Beleggen na de fiscale herziening

Na 1 januari wordt beleggen en sparen een kwestie van rendement en risico.

1

Rente en dividend zijn na 1 januari 2001 belastingvrij te ontvangen. Het vermogen zelf, waarover rente en eventueel dividend wordt genoten, wordt in box 3 met 1,2 procent belast na de algemene vrijstelling van 37.463 gulden per persoon. Het heeft weer zin naar spaarrekeningen met de hoogste rente te zoeken. Bankbrieven en obligaties geven, afhankelijk van de looptijd en het debiteurenrisico, meer rente dan spaarrekeningen. Door middel van spreiding van de looptijd kan de renteopbrengst geoptimaliseerd worden en indien de bankbrieven of obligaties in guldens of euro's noteren bestaat er geen valuta risico. Obligatiebeleggingsfondsen, die rente of dividend uitkeren, worden fiscaal aantrekkelijker vanaf 2001. Deze inkomsten zijn onbelast.

De rente- en dividendvrijstelling vervallen, omdat alle ontvangen rente en dividend onbelast zijn. Beleggingsfondsen die op deze vrijstellingen gericht zijn verliezen hun nut.

2

Vermogensgroeifondsen beleggen in obligaties, deposito's of spaarrekeningen en dragen 35 procent vennootschapsbelasting af. De rente wordt niet aan de belegger uitgekeerd, maar herbelegd in het fonds. Met ingang van het nieuwe belastingsysteem betekent dit, dat de belegger bovendien 1,2 procent vermogensrendementsheffing betaalt. Rente uitkerende obligatiefondsen en spaarrekeningen zijn na 1 januari 2001 een beter alternatief.

3

Beleggen met geleend geld. De rente op geld, dat geleend is voor beleggingen, is na 1 januari 2001 niet langer aftrekbaar. Schulden mogen in box 3 van het vermogen afgetrokken worden. Bij aandelenleaseplannen bestaat de investering geheel uit rente, die niet langer aftrekbaar is. Daarnaast worden in dergelijke plannen geen dividenden uitgekeerd, terwijl het dividend juist onbelast ontvangen kan worden. Voor aandelenleaseplannen gelden bovendien meestal vaste looptijden; dit beperkt de beleggingsvrijheid.

4

Clickfondsen keren veelal geen dividend uit. In plaats daarvan worden opties voor de koersbescherming aangeschaft. De waarde van het clickfonds valt onder de rendementsheffing in box 3, terwijl men het onbelaste dividend mist. Sommige clickfondsen worden onder het huidige systeem door de fiscus als een soort spaarproduct beschouwd, omdat er weinig of geen beleggingsrisico aanwezig is. De meerwaarde wordt dan als rente belast. Deze `rente' wordt na 1 januari 2001 niet langer belast.

In plaats daarvan valt de waarde van de beleggingen in het fonds onder de vermogensrendementsheffing. De beleggingsvrijheid bij deelname in de clickfondsen wordt beperkt door vastgestelde looptijden.

5

Groenfondsen zijn onder het nieuwe belastingsysteem vrijgesteld tot een deelname van 100.004 gulden per persoon in box 3. Dit bespaart 1,2 procent vermogensrendementsheffing over groene beleggingen. Bovendien krijgen beleggers in groenfondsen in box 1 een persoonsgebonden aftrek van 2,5 procent van het geïnvesteerde bedrag, voor zover dit in box 3 is vrijgesteld. Wie vóór 1 januari 2001 al in groenfondsen heeft geïnvesteerd, is voor de totale waarde van die investering vrijgesteld van de vermogensrendementsheffing in box 3 tot maximaal tien jaar.

6

Beleggen via premiebetaling in kapitaal- of lijfrenteverzekering heeft geen voordelen ten opzichte van zelf in dezelfde fondsen beleggen. De kosten zijn bij zelf beleggen aanzienlijk lager. Bovendien zit men niet vast aan lange looptijden, overbodige overlijdensrisicoverzekeringen en fiscale restricties. Verzekeringen dienen voor risico's die men niet zelf kan lopen en niet voor financiële spelletjes. Wie vijftien jaar lang periodiek een vast bedrag in een beleggingsfonds stopt, kan dit zonder beperkingen bijvoorbeeld voor de studie van de kinderen gebruiken. Wie wil reserveren voor de oudedagsvoorziening kan hetzelfde recept beproeven.