De charme van stank en arbeid

Fabrieksterreinen, hoogovens, de Rotterdamse haven, vliegvelden en containerterminals worden steeds vaker bezocht door busladingen toeristen. Wat is er zo boeiend aan rokende schoorstenen, stampende motoren en zoemende kerncentrales?

Voormalig Rijnschipper Rinus de Jongh werkte 23 jaar lang voor grote Rotterdamse stuwadoorsbedrijven en heeft thuis een meterslange boekenkast vol literatuur over scheepvaart. Oud-gemeenteambtenaar Hans den Broeder, organisator van de eerste Open Haven Dagen, zit Rotterdam naar eigen zeggen 'aan het hart gebakken'. En Kees Roos begeleidde vanaf de jaren zestig de automatisering van de Rotterdamse haven en bezocht talloze havens van Hamburg tot Kaapstad.

Wat deze mannen verbindt is dat ze alledrie, ondanks hun pensioen, nog wekelijks rondlopen in het uitgestrekte havengebied van Rotterdam. Als gidsen van Industrieel Toerisme Rotterdam laten ze groepen en individuele bezoekers achter de schermen kijken bij de grootste containerterminal van Europa, de overslagloodsen voor granen en fruit of de Rotterdamse luchthaven. Per boot en bus wijden zij leken in in de wereld die zo lang de hunne was dat die hen niet meer loslaat.

'Wat er zo mooi is aan de haven?' In de stem van De Jongh klinkt meewarigheid door over zo'n onnozele vraag. Als hij een poging doet zijn passie onder woorden te brengen, beginnen zijn ogen te twinkelen en struikelt hij over zijn woorden. 'De haven is niet één dag hetzelfde, de dynamiek is enorm en overal waar je kijkt gebeurt iets. De bulkcarriers, containers, enorme olietankers en dan zo'n werkeiland dat er uitziet als pure science fiction. Als je het probeert te beschrijven, rollen de superlatieven over elkaar heen. De afmetingen en de aantallen, dat moet je eigenlijk zelf van dichtbij zien. Als je een hijskraan op afstand ziet, dan is er misschien niet veel bijzonders aan. Maar als je er onder staat en boven je hoofd hangt 85 ton erts op 110 meter hoogte, dan snap je over welke dimensie we het hier hebben.'

Maar de fascinatie draait niet alleen om spectaculaire machinerieën en futuristische technologie. Den Broeder spreekt met vertedering in zijn stem over het industrielandschap. 'Bij iedere bocht in de rivier word je weer verrast door een nieuw vergezicht. Als je op de kunstmatige duinenrij bij de havenmond staat, kan je voorbij de Maasvlakte tot aan Scheveningen kijken en aan de andere kant de laatste boorplatforms in de Noordzee zien liggen. Als je 's avonds met al die lichtjes door het gebied heen rijdt, is het echt sprookjesachtig.'

Veel mensen weten niet dat er in de nabijheid van industrieën ook veel natuur is te bezichtigen, zegt De Jongh. 'Het Brielse Meer bijvoorbeeld is ontstaan door de afdamming van de Brielse Maas en herbergt de grootste kolonie broedmeeuwen van Europa. Tussen de raffinaderijen en opslagtanks leven talloze planten en dieren die in de rest van het land niet of nauwelijks voorkomen. Er groeien daar meer dan zeventig soorten orchideeën, om maar iets te noemen.'

Deze opmerkelijke combinatie van industrie en natuur was tot voor kort alleen toegankelijk voor mensen die in de haven werken. Anderen werden buiten gehouden met hekken en bedrijfs- portiers die pasjes wilden zien. Maar sinds de publieke aandacht voor het milieu is toegenomen, beseffen bedrijven dat ze die belangstelling kunnen benutten en is het industrieel toerisme tot bloei gekomen. Niet alleen in de Rotterdamse haven maar ook in de kerncentrale van Borssele, de tuinbouwkassen in Boskoop en de bagageloodsen van luchthaven Schiphol kunnen geïnteresseerden bekijken wat zich daar op de werkvloer afspeelt.

'Het niveau van het schoolreisje zijn we ondertussen wel voorbij', zegt oud-computerman Roos. 'Mensen willen meer dan de Keukenhof of een pretpark. Ze willen iets doen en ze willen iets leren. Je ziet vaak dat mensen zelf komen kijken of de verhalen die ze van anderen horen en die ze in de kranten lezen wel of niet waar zijn.'

