Een strip over Superman Jezus

De Kunsthal wil graag de popularisator van kunst in Nederland zijn. Populaire onderwerpen brengt de hal vaak serieus (Ieder z'n voetbal), serieuze onderwerpen populair. Het opmerkelijkste voorbeeld van die laatste variant was de Picasso-tentoonstelling, maar Jezus in de gouden eeuw is ook een mooi geval. Aan Jezus valt, in een tijd waarin niemand meer weet waar Pinksteren voor staat en de kerken leeglopen, natuurlijk heel wat te populariseren. En dus vertelt de Kunsthal over Jezus, maar dan op `zijn Kunsthals': als een stripverhaal. Daarin bestaat een eerbiedwaardige traditie; of het nu de Ilias is of Prousts A la recherche du temps perdu, de afgelopen decennia zijn ze al omgevormd tot een strip. De vorm van Jezus is echter nieuw. Christus' leven en lijden wordt getoond aan de hand van zo'n honderd schilderijen, van tientallen zeventiende-eeuwse Nederlandse en Vlaamse meesters. Zo verzorgen Cornelis Cornelisz van Haarlem en Pieter de Grebber allebei een Maria met kind, Jan Baptist Weenix doet De rust op de vlucht naar Egypte, Jan Lievens de Opwekking van Lazarus, Jan Miense Molenaar de Bespotting. Op de achtergrond klinkt statige muziek, op strategische plaatsen hangen korte teksten waarin de betreffende scènes nader worden uitgelegd.

Het is duidelijk dat de makers van de tentoonstelling zich er goed van bewust zijn dat ze met een dergelijke aanpak het gevaar lopen serieus genomen te worden, en dus wordt er hard gewerkt om dat te voorkomen. Inhoudelijke discussies worden vermeden, de anekdotes en Christus' wonderen krijgen opmerkelijk veel aandacht. Dat betekent dus drie keer Christus en de overspelige vrouw, drie keer de Storm op het meer bij Galilea, maar ook `mirakelen' als De bruiloft te Kana of de Genezing van de lamme bij de Poel van Bethseda. Waar het wonderen en mirakels betreft doet Jezus op deze tentoonstelling nauwelijks onder voor Bat- of Superman.

Hoe leuk het idee om Jezus' leven te reconstrueren aan de hand van schilderijen ook is, de smet op de tentoonstelling is de matige kwaliteit van de werken. De Kunsthal schermt weliswaar met grote namen als Rembrandt, Jordaens en Rubens, maar daar moet de bezoeker zich niet al te veel bij voorstellen. Jezus in de Gouden eeuw bevat veel werken uit de kunsthandel en opvallend veel schilderijen uit de collectie van ene S⊘r Rusche uit Duitsland, die een opmerkelijke liefde aan de dag legt voor middelmatige doeken van schilders als Lodewijk Finson, Pieter Fris en Rombout van Troyen.

Uitzonderingen op deze kwalitatieve droefenis is een uiterst curieuze Paulus Bor van de Twaalfjarige Christus in de tempel, waarop vijf volwassenen dromerig naar een lichtgevend mini-mensje staan te kijken. Mooi zijn ook de twee Arent de Gelders met hun zwaar Rembrandteske stilering en een paar mooie Dirck van Baburens, waaronder een tragische Gevangenneming. Die vergoeden ook voor de koddige rol die Rembrandt op deze tentoonstelling speelt. De Kunsthal wil zo graag met zijn naam pronken dat de meester er met de haren is bijgesleept. Gevolg is dat we in het schilderijenoverzicht een keer `Rembrandt (?)' krijgen gepresenteerd, en twee keer een `Rembrandt, navolger'. Voor het gemak krijgen ze alle drie nog wel de geboorte- en sterfdatum Leiden 1606 - Amsterdam 1669 mee, wat toch moeilijk anders kan worden omschreven dan als boerenbedrog.

Op Jezus in de Gouden Eeuw leert de Kunsthal zijn publiek wel veel over het leven van Jezus, maar weinig over het kijken naar goede kunst. De schilderijen zijn gereduceerd tot illustraties. Jezus in de Gouden eeuw is geen slechte tentoonstelling, maar meer gemaakt voor liefhebbers van strips dan voor die van schilderkunst. En dat was waarschijnlijk precies de bedoeling.

Tentoonstelling: Jezus in de Gouden Eeuw. Kunsthal, Westzeedijk 341, Rotterdam. Di. t/m za 10-17, zon- en feestdagen 11-17u. Gesloten op eerste kerstdag. T/m 7 januari.