Onthoofdingen en andere wreedheden in Irak

Het regime van de Iraakse president Saddam Hussein blijft zich schuldig maken aan uiterst gruwelijke schendingen van de rechten van de mens, terwijl de aandacht op dit moment wordt gemonopoliseerd door de sancties tegen Irak en de uitholling daarvan. Dat meldt de Britse Guardian vandaag, die documenten van het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken in handen heeft gekregen. Het ministerie heeft het bestaan van de documenten bevestigd.

Volgens deze documenten, waaruit The Guardian vandaag uitvoerig citeert, hebben Saddam Hussein en zijn naaste omgeving juist de afgelopen weken weer opdracht gegeven tot executies en andere wreedheden. Het materiaal heeft het ministerie van informanten in Bagdad en van Iraakse ballingen. De laatste categorie is op zichzelf een minder betrouwbare bron. Bovendien heeft Londen als tegenstander van verlichting van de sancties er belang bij dergelijke beschuldigingen naar buiten te brengen. Zeker op dit moment, nu de toekomst van de sancties aan de orde is. Het is echter een onbetwistbaar feit dat het Iraakse regime al jaren de naam heeft van een van de grootste schenders van de rechten van de mens in de wereld. Rapporten van desbetreffende organisaties en de Verenigde Naties getuigen daar jaar in jaar uit van.

Onder de in de Guardian gemelde gruwelijkheden van de laatste tijd zijn:

De executie van meer dan 50 geesteszieken in plaats van gevangenen die in staat waren zich vrij te kopen;

De executie van acht mensen die muurschilderingen van Saddam Hussein hadden beschadigd;

De onthoofding van 30 prostituees tijdens een `schoonmaakoperatie'. Hun hoofden werden achtergelaten voor hun woningen. (Dit bericht werd eerder deze week ook door de Arabische krant Al-Hayat gemeld);

Het afsnijden van de tong van een man krachtens een nieuw decreet dat de straf op het belasteren van Saddam op een dergelijke amputatie stelt.

Volgens een van de documenten wordt elke opdracht tot executie of foltering ondertekend door Saddam, een lid van zijn familie, onder wie met name zijn zoons Uday en Qusay, of een van zijn naaste adviseurs. ,,De ondertekenaar mag aangeven hoe hij wil dat het slachtoffer wordt gefolterd of geëxecuteerd'', aldus het stuk.