`Wij gezinsvoogden lopen op ons tandvlees'

Kinderbeschermers hebben geen tijd meer voor kinderen. Gisteren gingen 600 gezinsvoogden de straat op om te protesteren tegen een overmaat aan administratief werk.

De gezinsvoogden zijn het beu. Te weinig tijd voor cliënten, te veel administratieve rompslomp, te hoge werkdruk, te slechte accommodaties, te weinig personeel, zo luiden hun klachten. ,,Dit moet onmiddellijk veranderen'', vindt directeur Ton Moolenaar van de Belangenvereniging voor Medewerkers in de Jeugdbescherming (BMJ). Samen met 600 collega's ging Moolenaar gisteren in Den Haag de straat op. Bij de Tweede Kamer en het ministerie van Justitie vroegen ze 202 miljoen gulden extra.

,,Korthals steek je nek uit'' stond op een spandoek van de demonstranten, die uit het hele land afkomstig waren. ,,Actie! Actie!'' en ,,Korthals speel niet vals'', riepen ze woedend bij de poorten van het ministerie. Maar de huisbaas kwam niet opdagen en liet zich verontschuldigen. ,,De minister zit in een Kamerdebat'', meldde directeur-generaal T. Mülock-Houwer, terwijl een aantal gezinsvoogden met hun vuisten op de ramen van het ministerie sloeg.

In Nederland hebben 20.000 kinderen uit probleemgezinnen een voogd of gezinsvoogd, die voor de kinderopvang zorgt en de betrokken familie moet begeleiden. Maar voor die taak hebben de bijna 1.500 voogden geen tijd, zeggen ze. Hun werklast is door een wetswijziging in 1995 sterk toegenomen: ze namen dat jaar de administratieve en juridische taken van de kinderrechters over. Om de situatie te verbeteren, ,,moeten er zeker 900 voogden bij komen'', vindt Moolenaar, tevens demonstratieleider.

Hij overhandigde het ministerie van Justitie gisteren een petitie, die verbetering van de kwaliteit van de jeugdbescherming beoogt. Mülock-Houwer zegde de gezinsvoogden zeven miljoen gulden toe, maar dat vond Moolenaar veel te weinig: ,,Zo'n bedrag is natuurlijk teleurstellend. De minister is er niet van overtuigd dat wij op ons tandvlees lopen.''

,,Die zeven miljoen is maar een druppeltje op een gloeiende plaat'', vindt ook Hilda de Jong van de Groningse werkstichting Jeugdbescherming. Ze staat opgewonden in de stromende regen: ,,Het loopt al zo lang mis. We hebben maar één uur per maand de tijd gezinnen te bezoeken. Door tijdgebrek kunnen we kinderen bijna niet meer in opvanghuizen onderbrengen. Er zijn soms wachtlijsten van een jaar.''

Gezinsvoogd Karin Reurslag klaagt over de slechte werkomstandigheden: ,,Wij zitten met z'n drieën op één kamertje. En we hebben véél te weinig tijd voor de door ons te verzorgen families – en het zijn tóch al `multiprobleemgezinnen'. Ik begrijp het echt niet: wij zijn de laatste instantie, wij komen pas in actie als er écht aan de noodrem wordt getrokken. Wat moeten de gezinnen denken als wij maar één uurtje per maand langskomen? Ze hebben daar geen begrip voor, en terecht.'' Reurslag voelt zich door de overheid ,,in de steek gelaten''. ,,Die verwacht heel veel van ons, maar geven ons niet de financiële middelen.''

De demonstratie verliep ondanks alle emoties rustig. Bij het ministerie van Justitie dreigde het even uit de hand te lopen, toen een aantal demonstranten het gebouw dreigde te bestormen. Politiemensen hielden de groep tegen.

Moolenaar toonde zich tevreden over de demonstratie: ,,We hebben alles gedaan wat mogelijk was.'' De leider van de actievoerders verwacht niet dat minister Korthals op de wensen van jeugdbeschermers ingaat en volgend jaar een groter geldbedrag ter beschikking stelt. ,,Ik denk wel dat er in de Tweede Kamer een paar moties worden ingediend. Maar ik verwacht niet dat die ons veel zullen opleveren.''