Conconi nam zelf verboden middel EPO

De Italiaanse arts die hoofdverdachte is in een groot dopingschandaal, Francesco Conconi, heeft zelf ook geëxperimenteerd met het prestatie-bevorderende bloeddopingmiddel EPO. Daarbij steeg het hematocrietgehalte van zijn bloed tot niveaus die als zeer gevaarlijk worden beschouwd.

Dat blijkt uit documenten en computerbestanden die door de justitie van de Noord-Italiaanse stad Ferrara in beslag zijn genomen bij Conconi, en op het door hem geleide medische centrum in Ferrara. Informatie daaruit is gisteren openbaar gemaakt in de Italiaanse pers.

Volgens de justitie heeft Conconi onder het mom van onderzoek naar manieren om topsporters te testen op EPO-gebruik, een aantal prominente Italiaanse wielrenners, langlaufers en andere duursporters jarenlang EPO toegediend. De sportarts, die een wereldwijde faam had, wordt onder andere beschuldigd van misdadige samenzwering. Hij werd voor zijn anti-dopingonderzoek betaald door het Italiaanse Olympisch Comité Coni.

Conconi, nu een zestiger, is een amateurfietser en blijkt zichzelf in de jaren negentig jarenlang als proefkonijn te hebben gebruikt. In zijn agenda hield hij zorgvuldig de hematocrietwaarden en hemaglobinewaarden van zijn eigen bloed bij. Gebruik van EPO doet de hematocrietwaarde in het bloed stijgen: meer rode bloedlichaampjes maken groter zuurstoftransport mogelijk, maar maken het bloed ook dikker.

De internationale wielerunie heeft het maximaal toelaatbare percentage hematocriet op vijftig gesteld. Renners die een hoger percentage hebben, mogen voor hun eigen gezondheid niet meer rijden. Uit de documenten blijkt dat Conconis waarden vaak aanzienlijk hoger lagen. Van het jaar 1992 is een gedetailleerd overzicht gevonden. In mei lag zijn hematocrietwaarde op 38,8, op 24 juli lag het op 50,7, op 8 september was het verder gestegen naar 55,5, terwijl het in december was gedaald naar 40,8. In september 1993 werd een waarde van 59,5 procent genoteerd, in juni 1994 58,4 procent.

Door de EPO verrichte Conconi prestaties die geen enkele amateurrenner hem nadeed, en veel topsporters evenmin. Zo nam hij in de zomer van 1992 als 57-jarige deel aan de zeer zware beklimming van de Stelvio-pas, een 27 kilometer lange klim met een gemiddeld stijgingspercentage van zeven procent. Conconi eindige op de vijfde plaats en liet toen de twintig jaar jongere voormalig wielerkampioen bij de amateurs zestien minuten achter zich. Winnaar die dag was langlaufer De Zolt, die ook wordt verdacht van EPO-gebruik.

Conconi zou met deze testen op zichzelf topsporters ervan hebben willen overtuigen dat gebruik van epo een grote verbetering van de resultaten te zien geeft. Openbaar aanklager Pierguido Soprani wil tegen Conconi en een aantal van zijn medewerkers een rechtszaak beginnen. Binnenkort zal een andere magistraat vaststellen of het gedeponeerde bewijsmateriaal dat rechtvaardigt.