Welke appel is het lekkerst?

Je wandelt door het bos en ziet een appelboom. Mmm, je hebt wel zin in een appeltje en plukt er een van de boom. Je neemt een flinke beet. Maar meteen spuug je het stuk appel weer uit. Bwèèh! Wat vies. Het smaakt hartstikke bitter.

Appels uit het bos smaken heel anders dan appels die je in de winkel of op de markt koopt. In de winkel zijn ze meestal groter en zoeter. Dat komt door de fruittelers. Die veredelen appels, al honderden jaren lang. Veredelen wil eigenlijk zeggen: iets veranderen totdat het de smaak, vorm en stevigheid bezit die je graag wilt hebben. Stel, je hebt twee soorten appels. De ene is vuistgroot, maar smaakt vies. De ander is heel klein, maar lekker zoet. Hoe krijg je dan een appel die vuistgroot is en tegelijkertijd zoet smaakt? Je kruist de twee vruchten met elkaar.

Om te kunnen kruisen heb je zaad- en eicellen nodig. Die vind je in de bloemen van de appelbomen. Eerst neem je van de ene boom een bloem met stampers. De stampers bevatten stuifmeel, dat zijn de zaadcellen. Het stuifmeel poeder je op een bloem van de andere boom. Die bloem moet een stempel hebben. In de stempel zitten namelijk de eicellen. De zaad- en eicellen versmelten met elkaar en vormen zaadjes. Daaromheen groeit een appel. Als de appel volgroeid is, haal je de zaadjes eruit en stop je ze in de grond, in de hoop dat er nieuwe appelbomen uit groeien. En als alles goed gaat heb je na een paar jaar appels aan die bomen. Misschien zijn die appels zowel klein als vies. Dat is pech, dan heb je net de verkeerde combinatie van eigenschappen gekregen. Maar misschien is de appel wel vuistgroot en zoet. Dan zit je goed.

De vuistgrote, zoete appel kun je weer verder kruisen met andere appels, zodat de nakomelingen nog meer gewenste eigenschappen krijgen. Misschien wil je dat de appel niet alleen groot is en lekker smaakt, maar dat hij ook zelf stoffen aanmaakt waarvan luizen en wormen doodgaan. Zo krijg je een lekkere, vuistgrote appel zonder luizen of wormen.

Of misschien wil je een appel met een gele, in plaats van een groene schil. Een appel zoals de Golden Delicious. Zoet, groot en goudgeel. De Golden Delicious is in 1914 ontstaan. Een boer uit de Amerikaanse staat West-Virginia ontdekte hem op zijn land. Hij vond de gele appel erg lekker. Inmiddels is de Golden Delicious de op een na meest gegeten appel ter wereld. Hij is waarschijnlijk ontstaan door een kruising tussen twee andere appels, de Golden Reinette en de Grimes Golden.

En de meest gegeten appel ter wereld? Dat is de Red Delicious. Deze glimmend rode appel is ooit ontdekt door fruitteler Jesse Hiatt, in de Amerikaanse staat Iowa. Uit welke kruising de Red Delicious is ontstaan, is niet bekend. Hij is geen familie van de Golden Delicious.

In Nederland eet men ook graag de Elstar en de Jonagold. Die zijn weer iets zuurder en harder dan bijvoorbeeld de Golden Delicious. De Elstar is een kruising van de Golden Delicious en de Ingrid Marie. De Jonagold is een kruising van de Golden Delicious en de Jonathan. Door steeds opnieuw te kruisen, komen er steeds nieuwe appels op de markt. Datzelfde kun je doen met peren, bloemkolen, tomaten, paprika's, komkommers, varkens, koeien, schapen.