Broedplaats is een scheldwoord geworden

Amsterdam beleefde deze week een revival van de jaren tachtig, met de ontruiming van de gekraakte Kalenderpanden.

Die waren niet opgenomen in het gemeentelijke broedplaatsenbeleid. `Broedplaatsen? Legbatterijen zullen ze bedoelen!'

Fuck Broedplaats' staat er op het vaalwitte busje onder de trap van de Kalenderpanden, aan het Entrepotdok in Amsterdam. De trap is versierd met lampjes, tientallen mensen wachten tot ze naar boven kunnen voor de protestmanifestatie in het kraakpand. Het is de avond voor de ontruiming, die afgelopen dinsdag plaatshad. Er zijn muziekoptredens, zoals `Kraakgeluiden in de Binnenstad', de wekelijkse experimentele improvisatiesessie in de Kalenderpanden. Buiten, in de storm, veroorzaken vuurspuwers vonkenregens, jonglerend met brandende knotsen. Binnen is het broeierig warm – ruim duizend mensen zijn aanwezig. Schrijver Geert Mak, sympathisant van het eerste uur, hekelt in een toespraak het gemeentebeleid: ,,Broedplaatsen? Legbatterijen zullen ze bedoelen!'' Enorme bijval uit de zaal. Ex-kraker Mischa, in het publiek: ,,Het woord broedplaats is zo langzamerhand een scheldwoord geworden.''

Broedplaats is de term die de gemeente gebruikt voor woon-, werk- en cultuurruimtes voor jonge mensen en kunstenaars in Amsterdam. Vrijplaatsen die bijdragen aan het culturele klimaat in de stad. Sinds anderhalf jaar heeft Amsterdam een beleid hiervoor. Tot die tijd waren dat spontaan gegroeide initiatieven in kraakpanden, waar groepen krakers en kunstenaars samen iets op poten probeerden te zetten.

Vaak trokken deze plekken ook buitenstaanders, omdat er kunst werd gemaakt, of een tijdschrift, of omdat er concerten en theatervoorstellingen werden gegeven. Neem het VoQ-restaurant in de Kalenderpanden. Elke donderdagavond zat het vol – voor vier gulden kon je er een veganistische maaltijd krijgen. In de Graansilo, een van de bekendste panden, waren ateliers, exposities, restaurant De Peper, en het Silotheater. De Silo-feesten waren legendarisch. Tegen de ochtend kon je op het dak klimmen om de zon te zien opkomen over het IJ. Vrieshuis Amerika huisvestte Amsterdams enige indoor skatebaan. Alledrie zijn ze inmiddels ontruimd.

De krakersgroepen trekken vaak van pand naar pand. Zo kraakten drie leden van de Silo-groep in 1998 de Plantage Doklaan 8-12. Het pand oogt, tijdens een open dag, als een professionele galerie – met een inpandige biologische bakkerij, dat wel. Door het gebouw verspreid staan installaties: een reusachtig winkelwagentje, gemaakt van pallets en vuilniszakken, met een grote plastic zak erop die zich vult met lucht en dan weer langzaam leegloopt. Ernaast een spoor van oplichtende voetstappen in een zandpad. Een `kinetisch object' zorgt voor een zachtjes tokkelend achtergrondgeluid. Het pand aan de Plantage Doklaan staat op de lijst van op korte termijn te verwezenlijken broedplaatsen van de gemeente Amsterdam. Waarom eigenlijk? En hoe kwam het dat zulke uitingen van burgerlijke ongehoorzaamheid, die hun wortels hadden in de kraakbeweging van de jaren tachtig, werden verheven tot gemeentebeleid?

