Toverdrank

Max en Vera hadden een gat in hun dak. Dit was niet erg zolang het droog was. Maar nu het regende was het heel vervelend. Er druppelde steeds water naar binnen. Ze hadden er een pan onder gezet om het op te vangen. Het was hun enige, grote pan en dat was pech, want die hadden ze nodig om een toverdrank in te maken. Max had namelijk ontzettende kiespijn en Vera wist zeker dat ze een geheim recept kende voor een drankje dat alle pijn weg kon maken. Max geloofde er niets van en helemaal niet toen Vera verteld had wat er allemaal in de toverdrank moest.

Modder vanonder een kastanjeboom.

Yoghurt.

Vier sinaasappelpitten.

Water.

Gestampte eikelhoedjes.

Een snufje zout.

Het was niet moeilijk alles te vinden wat ze nodig hadden. Alleen het stampen van de eikelhoedjes was lastig. Iedere keer als Max er twee met zijn laarzen kapot had gestampt zat de helft klem in de ribbels van zijn dikke hakken. Bovendien moesten de hoedjes poeder worden, anders konden ze niet oplossen in de toverdrank, en nu werden het vooral scherpe schilfertjes. Vera stelde voor om de hoedjes met de hamer te doen en dat ging beter. Na een tijdje had Max een hele hoop poeder bij elkaar geslagen.

Nu hoefde hij alleen nog maar de regen in om een schep modder onder de kastanjeboom vandaan te halen. Maar ook dat lukte, al werd Max er wel behoorlijk nat van.

Vera had intussen de grote pan op het fornuis gezet. Water, yoghurt en zout zaten er al in. Ze deed net de eikelhoedjespoeder bij de toverdrank toen Max binnen kwam met de modder.

,,Mooi, gooi er maar in Max,'' zei ze vrolijk roerend in de grote pan, ,,en dan moet je nog even een sinaasappel eten. Wel de pitten uitspugen hoor, die moeten in de toverdrank.''

Max liet de modder in de pan glijden. Hij zou het liefst eens flink om Vera lachen, maar zijn kies deed zo'n zeer dat zijn hele mond stijf was geworden. Hij had ook helemaal geen zin in een sinaasappel. Hij sneed de laatste die ze hadden doormidden en schepte met een theelepeltje de pitten eruit. In de toverdrank zonken ze meteen naar de bodem. Vera roerde stevig door. De toverdrank begon al goed te borrelen. En dat niet alleen.

,,Het stinkt,'' bromde Max.

,,Helemaal niet,'' zei Vera.

Max kneep zijn neus dicht. Vera was weer eens verkouden. Die rook niks. Maar de toverdrank stonk toch echt, ontzettend zelfs - naar een kampvuur waar een grote regenbui op was gevallen, en naar oude sokken die in een bolletje opgerold onder de kast hadden gelegen.

,,Wanneer is hij klaar?'' vroeg Max bezorgd.

,,Straks. Hoezo?'' vroeg Vera. Wat kon Max toch zeuren. Ze begreep best dat hij kiespijn had, maar hij moest leren wat geduld was. Zij wist dat tenminste. Geduld was wachten met plezier.

,,We hebben de pan weer nodig,'' gaf Max antwoord, ,,kijk nou, hoe het lekt.''

Vera draaide zich om. Uit het dak liep een gestage straal water die op de grond een fikse plas had gevormd. Als het nou ook nog ging vriezen, hadden ze een overdekte ijsbaan. Vera schudde de gedachte snel van zich af.

Hij was ook te raar. Water en ijsbanen in huis. Kiespijn. Wat was dit voor stomme dag? Ze pakte een soepkop van het aanrecht, lepelde hem met de poplepel vol toverdrank en gaf de dampende kop aan Max. ,,Opdrinken,'' zei ze

streng.

Max blies in de toverdrank en nam voorzichtig een slokje. Het was zo smerig dat hij meteen geen kiespijn meer had. In plaats daarvan werd hij ontzettend misselijk. De hele keuken draaide voor zijn ogen.