtbanken.

Afgaand op de resultaten van de eerste ronde lijkt het regime precies de uitslag te krijgen die het wenste. De regeringspartij haalde 118 van de 150 tot nu toe te vergeven zetels, 78,6 procent. Ook westerse waarnemers spreken van ,,ongekend ordelijke verkiezingen binnen de verkiezingsbureaus''. Zo bleef de politie buiten, in plaats van tijdens het stemmen over de schouders van kiezers mee te kijken, wapenstok in de hand. Schoonheidsfoutje was de lawine van berichten van fraude buiten de stembureaus.

Hoe dan ook, tijdens een staatsbanket op 29 oktober ter ere van de Duitse kanselier Gerhard Schroder de Egyptische premier Atef Abeid geheel in zijn nopjes: ,,Egypte blijft streven naar versterking van de democratie. Ziet U wel? Wij hebben een meerpartijenstelsel, vrije verkiezingen en een onafhankelijke rechterlijke macht.''