Rapport over verdachten in Bosnië valt slecht bij OVSE

Internationale organisaties in Bosnië vinden dat ze zich voldoende inspannen om te voorkomen dat oorlogsmisdadigers op belangrijke posities terechtkomen. Dat er toch veel verdachten van oorlogsmisdaden lid zijn van gemeenteraden of werken als politieman, is ,,moeilijk te voorkomen'', omdat bewijzen voor beschuldigingen vaak ontbreken.

Dat zeggen woordvoerders van internationale organisaties in Bosnië, in een reactie op een rapport van de International Crisis Group (ICG). Deze invloedrijke organisatie van politieke analisten publiceerde gisteren een onderzoek waaruit bleek dat een groot aantal Bosnisch-Servische verdachten van oorlogsmisdaden vooraanstaande functies bekleden op lokaal niveau, met steun van de internationale gemeenschap. Deze personen – in het onderzoek worden zo'n vijfenzeventig namen genoemd – blokkeren volgens de ICG de uitvoering van het vredesakkoord van Dayton, dat vijf jaar geleden werd gesloten, en houden de etnische zuivering in stand.

Een woordvoerder van de OVSE, die op 11 november verkiezingen organiseert in Bosnië, vindt dat het rapport op een slecht moment naar buiten komt. De OVSE is bang dat het onrust veroorzaakt en dat het `verkiezingsproces' erdoor zal worden beïnvloed. ,,Dit zou de SDS (de partij van de Bosnisch-Servische leider Radovan Karadzic) wel eens extra stemmen kunnen opleveren. Dat zal toch niet de bedoeling van de ICG zijn?'' De woordvoerder vindt dat de onderzoekers de problemen ,,te simpel'' presenteren. ,,De OVSE kan kandidaten niet afwijzen alleen maar op grond van beschuldigingen. Dat zou op een vreselijke manier politiek misbruikt kunnen worden.''

In het ICG-rapport worden namen genoemd van politici die door lokale rechtbanken zijn aangeklaagd voor oorlogsmisdaden. Het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag heeft voor die aanklachten goedkeuring verleend. Toch werd de kandidatuur van deze vertegenwoordigers van politieke partijen door de OVSE officieel goedgekeurd. ,,We gaan uitzoeken hoe het zit'', aldus de woordvoerder. ,,Maar een aanklacht is niet genoeg. Deze mannen moeten ook door rechtbanken zijn opgeroepen en ze moeten dan hebben geweigerd om te verschijnen. Pas dan kunnen wij wat doen.''

De afdeling van de VN in Bosnië, die toezicht houdt op de politie-eenheden, is pas vorig jaar zomer begonnen met de registratie van alle 20.000 politieagenten. Daarbij hoort een onderzoek naar een mogelijk crimineel verleden. De VN verwacht dat dat onderzoek pas over twee jaar klaar zal zijn. ,,Het is heel veel werk'', zegt een woordvoerder in Sarajevo. ,,En in de eerste jaren na de oorlog hadden we andere prioriteiten.''

De woordvoerster van hoofdaanklaagster Carla del Ponte van het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag is ,,verrast'' over de uitspraak in het rapport, van een functionaris van een inlichtingendienst in een NAVO-lidstaat, over de arrestatie van Radovan Karadzic. De opdracht voor die arrestatie zou nog niet gegeven zijn. ,,Er ís een arrestatiebevel uitgevaardigd, dus de opdracht is er. Maar als de politieke wil bij regeringen nog ontbreekt, kunnen wij niets doen. We hebben geen eigen politiemacht of speciale eenheden.'' Volgens het ICG-rapport is de niet-openbare lijst van personen die zijn aangeklaagd door het tribunaal opvallend kort. Er zouden hooguit ,,tientallen'' namen op staan. De woordvoerster van Del Ponte wil er niet op reageren. Ze zegt wel: ,,We moeten met grondige bewijsvoering komen voordat we iemand kunnen aanklagen.'' Of het tribunaal, zoals de ICG veronderstelt, te weinig personeel heeft om het werk goed te doen? ,,We begonnen met honderd medewerkers, nu hebben we er meer dan duizend. Genoeg is het natuurlijk nooit, er zijn zoveel verdachten.''