Banengroei in Amerika neemt iets af

De Amerikaanse banengroei neemt iets af, maar de krapte op de arbeidsmarkt is nog steeds aanwezig. Dat blijkt uit de gisteren bekendgemaakte werkgelegenheidscijfers over oktober.

Het Amerikaanse bureau voor arbeidsstatistieken maakte gisteren bekend dat de groei van het aantal arbeidsplaatsen vorige maand 137.000 bedroeg en dat het werkloosheidspercentage bleef staan op 3,9 procent. Dat is evenals vorige maand een evenaring van het laagste percentage in dertig jaar.

De banengroei, die vooral plaatshad in de dienstensector en de bouw, was lager dan verwacht wat de algehele trend van groeivertraging van de economie bevestigt. De duur van de gemiddelde werkweek bleek ook een puntje lager te liggen dan vorige maand. De gemiddelde uurlonen stegen echter met 0,4 procent vorige maand en dat was voor economen en analisten toch een teken dat inflatie op de loer ligt. Het beleid van de Federal Reserve, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, zal dus gericht blijven op het voorkomen van hogere inflatie.

Het betekent niet meteen dat over tien dagen, na de volgende bijeenkomst van de FOMC (Federal Open Market Committee), het beleidsbepalend comité van de `Fed', de rente omhoog zal gaan maar zeker is ook dat de rente voorlopig nog niet lager zal worden.

Amerikanen zijn blijkens een rapport over het consumentenvertrouwen dat deze week uitkwam minder optimistisch dan voorheen. De hoge olieprijs en de schommelingen op de aandelenmarkt maakten Amerikanen wat voorzichtiger ten aanzien van hun toekomstverwachtingen. De beurzen waren niet erg onder de indruk van de werkgelegenheidscijfers en aandelen reageerden nauwelijks. Volgens analisten kijken beleggers eigenlijk al vooruit naar dinsdag als er presidentsverkiezingen plaatshebben.

In september kwamen er in de Verenigde Staten 252.000 banen bij, terwijl er een groei van 230.000 banen was verwacht. Het werkloosheidspercentage was toen 3,9.