Het waren de krakers zelf die het gemeentebeleid in gang zetten. Rond 1998 werd duidelijk dat het niet goed ging met de vrijplaatsen in Amsterdam. Mede door de stijgende huizenprijzen vielen de `rafelranden van de stad' ten prooi aan stadsvernieuwing: het ene pand na het andere werd ontruimd zonder dat er iets voor in de plaats kwam. Kunstenaarsvakbond FNV Kiem sloeg alarm: jonge kunstenaars vertrokken massaal naar andere steden. Door de ontruimingen van de afgelopen vijf jaar zijn ruim zeshonderd mensen op straat komen te staan, schat Maik ter Veer, een voormalige Silo-bewoner die nu op het terrein van de voormalige Amsterdamse Droogdok Maatschappij (ADM) woont. Samen met de kraakpandenvereniging Gilde van Woonwerkgebouwen, kaartte hij de culturele leegstroom aan bij de gemeenteraad. Daar drong het besef door dat het imago van Amsterdam als culturele hoofdstad op het spel stond. Dus riep de gemeente in mei 1999 de `Projectgroep Broedplaats' in het leven, die vervangende locaties zou zoeken om de culturele kaalslag te stoppen. Onder het motto van burgemeester Patijn `Geen cultuur zonder subcultuur', moeten binnen vier jaar tweeduizend kunstenaars en andere `culturele ondernemers' aan een atelier of woonwerkpand geholpen worden. Het gaat in totaal om zo'n zeventigduizend vierkante meter aan ruimte, waarvoor de gemeente eenmalig 35 miljoen gulden uittrekt, plus structureel 6 miljoen per jaar. Naast de Plantage Doklaan, worden op korte termijn de Filmacademie aan de Overtoom en het ADM-terrein van stichting Kinetisch Noord tot broedplaats verheven.

Een subcultuur uit de grond stampen? ,,In principe kan het natuurlijk niet'', zegt projectmanager Gerrit Jolink. ,,Een broedplaats creëren, dat is een contradictio in terminis. Maar we kunnen niet anders, met de grond- en huizenprijzen van nu. Anders belanden alle leegstaande panden binnen de kortste keren op de vrije markt.''

De gemeente doet haar best. Toch is `Fuck Broedplaats' de communis opinio onder de krakers. Bewoners en gemeente hebben het niet meer over hetzelfde wanneer ze over een broedplaats praten. Volgens de krakers is dat `kleinschalige, grillige bedrijvigheid gemengd met wonen'. Een vrijplaats. Ongesubsidieerd.

De gemeente daarentegen komt met tal van regels – volgens de bewoners de dood in de pot. Sommige grote panden, zoals ADM en de Kalenderpanden, komen helemaal niet voor in het broedplaatsenplan. Te duur om te behouden, zegt de gemeente. Maar bovendien vraagt de gemeente de krakers om een bedrijfsplan te schrijven. Veertig procent van de potentiële bewoners moet afgestudeerd zijn aan de kunstacademie om voor een atelier in aanmerking te komen. De huren zijn te hoog, zeggen de krakers. En de gemeente doopt de meeste woonwerkpanden om tot ateliers, waarin alleen gewerkt mag worden. De broedplaatsen zijn namelijk veelal tijdelijk, en eenmaal gelegaliseerde bewoners kan de gemeente er niet meer uitzetten.

De Filmacademie bijvoorbeeld moet over vijf jaar plaats maken voor een fietspad naar het Vondelpark. Het stadsdeel bedong dat het gebouw niet bewoond mag worden, en geen openbare functie mag vervullen. Het restaurant moet dan verdwijnen. De bewoners zijn niet akkoord gegaan, en de Projectgroep Broedplaats bemiddelt nu tussen stadsdeel en bewoners.

Maar vrijplaatsen gaan pas leven als er gewoond wordt, vinden de krakers. Ze vinden de aanpak van de gemeente te bedrijfsmatig. Het broedplaatsenbeleid wordt als excuus gebruikt, zeggen ze. Een zoethoudertje dat geen oplossing biedt voor alle panden die de laatste jaren zijn ontruimd. En er wordt niet geluisterd naar wat de krakersgroepen zelf van plan zijn. ,,Laat ons gewoon een paar jaar klooien'', zegt Maik ter Veer, ,,dan krijg je de prachtigste producties.''

Projectmanager Jolink: ,,Het blijft een lastige kwestie. Enerzijds willen de bewoners met rust gelaten worden, anderzijds hebben ze zelf de gemeente verzocht om in te grijpen. Als je het nu zou overlaten aan de vrije markt, dan denk ik dat er helemaal niets van overblijft. Wij willen zo weinig mogelijk bemoeienis met de inhoudelijke details, anders halen we onze zeventigduizend vierkante meter niet. Het is onze taak om meters te maken.''