Alles vol bij Crossing Border

Het tweedaagse festival Crossing Border, voorheen in Den Haag, begon gisteren voor het eerst in een aantal zalen rond het Amsterdamse Leidseplein. Schrijvers en popmusici overschrijden de grens tussen muziek en literatuur.

De zangeres Jill Scott, die gisteravond in Paradiso haar glorieuze Nederlandse live-debuut maakte, was de verpersoonlijking van de Crossing Border-gedachte. Niet alleen kwam Scott van Amerika naar Amsterdam, en stond ze als zwarte performer voor een hoofdzakelijk wit publiek, ze heeft ook nog eens de grens geslecht tussen pop en poëzie. Scott begon ooit als dichteres en heeft haar teksten steeds meer aangekleed. Uiteindelijk kwam ze uit op soul met een zware groove. Daaroverheen kan Scott nog altijd haar verhalende gedichten kwijt.

Terwijl Paradiso zich vergaapte aan Jill Scott, stond buiten een lange rij te wachten voor het bordje `vol=vol'. Want al heeft het Crossing Border Festival nu de beschikking over vier grote complexen rond het Leidseplein, de belangstelling was overweldigend. Dit is het eerste jaar dat Crossing Border niet in Den Haag maar in Amsterdam wordt gehouden. De zalen van De Balie, Melkweg, Paradiso en Bellevue lenen zich goed voor het festival van organisator Louis Behre, omdat ze allemaal een sterke eigen sfeer hebben. Bovendien is het programma zo gevuld dat je zelfs steeds op één lokatie zou kunnen blijven.

Er was gisteravond veel popmuziek te beluisteren. Behre heeft graag dat bands voor het festival iets speciaals doen. Dat was gelukt in twee gevallen. K's Choice speelde een breekbare akoestische set in de Melkweg, waardoor de rustige popliedjes onmiddelijk `folky' klonken. En Roald van Oosten, bekend als zanger van Caesar, was hier te zien als lid van Metaphors Be With You, een komisch totaalprogramma rond science fiction. Muzikanten met witte jassen en brillen speelden liedjes als War Of The Worlds en Flash (van Queen) en hielden een modeshow met kostuums uit Star Wars (`Luke heeft vanavond een groen zwaard, omdat groen zo goed bij zijn ogen past').

`Show' bleek het toverwoord van deze avond. De voordragende dichters en schrijvers hadden goed door dat een theatraal of muzikaal element de aandacht van het publiek versterkt. Zo had Peter Pontiac, die samen met Def P en Menno Wigman voorlas uit zijn boek Kraut, een begeleidend muziekstuk laten maken. En de Amerikaan Dave Eggers (auteur van het veelgeprezen Een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit) trad aan met een soort stand up-comedy groepje waarvan de leden om de beurt voor de microfoon plaatsnamen. Een van hen was Arthur Bradford, die zichzelf op gitaar begeleidde. Hij las een verhaal voor over een ik-persoon die aan woede-aanvallen lijdt en te maken krijgt met de stekende insecten van zijn buurman. Twee gitaren sneuvelden tijdens het optreden.

Een zekere onnozelheid blijkt bij een dergelijk optreden een aanwinst. Zo was Neil Pollack, die zijn eigen boek aanprees als `het beste boek over homoseksualiteit geschreven door een hetero-man', grappiger dan Eggers zelf, die een ingewikkeld verhaal voorlas over het gebrek aan echte liefde in de wereld. Een van Eggers' handlangers was ook de Engelse Zadie Smith (van het boek Witte Tanden). Zij had geen trucs nodig. Smith las stoer en bijna lijzig een verhaal over haar liefde voor een meisje met prachtig ponyhaar. `Charlotte had veel nadelen. Maar alles viel in het niet bij dat ene grote voordeel, haar pony.' Ook de Engelse poëzie-veterane Joolz bleek het best te gedijen bij simpele onderwerpen. Zo werd haar dramatische verhaal over een tienerhoertje te pamflettistisch. Maar Joolz' verhandeling over de onuitgesproken dreiging van vier meisjes die samen `Under The Bridge' zingen in een coffeeshop, was geheel levensecht. t te maken.'' Hans Beerekamp, 1 november 2000