Moeder is gruwelijk gek

Op het omslag van De getatoeëerde mama (oorspronkelijk getiteld The illustrated mum) van de Britse Jacqueline Wilson prijken allerlei felgekleurde plaatjes van onder meer een kikkertje, een dolfijn en een oog. Olijkheid troef: dit lijkt weereens zo'n kinderboek te zijn over een onaangepaste moeder die `lekker gek' doet. Zo'n `tof mens', waarvan nauwelijks voor te stellen is, behalve in de geest van de betreffende kinderboekenschrijver blijkbaar, dat een kind echt zo'n ouder zou willen hebben.

Niets blijkt minder waar. Het staat al meteen in de eerste zin: `Op haar verjaardag deed Goudsbloempje weer vreselijk raar.' Vreselijk raar kan nog altijd leuk zijn, zeker in een kinderboek, zeker van iemand die Goudsbloempje heet. Maar er is niets leuks aan: die moeder genaamd Goudsbloempje, met haar tatoeages, is helemaal niet lekker gek, integendeel, ze is gruwelijk gek. Dit boek is allesbehalve de verwachte lofzang op de onaangepastheid. Bitter is het verhaal van de tienjarige Dolfijn. Wilson duidt niets, ze beschrijft alleen. Aan de hand van alledaagse gebeurtenissen blijkt hoe de verhoudingen volledig zijn omgekeerd: de dochter zorgt voor de moeder, tracht haar te beschermen, houdt haar voortdurend de hand boven het hoofd. Pas aan het einde van het boek wordt benoemd wat de moeder mankeert, ze is, behalve alcoholiste, manisch-depressief. Tot dat moment ligt totale ontwrichting voortdurend op de loer. Dolfijn wringt zich in bochten om haar moeder trouw te blijven. Haar oudere zus, Ster, brengt dat niet langer op. De spanning van het boek zit vooral in de verhouding tussen de twee zussen, ooit één in hun grenzeloze loyaliteit.

Een doorsnee probleemboek schreef Wilson niet. Omdat het perspectief bij Dolfijn ligt, veroordeelt ook de lezer aanvankelijk de pogingen die haar zus onderneemt om weg te komen bij de moeder. Ze noemt haar `gek' in haar gezicht, de ergste belediging die ze haar kan aandoen. Zelfs is ze niet blij als de moeder in een poging alles goed te maken tientallen verschillende koekjes en cakes bakt. `Hoe durf je dit te doen?', schreeuwt ze. `Je verdwijnt, je blijft de hele nacht weg, je bent niet eens op tijd voor het ontbijt (-) en dan doe je ineens of je een soort megamoeder bent die stomme koekjes staat te bakken. Wel, vergeet het. Ik doe niet mee. Je mag mijn koekje houden en ik hoop dat je erin stikt.' `Ster wil best wel een koekje', probeert het jonge zusje dan. Ster mag niet mokken, vindt ze.

Maar Ster is vastbesloten en stuurt aan op een breuk. Die mogelijkheid komt als ze, voor het eerst, haar vader Mickey ontmoet. Het drijft de zussen nog verder uiteen, want Mickey, de grote liefde van Goudsbloempje, is niet de vader van Dolfijn. Ster wil haar zusje meenemen om bij Mickey te gaan wonen, maar Dolfijn weigert. Ze stikt van jaloezie. Bovendien is haar medelijden met haar moeder groter dan ooit, nu blijkt dat Mickey van haar niets wil weten, haar zelfs niet als een grote liefde beschouwt. In een laatste poging Ster terug te winnen, kalkt Goudsbloempje haar lichaam vol witte hoogglanslak. Zodat ze op een schone, gewone moeder lijkt, zonder tatoeages.

Schrijnend is dit met vaart geschreven verhaal, dat een voorzichtig hoopvol slot kent. Jammer genoeg bederft de vertaling veel voor Nederlandse lezers. Het boek staat vol zinswendingen en uitdrukkingen die misschien goed Vlaams zijn maar waar een Nederlander nog nooit van heeft gehoord, zoals: `We waren met verstomming geslagen'. `Ben je zeker?', zeggen de hoofdpersonen bijvoorbeeld, in plaats van `weet je het zeker?' Als volwassene is dat al storend, voor iemand van tien lijkt het me bijna onoverkomelijk. Soms is het gewoon slordigheid: `Ze was beginnen huilen'. Zonde, van een in wezen indrukwekkend boek.

Jacqueline Wilson:

De getatoeëerde mama. Vertaald uit het Engels door Tom Paulus.

Met illustraties van Nick Sharratt. Houtekiet/Fontein, 237 blz.

Vanaf 10 jaar. ƒ34,90