Schaaktijdperk

EEN TIJDPERK is voorbij. Ruim vijftien jaar was Gary Kasparov niet alleen de beste schaker ter wereld, maar ook de grootmeester die de mondiale organisatie van de denksport naar zijn hand zette. Hij maakte met nagenoeg iedereen ruzie en overwon zijn tegenstanders steeds: aan het bord en in de wandelgangen waar politiek werd bedreven. Kasparov was machtiger dan Bobby Fischer. Beiden waren rebellen. Maar anders dan Kasparov verdween de Amerikaan, die het `grote geld' had geïntroduceerd, net zo plotseling in het niets als hij was opgedoken. Het regnum-Kasparov is nu over. Gisteren heeft hij de tweekamp om de wereldtitel verloren van zijn landgenoot Vladimir Kramnik. Dat is prettig voor de winnaar en treurig voor de verliezer.

Maar er is meer. Sinds Kasparov anderhalf decennium geleden de wereldtitel overnam van de trouwe communist Anatoli Karpov staat de schaakgemeenschap op zijn kop. Voorzitter Max Euwe van de wereldschaakbond FIDE had de topschakers binnenboord weten te houden. Na hem was er geen houden meer aan. Kasparov forceerde een scheuring in de FIDE en zette in 1993 zijn eigen professionele bond (PCA) op. De conflicten om de boedel van de Koude Oorlog sloegen over naar het schaken. Ineens waren er twee wereldkampioenen, hoewel bijna niemand betwistte dat Kasparov de enige echte was. De FIDE werd door deze breuk een makkelijke prooi voor een parvenu die zijn politieke en financiële macht wilde versieren met het prestigieuze voorzitterschap van de FIDE: president Kirsan Iljoemzjinov van de arme Russische deelrepubliek Kalmukkië, waar het armlastige volk zich inmiddels kan vergapen aan de peperdure Chess City aan de rand van de kleine hoofdstad Elista. Dat de wereldschaakbond onder zijn leiding aan gezag inboette, deerde hem niet.

NU KASPAROV van de troon is gestoten, ontstaat er een nieuwe situatie. Kramnik is een bescheiden jonge man. Hij is verzetsman noch politiek dier. Voor hem is de FIDE geen hoofdvijand. Omdat de wereldkampioen schaken een status heeft die verder gaat dan de genialiteit van e2-e4 of andere zetten, wordt er vanaf nu naar zijn verdere stappen gekeken. Dat biedt perspectieven voor het herstel van de, door Kasparov doorbroken, organisatorische eenheid. De FIDE speelt daarin een cruciale rol, al is het maar omdat schaken een van de grote volkssporten ter wereld is. Maar als die eenheid in handen valt van Iljoemzjinov raakt de FIDE nog meer van de regen in de drup. Hoewel sport en politiek conform het cliché niets met elkaar te maken (mogen) hebben, zou de overwinning van Kramnik voor de bestuurders een aanleiding moeten zijn nu in eigen huis schoon schip te maken.