Beurs toont Randstad geen genade

Het zal geen leuke week zijn geweest voor Hans Zwarts, de bestuursvoorzitter van uitzendbureau Randstad. Vorige week vrijdag was Zwarts nog een van de sprekers op de Dag van het Aandeel. Daar stak hij een mooi verhaal af over de nieuwe initiatieven van Randstad op internetgebied en sprak over het belang van het beteugelen van kosten.

Afgelopen woensdag echter kwam er een heel ander geluid uit Diemen. De winstverwachting werd stevig bijgesteld, en wel naar beneden. De leverancier van personele diensten verwacht dat de winst zal uitkomen tussen de 160 en de 170 miljoen euro. Beduidend minder dan de winst van 207 miljoen euro die over 1999 werd behaald.

Dat soort nieuws wordt over het algemeen niet gewaardeerd in beleggerskringen: Randstad kreeg er met een koersdaling van meer dan 28 procent ongenadig van langs. Binnen een dag daalde de marktwaarde van het bedrijf met 850 miljoen euro.

Het was de eerste keer sinds het bedrijf tien jaar geleden naar de beurs ging dat het met een winstwaarschuwing naar buiten moest komen. Sinds 1990 is de koers van Randstad bijna zonder onderbreking omhoog gegaan, tot die in juli 1998 piekte op 74,05 euro. Daarna ging het voornamelijk bergafwaarts, tot het dieptepunt van 18,70 euro dat woensdag werd bereikt.

De problemen van Randstad zijn, zoals dat vaak het geval is, een combinatie van interne en externe factoren. De groei van het bedrijf in de Verenigde Staten en Duitsland blijft achter bij de markt. In de Verenigde Staten, waar het uitzendbureau ongeveer een kwart van zijn omzet behaalt, is de autonome omzetgroei in het derde kwartaal gedaald tot min 1 procent, omzetverlies derhalve. En in Duitsland werd een groei van 7 procent gerealiseerd, ten opzichte van een marktgroei van ongeveer 15 procent. Randstad haalt ongeveer 10 procent van zijn omzet in Duitsland.

Volgens analist Albert Ploegh van effectenbank Stroeve is Randstad in beide landen te snel uitgebreid. Zowel in Duitsland als in de Verenigde Staten, waar Randstad vooral actief is in de buurt van Atlanta, werden in korte tijd 70 nieuwe kantoren geopend, met alle integratieproblemen vandien. Daarnaast blijkt het soms moeilijk om voldoende personeel te vinden, met name in Duitsland.

In België, goed voor 10 procent van de omzet, heeft concurrent Adecco met succes een agressieve reclamecampagne opgezet, en een stevige hap uit het marktaandeel van Randstad genomen. Dat dwingt Randstad om de inspanningen op reclamegebied te verhogen, en het bedrijf ziet zich ook genoodzaakt om de prijzen te verlagen. Dat betekent druk op de marges, en dus zal er flink aan het marktaandeel gewerkt moeten worden om het omzetdoel van 16 miljard euro in 2005 te halen.

In Nederland liggen de problemen van Randstad op een ander vlak. De uitzendmarkt is in Nederland niet echt een groeimarkt, dus de inkomsten zullen niet zo snel stijgen. De kosten van Randstad daarentegen wel. De afgelopen jaren is het bedrijf steeds verder gedecentraliseerd. Een hoop lokale vestigingen hebben in de loop van de tijd steeds meer mensen in staffuncties gekregen. Vroeger zaten de mensen van de staf hoofdzakelijk op het hoofdkantoor in Diemen.

Nu is de verhouding tussen de intercedenten, de mensen die de uitzendkrachten bij de klanten van Randstad plaatsen, en de staffunctionarissen op de vestigingen steeds meer in het voordeel van de laatsten komen te liggen. Dat kost veel geld en daar wil Zwarts een eind aan maken.

Binnen een paar maanden heeft Randstad de zaken weer op orde, zo verzekert het bedrijf. Analist Ploegh durft bij die voorspelling wel een paar vraagtekens te zetten: ,,Dat lijkt me wel erg snel, maar op termijn zal het ze wel lukken. Eerst moet Randstad de omzetgroei in Duitsland en de Verenigde Staten in lijn met de markt krijgen.''

Een ander bedrijf dat het deze week moeilijk had was Koninklijke Olie. Op 13 oktober sloot het aandeel nog op bijna 74 euro, maar sindsdien heeft het bijna 10 procent van zijn waarde in moeten leveren. De ironie wil dat de afnemende spanning tussen Israël en de Palestijnen slecht nieuws is voor de oliegigant. Onrust in het Midden-Oosten leidt meestal tot hogere olieprijzen, en hoge olieprijzen betekenen winst voor de `upstream' activiteiten van het bedrijf: de exploratie en winning van olie.

Verder maakte Shell deze week de resultaten over het derde kwartaal bekend. De winst kwam uit op ruim drie miljard dollar, een slordige 8 miljard gulden. Dat lijkt veel, maar beleggers zijn meer geïnteresseerd in de toekomst dan in het verleden. En die toekomst ziet er, zeker als de olieprijs gaat dalen, minder rooskleurig uit dan het derde kwartaal is geweest.

Lange tijd is Shell het fonds geweest dat het zwaarst meetelde in de AEX-index. Inmiddels is de koppositie overgenomen door ING, maar de oliemaatschappij telt nog steeds voor bijna 12 procent mee. Dat de beursgraadmeter ondanks de daling van Shell deze week een winst van ruim 2 procent wist te boeken, zegt dan ook wat over de prestaties van de andere fondsen. Het was geen slechte week op de beurs.