Een gemiddeld publiek kennen de gidsen niet. De rondleidingen trekken heel uiteen- lopende mensen: bejaarde Rotterdammers die wel eens willen weten wat er voorbij de Erasmusbrug ligt, industriëlen met zakelijke belangen, Nederlandse emigranten voor wie de tour een ritje in een tijdmachine is, scholieren die in de haven perspectieven op een baan ontdekken, een buslading leden van een huisvrouwenvereniging die de volgende keer met twee bussen komen, omdat hun echtgenoten ook nieuwsgierig zijn geworden, fabrieksarbeiders uit Limburg die wel eens willen zien hoe de pompen worden gebruikt die ze voor Shell maken.

'Ik ben zelfs een keer als gids door de haven gegaan met een stretch-limousine met chauffeur en bar. Twee achttienjarige meisjes - hoogblond, kortgerokt en hooggehakt - hadden een rondleiding door de haven gewonnen', vertelt De Jongh. 'Maar een andere keer had ik bijvoorbeeld ambtenaren van een Haags departement op sleeptouw. Die zaten onderweg te telefoneren met de minister. Dat zijn zo'n beetje de uitersten die je meemaakt.'

De verschillen tussen de bezoekers vergen nogal wat aanpassingsvermogen van de gidsen. Maar sociale vaardigheden alleen zijn niet genoeg, parate en actuele kennis is minstens zo belangrijk. 'Want er zit er altijd wel eentje bij die je weet te vertellen dat die toren niet 130 maar 132 meter hoog is', zegt De Jongh.

'Ik hou de websites bij, lees de bladen van de bedrijven en natuurlijk onze eigen knipselmap', zegt Roos 'Maar we gaan ook af en toe naar de bedrijven om te worden bijgespijkerd over de nieuwste cijfers. Toch is het belangrijk om te kunnen terugvallen op je eigen havenervaring, vooral in situaties waarin moet worden geïmproviseerd. Er verandert namelijk steeds van alles; een tunnel verdwijnt, een weg wordt aangelegd, een tank verplaatst. Je moet daar ogen voor ontwikkelen om dat op te merken.'

'Dat zijn dingen die je een ingesproken bandje niet kan laten doen', beaamt De Jongh. 'Als ik bij het stadhuis in een bus stap en begin te praten, dan kan ik makkelijk een verhaal van vier uur houden over alles wat we tegenkomen. En als we die rondrit nog een keer maken, dan vertel ik een heel ander verhaal van vier uur. Aan iedere paal en aan iedere boom zit wel een anekdote. In die paar uur prop je veertig jaar ervaring.'

Volgens alledrie de mannen zijn ze gaan gidsen uit de behoefte iets te doen te hebben na hun pensioen. Maar de werkelijke drijfveer is dat ze vreselijk trots zijn op hun stad. 'Ja, het is toch míjn stad, míjn haven. En die wil ik mensen graag laten zien. Ik wil graag dat mensen met een ander beeld van de haven weggaan dan waarmee ze gekomen zijn', zegt Den Broeder.

'Het is geen zendelingenwerk, maar een soort ambassadeur voor de haven voel ik me wel', vindt Roos. 'De haven heeft lange tijd een slecht imago gehad. Twintig jaar geleden dacht iedereen dat Rotterdam een grauwe stad was waar de zakkendragers met opgestroopte mouwen en een pakje brood onder de snelbinders rondfietsten. Maar dat beeld klopt gewoon niet meer.'

De Jongh weet zijn gehechtheid aan de haven nog het mooist onder woorden te brengen. 'Vroeger kwam ik er voor mijn brood en nu voor mijn plezier', zegt hij. 'Maar ik vind het nog steeds belangrijk dat het goed gaat. Als ik hoor dat er vorig jaar minder bulkgoed is overgeslagen of dat we niet meer de grootste zijn op containergebied, dan heb ik dagenlang flink de pest in!'

Industrieel Toerisme Rotterdam. Informatie tel: 010 411 98 55 of www.industrieeltoerisme.rotterdam.nl

Edo Dijksterhuis is freelance medewerker van NRC Handelsblad.

Walter Herfst is freelance fotograaf. Hij werkt regelmatig voor NRC Handelsblad. Daarnaast maakt hij vrij werk en volgt daarbij zijn passies: tuinen en de snelweg.

[streamliners] De haven is niet één dag hetzelfde, de dynamiek is enorm en overal waar je kijkt gebeurt iets.

Mensen willen meer dan de Keukenhof of een pretpark