Polen 3

Kester Freriks' artikel over de Poolse literatuur bevat enkele onjuistheden. Het stalinisme duurde niet van 1945 tot 1953, maar van 1949 tot 1956, wat belangrijk is omdat er tot 1949 veel goede literatuur kon verschijnen, o.a. van Czeslaw Milosz, Jerzy Andrzejewski, Tadeusz Botowski en Tadeusz Rózewicz; zij bezorgden de Poolse literatuur haar eerste internationale roem na de oorlog.

Na 1956 hoefde er niets meer, de doctrine van het socialistisch realisme (iets anders dan het sociaal realisme) werd afgezworen. En liefdesromans en detectives mochten ook. Het is simplistisch om de literatuur van het communistische Polen (1949-'89) op één grote hoop te gooien, alsof die niets dan grauwheid zou bevatten: immers, ook toen werd er grootse literatuur geschreven én uitgegeven, ondanks de censuur. Szymborska, Herbert, Konwicki bijvoorbeeld. Ik stoor mij aan de zinsnede over de staatsuitgeverijen waar `ambtenaren verschanst' zouden zitten `achter stalen, morsige bureaus, met een pen in de aanslag om staatsvijandige passages te schrappen'. Ik heb met vele van hen aan gammele houten bureaus gezeten en het waren kundige en bevlogen redacteuren, dikwijls zelf schrijvers, die hun uiterste best voor hun auteurs deden. De censuur vond buiten de uitgeverij plaats.

Een curieuze vergissing is het om het ontstaan van Gombrowicz' Ferdydurke te koppelen aan het ontduiken van de (communistische) censuur omdat dit voor de oorlog gebeurde, toen de censuur rechts was en veel milder dan na de oorlog. Gombrowicz' revolte tegen de conventies van de volwassenheid is geen revolte tegen de staat.

Tenslotte: Zbigniew Herbert stierf twee jaar geleden niet onverwacht; hij was al jaren ziek toen hij op 28 juli 1998 overleed.