Amsterdams marktbeleid

AMSTERDAM WIL het gemeentevervoerbedrijf (GVB) privatiseren. Dit is noodzakelijk in verband met de nieuwe wet personenvervoer, die een scheiding tussen de rol van eigenaar en opdrachtgever voorschrijft. Bovendien, aldus de verantwoordelijke wethouder Ter Horst, is dit gewenst om de bedrijfsvoering bij het GVB gezond te maken. Weliswaar moeten de Amsterdamse bus- en trampassagiers tot 2006 wachten op dit heugelijke moment, maar de gemeente wil al binnen twee jaar beginnen met eenverzelfstandiging van het vervoerbedrijf.

De Amsterdamse metro, trams en bussen vormen geen reclame voor de publieke uitoefening van nutsfuncties. De dienstverlening is matig, het management twijfelachtig, een deel van het materieel verouderd, de vakbondsmacht van pre-Thatcheriaans Brits niveau. Scheiding van opdrachtgever en uitvoerder is een nuttige eerste stap en de introductie van marktprikkels kan verbeteringen opleveren, al is het de vraag of particuliere ondernemers spoedig bereid zullen zijn een gemeentebedrijf over te nemen dat zo'n treurige reputatie heeft.

Aan de andere kant valt er veel te winnen met de introductie van marktwerking bij overheidsdiensten. Niet alleen bij het Amsterdamse vervoerbedrijf, maar overal op het niveau van lagere overheden. In het tijdschrift van de Stichting Economisch Onderzoek van de Universiteit van Amsterdam beschrijft Hugo Keuzekamp, onlangs als kersverse hoogleraar economie naar Amsterdam getrokken, hoe regulering op stads- en dorpsniveau catastrofale gevolgen kan hebben. Gemeenten beseffen volgens hem niet dat een opeenstapeling van goedbedoelde regulering averechts uitpakt. De landelijke Operatie MDW (marktwerking, deregulering en wetgevingskwaliteit) moet uitgebreid worden naar lokaal niveau. Gemeenten kunnen hierbij extra inkomsten genereren die ze vervolgens kunnen inzetten voor verbetering van de publieke basisvoorzieningen.

DE AMSTERDAMSE huizenmarkt is een treffend geval. Deze zit nog altijd potdicht, met enerzijds als gevolg dat mensen met hoge inkomens in spotgoedkope huurwoningen in prima buurten blijven wonen en er anderzijds een bloeiende markt van illegale onderhuur is opgekomen en dat de koopmarkt totaal overspannen is. Het vergunningenbbeleid voor parkeren, taxi's en straatmarkten noemt Keuzekamp van een ouderwetse Sovjet-kwaliteit. Net als in de voormalige Sovjet-Unie zorgt niet het prijsmechanisme, maar de rij wachtenden voor de verdeling van de schaarste. Met als gevolg jarenlange wachttijden en de onvermijdelijke zwarte markt om die wachttijden te ontduiken.

De omvang van het ziekteverzuim is een andere graadmeter voor falende bedrijfsvoering. De publieke sector scoort daarin aanmerkelijk hoger dan particuliere bedrijven. Het ziekteverzuim in Amsterdam bedraagt bij het vervoerbedrijf meer dan 10 procent en er zijn gemeentelijke diensten met een ziekteverzuim van meer dan 25 procent. Daar moet toch iets mis zijn met de werksfeer.

Slechte regelgeving, betoogt de economiehoogleraraar, leidt tot corruptie en vriendjespolitiek, terwijl de samenleving – de burgers – nodeloos een welvaartsverlies incasseert. Dat is jammer want er valt met name in het publieke onderhoud van de Nederlandse gemeenten veel te investeren. Hier dient zich de mogelijkheid van een uitruil aan: gemeenten kunnen de uitvoering van bepaalde publieke diensten beter aan marktpartijen overlaten en de verdeling van schaarste reguleren met gebruik van het prijsmechanisme. Dat levert extra inkomsten op voor de gemeentekas, die aangewend kunnen worden om het publieke domein beter te onderhouden. Hier valt nog heel wat te winnen.